Oh, Brit wat heb je gedaan?

 

De vraag is niet langer of, maar wanneer de Britse economie in een recessie wegglijdt. Tenminste, dat is de indruk die ik krijg als ik door de analistenrapporten struin die ik in de afgelopen dagen heb mogen ontvangen over de brexit.

Goldman Sachs heeft zijn groeiprognose voor de komende achttien maanden met liefst 2,75 procentpunt verlaagd en gaat er nu van uit dat de krimp ergens begin volgend jaar begint. Julius Baer ziet het in de komende maanden gebeuren en Barclays en Credit Suisse houden het op het derde of vierde kwartaal van dit jaar.

Kwestie van maanden

Anekdotische bewijzen geven mij de indruk dat het een kwestie van maanden is. Zo hoorde ik al van woningmakelaars in Londen die tegen verkopende klanten hebben moeten zeggen dat de biedingen die er lagen allemaal zijn ingetrokken. En een leverancier van IT-systemen voor financiële instellingen meldde al op vrijdag, luttele uren nadat de uitslag bekend was gemaakt, dat er een streep is gezet door zijn volledige orderboek.

Uit een peiling die ondernemersorganisatie Institute of Directors (IoD) in de afgelopen dagen onder duizend van haar leden heeft gehouden, blijkt dat een kwart reeds een personeelsstop heeft ingesteld en dat 5% van plan is werknemers te ontslaan. Meer dan een derde heeft investeringsplannen in de ijskast gezet en een vijfde overweegt productie naar het buitenland te verplaatsen. ‘We kunnen het niet mooier maken dan het is’, zei IoD-directeur Simpon Walker tegen de Financial Times. ‘Onze leden maken zich grote zorgen.’

Buitenlandse banken

Behalve voorzichtigere ondernemers uit binnen- en buitenland zijn er ook nog de banken die lijden onder de uitslag van het EU-referendum. Er zullen minder deals loskomen voor financiële instellingen en hun adviseurs die vanuit Londen opereren. Naar verluidt zijn de grote buitenlandse instellingen als Morgan Stanley, JP Morgan en Citi al druk aan het nadenken over verplaatsing van activiteiten naar Frankfurt, Parijs of Amsterdam. Zonder ‘Europees paspoort’ verliezen deze partijen immers hun recht om in Europa zaken te doen. Toezichthouder European Banking Authority zal sowieso uit Londen vertrekken.

Enige verlichting

Het idee is dat de forse verzwakking van het pond voor enige verlichting kan zorgen. Britse export wordt goedkoper, maar juist de vraag naar het palet dat de Britten aanbieden is tamelijk inelastisch, ongevoelig voor wisselkoersschommelingen. Bovendien temperen de zwakkere economische condities buiten het VK de vraag naar Britse producten. Aan de andere kant zorgt een zwakkere munt wel voor inflatie, koopkrachtverlies en dus voor een afname van de consumptie. Britse gezinnen zullen natuurlijk ook flink minder besteden uit onzekerheid over de ontstane situatie en de chaos in de Britse politiek.

Tekort lopende rekening

Overigens heeft het VK al jaren een enorm tekort op de lopende rekening en dat betekent dat het een flink deel van zijn consumptie laat financieren door het buitenland. Maar de meeste geldschieters zullen nog wel even nadenken voor ze hun geld naar het VK sturen. Een land dat kampt met neerwaartse druk op de munt, opwaartse inflatoire druk en een grote kans loopt zijn ‘triple A’-rating bij Standard & Poor’s kwijt te raken, is voorlopig even een no-go.

Minister van financiën George Osborne zei vandaag dat de Britse economie een aanpassingsperiode van ‘enkele maanden’ nodig zal hebben om de schok van de brexit op te vangen. De economie is sterk genoeg om daar in te slagen. Hij verwacht wel een impact op de overheidsfinanciën, maar zei dat dit iets is waar de volgende premier zich over zal moeten buigen.

Artikel 50

Volgens Osborne zal Groot-Brittannië het beruchte Artikel 50 over het verlaten van de unie pas inroepen als er een volledig plan klaarligt. Dat moet een deel van de onzekerheid wegnemen, en vermijden dat bedrijven hun investeringen gaan uitstellen. Punt is alleen, dat dat uitstel al begonnen is. En als eenmaal de volgende premier Europa heeft verwittigd dat ze er inderdaad uitstappen, gaat er een onderhandelingstermijn in van twee jaar.

Handelsbarrières

Al die tijd blijft het onzeker wat er gebeurt. Krijgt het VK de status van Noorwegen of Zwitserland — onwaarschijnlijk omdat het land dan geen zeggenschap heeft, wel contributie moet betalen aan Brussel en geen mogelijkheid de immigratie tegen te gaan — of vallen ze terug op de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), wat voor geweldig veel nieuwe handelsbarrières zal leiden.

Hoe iemand ooit heeft bedacht dat een periode van twee jaar onderhandelen volstaat, is trouwens ongelofelijk. Alleen al de vrijhandelsbesprekingen tussen Europa en Canada duren reeds zeven jaar en daarin hoefde niet eens over financiële dienstverlening nagedacht te worden.

Groenland

De mooiste uitspraak over dit soort onderhandelingen komt wat mij betreft van Unicredit-hoofdeconoom Erik Nielsen. Die stelde zondag in een nieuwsbrief aan zijn klanten:

‘In 1985, it took Denmark two years to negotiate Greenland’s exit, and that was really only a matter of fishery policies.’

Nielsen is er overigens nog niet eens van overtuigd dat het VK in een recessie wegglijdt, maar hij heeft wel interessante opmerkingen over de groei op middellange termijn. In het geval van een WTO-scenario en een handelsgewogen verzwakking van het pond met 10% à 15% zal de groei circa 0,4 procentpunt per jaar lager uitvallen dan het geval zou zijn geweest als de Britten voor bremain hadden gekozen. Dat lijkt misschien niet veel, maar over een periode van tien tot vijftien jaar komt dat neer op 5% à 8% aan misgelopen groei.

Per hoofd van de bevolking lag het bbp vorig jaar ongeveer op gelijke hoogte met dat van Frankrijk (en 10% onder dat van Duitsland, maar 15% boven dat van Spanje en Italië). Over tien jaar zal dat van het VK volgens de Deense econoom 15% onder dat van Frankrijk liggen op grofweg het niveau van zuidelijk Europa.

Levend experiment

Natuurlijk moet je dit soort rekenexercities met een grote korrel zout nemen, al was het maar omdat het bijzonder ongewis is wat er ondertussen in Europa gebeurt. Voor mij staat echter vast, dat iedere Europeaan nu kan zien wat het betekent om een foute keuze te maken op basis van valse voorstellingen van zaken door mensen als Boris Johnson en Michael Gove.

Die laatste stelde bijvoorbeeld onomwonden: ‘Ik denk dat het Britse volk genoeg heeft van experts van organisaties met acroniemen die vertellen wat het beste voor ons is en het consistent bij het verkeerde eind hebben.’ De experts van instellingen als het IMF en de Oeso stelden kosten tot wel £7000 pond per huishoudens in het vooruitzicht. Ik hoop het niet voor de Britten, maar ik ben razend benieuwd of hun modellen een beetje uitkomen.