Beste keuze voor de PvdA is meeregeren
Twee weken terug besloten de onderhandelaars over de vorming van het komende kabinet met vakantie te gaan. Direct begonnen de speculaties. „Het is een teken dat er in elkaar geïnvesteerd wordt”, las ik. Een andere fluisteraar zei dat de deelnemers zich „tot elkaar veroordeeld voelen.”

Het zijn spindoctors, die aan het werk zijn gegaan om de achterbannen van vooral GroenLinks en de VVD rustig te houden.

Natuurlijk werd er een ’ingewijde’ van stal gehaald. En ook natuurlijk dat diens naam niet werd genoemd. Die noemt het alternatief, waarbij GroenLinks door de ChristenUnie zou worden ingeruild, onstabiel vanwege het feit dat zo’n coalitie maar over 76 zetels in de Tweede Kamer beschikt. Maar stabiliteit wordt vooral bepaald door programmatische, dus inhoudelijke, overeenkomsten. Professor Frans Stokman uit Groningen komt op basis van gedegen onderzoek uit bij een coalitie zonder GroenLinks en met de ChristenUnie – zie het Financieele Dagblad van twee weken terug. Ook vermeldt die ’ingewijde’ niet dat de SGP, als de ChristenUnie in het kabinet zou komen, zo’n kabinet positief zal ontvangen.

Eén van de moeilijke punten wordt het voorstel van D66 te komen tot een wettelijke regeling voor wat heet ’het voltooid geachte leven’. Ik schreef al eerder dat dit plan beter van tafel kan.

Als ook een kabinet met de ChristenUnie er niet in zit, komt de PvdA in beeld.

Die mogelijkheid werd door de PvdA direct na de verkiezingen opengehouden, al overheerste toen het beeld dat de PvdA de oppositie in zou gaan en zo zou gaan proberen zichzelf te herpakken. Het was – als ik het goed heb – het Financieele Dagblad waarin stond dat de PvdA had verklaard „dat het niet voor de hand ligt dat zij ’in deze fase’ bij de kabinetsvorming wordt betrokken.” Later deelde Asscher mee „als het vastloopt, komen wij praten.” Duidelijker kan niet voor een politicus. Hij deed dat in een ontspannen vraaggesprek met De Telegraaf.

Dat deed mij denken aan het voorwoord dat Jelle Zijlstra in zijn biografie, die hij aan mij gaf, opschreef: „Ontspannen zijn dan lukt alles.” Prachtige tekst.

Om allerlei redenen is het goed dat Lodewijk Asscher gezegd heeft wat hij zei en dat ook zo ontspannen deed. Dat toont dat hij zo’n kans voor zijn partij mogelijk acht.

In de eerste plaats kunnen diegenen binnen VVD, CDA en D66 die dit een goed idee vinden, zich gesterkt voelen. Zij zullen redeneren dat ze nu GroenLinks en straks wellicht de ChristenUnie stevig kunnen aanpakken. Er is immers een alternatief. Evenzo weten die twee dat ook. Hun kansen in de regering te komen zien er nu zo uit dat ze niet al te hoog van de toren kunnen blazen.

Nog een overweging; CDA en ook VVD zien weinig in een coalitie met GroenLinks: belastingverhogingen en nivellering. Evenzo voelt D66 bitter weinig voor regeringssamenwerking met de ChristenUnie. Om uit dat dilemma te komen zal een kabinet waaraan de PvdA deelneemt wel eens een mooie uitkomst kunnen bieden.

Een belangrijke vraag is: vanuit welke positie heeft de PvdA de grootste kans te recupereren? Mijn gevoel zegt me dat de keuze voor het mee gaan regeren de beste is.

In de oppositie zitten een paar redelijk grote partijen (PVV en SP) die over stevige teksten beschikken. De PvdA is kleiner en zal in het oppositiegeweld niet echt opvallen.

En m’n laatste overweging betreft de persoon Asscher. Meer een bestuurder dan een politicus. Er zijn weinigen die dit totaal verschillende handwerk allebei goed aankunnen. In feite is het zo geweest dat Drees en Kok ook meer bestuurder waren. Voor Den Uyl ligt dat een slagje anders, maar hij was toch meer de minister of de premier dan de gevreesde oppositieleider. Diens voorganger als leider van de PvdA, Anne Vondeling, was juist meer geslaagd als oppositieleider – hij genoot daar ook van – dan als minister.

Een kabinet van VVD, CDA, D66 en PvdA is op twee gronden pleitbaar. De PvdA heeft vanaf haar oprichting grote invloed gehad op het landsbestuur. Met over het algemeen kundige ministers.

Ze was in de tijd dat zij mede aan het bewind was meestal een constructieve regeringspartner. Zeker onder Drees en Kok. Onder Den Uyl was dat anders. Die wilde de macht, die behandelde zijn kabinetspartners (KVP en ARP) als tweederangs.

U kent misschien nog die treffende uitspraak die Wim Kan ooit deed: „KVP en ARP zijn geen bijwagen van de PvdA, ze mogen niet eens de rails schoonmaken!”

De oppositieleider van toen zei ooit: „Het kabinet-Den Uyl is een ramp voor het land, maar een feest voor de oppositie.” Wat overdreven, maar dat hoort er in de politiek ook een beetje bij. Het gedrag van de PvdA leidde er toe (al had die partij daar zelf geen oog voor) dat het tweede kabinet-Den Uyl er nooit gekomen is.

Terug naar het heden. VVD, CDA en D66 hebben laten weten voor de vorming van het komende kabinet de tijd te nemen. We weten allemaal: komt tijd, komt raad.

Verder lezen