Kapingen laten sporen na ( Er waren ook 2 treinkapingen. De eerste op 2-12-75 bij Wijster. De tweede bij De Punt, 23 mei 77.)

Rosa Timmer

Het is dinsdag precies veertig jaar geleden dat de trein bij De Punt werd gekaapt én de gijzeling van de basisschool in Bovensmilde begon. Vier pagina’s over de gevolgen. Voor de Molukkers en Nederlanders die nog steeds samen in één dorp wonen en voor de vader van een van de omgekomen gegijzelden.

Eveline van der Vliet is 10 jaar als ze samen met 104 andere kinderen en 5 leerkrachten wordt gegijzeld door vier Zuid-Molukse jonge mannen. Haar vertrouwde leeromgeving is van het ene op het andere moment een vesting waar niemand in of uit kan. Haar vader is het hoofd van de school en zit samen met haar gevangen.

De Molukse kinderen die van de gijzelnemers direct weg mogen, willen hand in hand met hun Nederlandse vriendjes de deur uit lopen. Zoals ze altijd doen. De schok is groot als dat niet kan. De scheiding die ouders al langer voelen in het dorp waar begin jaren zeventig honderden Molukkers uit Schattenberg (voormalig Kamp Westerbork) komen wonen, wordt op die dag plots via de kinderen getrokken.

Angst en onzekerheid

Het is goed afgelopen, wordt vlak na de gijzeling gezegd. ,,Hou het maar op een spannend schoolreisje’’, krijgen de ouders als instructie mee. Maar het is helemaal niet goed. De verhouding tussen de Molukkers en Nederlanders is nooit goed geweest. Ze zijn tot elkaar veroordeeld in het dorp en leven al jaren meer naast elkaar dan met elkaar. Na de gijzelingen staat alles op scherp, de afstand wordt verwijdering. Onzekerheid over de andere cultuur ontwikkelt zich tot regelrechte angst. Ontevredenheid slaat om in agressie. Zoals het Nieuwsblad van het Noorden op 29 juni 1977 schrijft: Bovensmilde is langzaam aan een door achterdocht en angst gekenmerkt dorp geworden.’

Dat heeft Eveline eerst niet door. ,,We gingen al vrij snel gewoon weer naar een noodschool. Samen met de Molukse klasgenoten. Ik had gewoon vriendinnetjes in de Molukse wijk. Ik merkte wel dat ik het enger vond om daar naartoe te gaan. Je kwam er alleen op uitnodiging en als de afspraak voorbij was rende je zowat naar huis. Alsof je niet in de wijk hoorde te zijn.’’

Stilte

Bij Eveline thuis is stilte het adagium. ,,Er werd na die dag nooit meer over de gijzeling gesproken. En ik liep ook niet rond met een schreeuwende behoefte om dat te doen.’’ Haar vader voert hetzelfde beleid op school. Doorgaan met het leven. Terwijl hij ’s nachts nachtmerries heeft.

Marius Hille Ris Lambers komt in 1975 in het dorp werken. Zijn opdracht is om welzijnsvoorzieningen van de grond te krijgen. ,,Destijds dachten mensen: je kunt óf iets voor de Molukkers doen, of iets voor de Nederlanders. Niet voor allemaal. Er was iemand nodig die beide groepen kende.’’ In 1976 zijn er plannen voor een gemeenschapscentrum met twee vleugels. Een voor de Molukkers, en een voor de Nederlanders. Om de mensen elkaar te laten ontmoeten. ,,Kort voordat we dat plan zouden presenteren, werd de trein gekaapt en de school gegijzeld.’’

Dat er iets met de twee bevolkingsgroepen moet gebeuren, is duidelijk. Er zijn aanpassingsproblemen van de Molukkers en discriminatie door de Nederlanders. Dat laatste voelt Molukker Noes Solisa in het klein op het voetbalveld. ,,We werden uitgescholden voor zwarte.’’ Later ziet Solisa het in het groot: Molukkers die niet aan de bak komen, alleen illegaal kunnen werken. En dan de diepe onderliggende pijn van de Molukse gemeenschap. Er is een vrije republiek der Zuid-Molukken beloofd en het verblijf in Nederland zou tijdelijk zijn. Twintig jaar later maakt de Nederlandse overheid dat nog altijd niet waar. Veel Molukkers voelen zich behandeld als tweederangsburgers. Solisa en zijn leeftijdsgenoten vinden die vernedering van hun ouders en grootouders verschrikkelijk. Ze voelen het tot in de haarvaten. Ze worden strijdvaardig en boos. ,,Er hoefde maar iets te gebeuren of de woede kwam omhoog.’’

Na de gijzeling is het gemeenschapscentrum van de baan. Het is crisis in het dorp. Hille Ris Lambers: ,,Op een gegeven moment had de politie het plan om met pantserwagens door het dorp te rijden opdat de mensen zich veilig zouden voelen. Hoe verzin je het, als er iets is waar mensen zich onveilig door voelen is het dat wel. Veel mensen draaiden echt door.’’ Hij vertelt hoe toenmalige burgemeester Piet de Noord hem in die periode vaak huilend opbelt. ,,Het was gewoon zielig, hij kon het totaal niet aan.’’ De Noord wordt kort daarna burgemeester in Beilen. Hille Ris Lambers: ,,Hij werd eigenlijk gewoon overgeplaatst omdat hij het niet trok.’’

Bakstenen

Solisa zegt dat er de eerste maanden na de gijzeling mensen op wacht staan bij de Molukse wijk. ,,Om te kijken of we zouden worden aangevallen. Ik zat op een bruiloft toen ik hoorde dat er Nederlanders naar ons op weg waren. Die dag is het helemaal geëscaleerd en zijn er gevechten geweest. Er kwamen mensen van buiten Smilde bij en ook bij ons kwam alle frustratie los. Er gingen bakstenen door ramen van Nederlandse woningen.’’

Hille Ris Lambers zegt dat de geruchten schadelijker zijn dan de confrontaties zelf. ,,Uit sommige huizen kwamen altijd verhalen. En de mensen waren bang. Ze dachten: als ze twee keer een trein kunnen kapen – die in 1975 bij Wijster lag nog vers in het geheugen – dan kunnen ze ook twee keer een school gijzelen. Soms werd het bericht dat er acties op handen zouden zijn via de politieradio gemeld, en werd ook gezegd wie de melder was. Die kreeg daarop een steen door zijn ruit.’’

Het gezin van Eveline van der Vliet heeft zoveel last van de geruchten, dat het onhoudbaar is. Van der Vliet: ,,Mijn vader werd regelmatig ’s avonds door de politie gebeld dat er iets aan de hand zou zijn. Hij werd zelfs gevraagd om dan even bij de school te controleren. Achteraf is het van de zotte dat je zoiets vraagt aan iemand die zelf gegijzeld is geweest. Op een gegeven moment trok mijn vader dat niet meer, we zijn een jaar later verhuisd naar Arnhem.’’

Buurthuis

De leden van de Nederlandse en de Molukse kerk zijn eigenlijk de enigen die af en toe bij elkaar komen in het dorp. De rest leeft vrijwel gescheiden. De Molukkers gaan naar hun buurthuis Molo Oekoe, dat in 1981 wordt gebouwd aan het enige overgebleven deel van de school, de gymzaal.

Vanuit de twee kerken en op initiatief van Otto Tatipikalawan wordt een evenement georganiseerd om alle mensen uit het dorp bij elkaar te brengen. Singga Dolo heet de dag, 6 september 2003, wat Moluks is voor ‘kom eens langs’.

Tatipikalawan vindt het een sleutelmoment. ,,Er was toen al heel lang geen contact geweest. De Schoolstraat is de weg tussen de Molukse en de Nederlandse wijk, en was echt de kloof tussen de twee bevolkingsgroepen. Er was geen voor en geen achteruit meer. We hebben voor die dag letterlijk een brug aangelegd over die straat.’’ Verder zijn er activiteiten zoals Drentse en Molukse volksdansen, theater en muziek.

Storm

Dan wordt het opnieuw stil. Maar in het hoofd van Eveline van der Vliet breekt de storm van haar leven los. Jarenlang is ze een gezonde vrouw met een sterke rol in de maatschappij, nu gaat het van de een op de andere dag niet meer. Ze raakt ernstig verward en weet niet waar het vandaan komt. ,,In een hysterische bui ben ik naar Bovensmilde gereden. Ik zocht iets, plekken uit mijn jeugd. Ik weet nog dat ik verbijsterd was dat er in mijn oude straat een Molukse vlag hing. Het was toch een straat in de Nederlandse wijk? Achteraf bleek ik daar op 11 juni te zijn geweest, en de vlag hing daar voor de herdenking van omgekomen gijzelnemers.’’

Weer thuis wacht de crisisdienst haar op. ,,Ik was zo in de war, dat er sprake van was dat ik opgenomen zou worden in een inrichting. Ik dacht: wacht eens even, maar dit wil ik niet. Ik ben in therapie gegaan. Het heeft nog jaren geduurd voor ik erachter kwam waar het vandaan kwam. De gijzeling waar we nooit over hadden gepraat, de diepe angst en het gevoel waardeloos te zijn regeerden op dat moment mijn leven onbewust.’’

Herkenning

In 2007 breekt haar sleutelmoment aan. Dertig jaar na dato is er veel media-aandacht voor de gijzeling als ze op de radio twee schoolgenoten hoort vertellen dat zij er nog steeds last van hebben. Zoveel herkenning. Dus toch. ,,Ik heb contact met ze gezocht en zo ontstond een lotgenotengroepje.’’ Het wordt de stichting De School van Bovensmilde waarbij meer ex-gijzelaars zich aansluiten.

Ze willen een herinneringsteken op het grasveld waar ooit de school stond. Weg van de zwijgplicht, open en bloot erkennen wat er gebeurd is. ,,De gemeente vond dat goed, maar we moesten zelf het draagvlak regelen. Dat lag allemaal veel te gevoelig, zeiden ze.’’ Opnieuw worden de ex-gijzelaars aan hun lot overgelaten. Maar ze regelen het. Met zweet op de rug kloppen ze aan bij de vertegenwoordigers van de Molukse gemeenschap en andere omwonenden. Het leidt tot twee herinneringstekens in het dorp. Een voor de gegijzelden van de school, en een monument voor de eerste generaties Molukkers bij het buurthuis Molo Oekoe.

Daarna gaat het snel. Er is geld voor de herstructurering van het groen in het dorp en daarvoor willen Molukkers en Nederlanders samen in één stichting overleggen. Vrijwilligerscollectief BrinkBaru is geboren. ,,Wat daaruit kwam was echt groot. Het hield niet meer op. De kritische massa in het dorp was het zat dat het zo was als het was. Er zat beweging in’’, zegt Van der Vliet. Er zijn theaterprojecten waarbij Molukkers en andere dorpsbewoners in hun eigen huiskamer hun verhaal vertellen, kerstmarkten en community art. Voor Van der Vliet werkt het helend. ,,Wij hebben actief afscheid genomen van het idee dat wij de slachtoffers zijn en daarom geholpen moeten worden. We hebben zelf de handschoen opgepakt en zijn uit de slachtofferrol gestapt.’’

Boekje

Hille Ris Lambers vindt het herinneringsteken niet genoeg. ,,Er zijn zoveel gezinnen die er nog steeds niet over praten. Een aantal jaar geleden heb ik de burgemeester gevraagd of we een boekje over de gebeurtenissen konden maken, met achterin een paar lege pagina’s. Op die pagina’s zouden gezinnen hun eigen verhaal kunnen toevoegen en daarmee dit hoofdstuk afsluiten. Maar de gemeente verschuilt zich achter het feit dat er een herinneringsteken is. Ook vind ik dat er excuses moeten komen voor de ontoereikende nazorg.’’

Mietji Hully van BrinkBaru gelooft niet dat de overheid nog een rol kan spelen bij het helen van de wonden in het dorp. ,,De gemeente durfde niet eens te helpen bij het plaatsen van ons monument. Het versjouwen van stenen en zand heeft de Landmacht toen gedaan als neutrale derde partij. De politiek heeft heel weinig lef getoond. We moeten het gewoon zelf doen.’’

Zaterdag is er op de Brink een voetbaltoernooi tijdens de eerste editie van het sportevenement Bovensmilde Beweegt. Op het moment dat het eerste kind de bal door het papier schiet, is het collectief BrinkBaru symbolisch opgeheven. De doelen zijn bereikt, zeggen Hully en Van der Vliet. Wat resteert is de plek BrinkBaru. De nieuwe Brink, waar dit weekend ook een straatnaambord met BrinkBaru wordt opgehangen. Als optimistische laatste daad.

De nieuwe stichting Wij Zijn Bovensmilde, waarin bestaande clubs zich hebben verenigd, neemt het organiseren van de activiteiten over. Van der Vliet is er niet bij vandaag. ,,Het hele project heeft een gigantische wissel op mijn leven getrokken. Ik heb het met liefde gedaan, maar dit weekend is mijn man jarig en daar wil ik bij zijn. Dat is wel symbolisch want ik ben er juist apetrots op dat het dorp mij niet meer nodig heeft. Ze kunnen het nu zelf.’’