Het gebruik van de AED

AED’s zijn ontwikkeld om hulpverleners door de reanimatie heen te leiden. Als eenmaal vastgesteld is dat reanimatie noodzakelijk is, volg dan onverkort de instructies die de AED geeft.

Het gebruik van de AED kan worden samengevat in drie stappen:

A. Beslis of de AED nodig is.
B. Zet de AED aan.
C. Volg de instructies van de AED
.

1. Gereed maken:
Volg de eerste stappen van basale reanimatie volgens het handelingenschema (blz 14) van het eerste gedeelte van dit cursusboek, en beslis of de AED nodig is.

2. Zet de AED aan:
Als er nog een hulpverlener aanwezig is, laat deze dan hartmassage en beademen uitvoeren terwijl u de AED aanzet. Maak de borstkas vrij van kleding.

3. Volg de instructies van de AED:
Bevestig de elektroden. Deze meten de elektrische activiteit van het hart en zijn de contacten waardoor de AED zijn stroomstoot afgeeft.
De verpakking geeft aan waar de elektroden bevestigd dienen te worden.
In veel gevallen staat dit zelfs op de elektroden zelf aangegeven.

4. Plaats van de elektroden:
Direct onder het rechter sleutelbeen naast het borstbeen. De andere elektrode 5 tot 10 centimeter onder de linker oksel.

NB. Doorgaan met borstcompressie en beademen tijdens het aanbrengen van de electroden.

5. Neem afstand
Houd afstand tijdens de analyse.

Let er op dat niemand het slachtoffer aanraakt tijdens de analyse van het hartritme.

6a. Toedienen stroomstoot

Toedienen van een stroomstoot.
Als een stroomstoot noodzakelijk is zal het apparaat gaan opladen. Dit wordt door de AED uitgesproken of door een geluid kenbaar gemaakt.

• Zorg dat iedereen los is van het slachtoffer.
• Druk de knop om de stroomstoot toe te dienen in, als het apparaat dit aangeeft.

6b. Aanvullende informatie

De AED bediener zoekt tijdens de analyse de knop die moet worden ingedrukt voor het toedienen van de schok. Eén vinger wordt alvast bij de knop geplaatst.
Als het apparaat aangeeft te zijn opgeladen en dat de defibrillatie kan plaatsvinden, kijkt de AED-bediener niet meer naar het apparaat, maar naar de omgeving, om er zeker van te zijn dat niemand meer het slachtoffer aanraakt. Daarom maakt de AED-bediener een zwaaiende beweging met de vrije arm over het lichaam van het slachtoffer. Daarbij wordt hardop geroepen: “iedereen los!! 3 – 2 – 1”. Na het aftellen, met daarbij de overtuiging dat iedereen het slachtoffer los heeft gelaten, wordt de knop op de AED ingedrukt.
Het apparaat geeft vervolgens aan dat de hulpverlener(s) direct na de defibrillatie de reanimatie weer dient te hervatten. (30 hartmassages en 2 beademingen) gedurende twee minuten.

7.Hervatten
Het apparaat gaat na twee minuten weer analyseren.

Zodra het apparaat dit meldt, stopt men onmiddellijk met de reanimatie en laat het apparaat zijn werking doen.

Aandachtspunten

Vochtige borstkas
 Sommige slachtoffers kunnen een vochtige borstkas hebben, door zweten of doordat zij uit het water gered zijn. Droog dan vlug de borstkas af voordat de elektroden worden bevestigd. Gebruik hiervoor een kleine handdoek, uw mouw of een washandje.

Harige borst
 Slechts in uitzonderlijke situaties zal een behaarde borst problemen geven bij het bevestigen van de elektroden. Als dit toch het geval is, scheer dan de plaats waar de elektroden komen, met het bijgeleverde scheermesje.

Pleisters
 Verwijder alle pleisters of andere zaken die in de weg zitten voor een goede bevestiging en afsluiting van de elektroden. Sommige slachtoffers hebben medicatiepleisters op hun borst.

Pacemakers en ICD’s
 Slachtoffers kunnen een onderhuidse pacemaker of ICD (kleine defibrillator) voor hun hart hebben.
Deze kunt u zien zitten net onder de huid onder het sleutelbeen (meestal links). Als dat het geval is, zorg dan dat de elektroden ongeveer 10 cm van dit apparaat vandaan zitten.

Zuurstof gebruik
Hoge concentraties zuurstof zijn gevaarlijk omdat er vonken kunnen vrijkomen bij het toedienen van een stroomstoot. Wend open zuurstofbronnen (beademingsballon, maskers met zuurstof of zuurstofbril) van het slachtoffer af tijdens het toedienen van een stroomstoot

AED inzet bij kinderen en zwangere vrouwen
De AED kan ingezet worden bij kinderen van alle leeftijdscategoriën. Dus ook bij kinderen jonger dan 1 jaar. Onder de leeftijd van 8 jaar bij voorkeur kinderelectroden gebruiken. De electroden mogen elkaar niet raken. Bij kinderen jonger dan 1 jaar de electroden voorachterwaarts bevestigen (één midden op de borst, de ander midden op de rug).

De AED ook gebruiken bij zwangere vrouwen.