Klaas Dijkhoff

Beste Lilian Marijnissen,

dank voor je felicitaties!
En dank voor je brief.
Ik waardeer het dat je de moeite neemt je kritiek te onderbouwen en door te vragen over wat ik precies bedoel.

Je schrijft dat ik niet jaloers hoef te zijn op mensen met een uitkering.
Daarin kan ik je geruststellen.
Dat zal ik nooit zijn.
De meeste mensen met een uitkering willen er graag uit.
Veel mensen hebben behalve ‘geen werk’ ook nog andere problemen die het niet makkelijker maken optimistisch te blijven.
En ik besef me ook dat er sprake kan zijn van een gevoel van schaamte omdat het je niet lukt je eigen geld te verdienen, maar afhankelijk bent van anderen.

Ik vrees alleen dat we het nog niet meteen eens worden.
Je stelt dat het relevante onderscheid niet moet zijn tussen ‘goed volk’ en ‘geen goed volk’, maar tussen de 10% en de 90% gesorteerd naar bezit van vermogen.

Daar zal ik het nooit mee eens worden.
Ik beoordeel mensen op hun inzet en hun daden, niet op hun bankrekening.
Sterker nog, ik zet me liever in voor ‘goei volk’ dat op jou gestemd heeft dan op ‘kwaai volk’ dat op mij gestemd heeft (al hoop ik dan natuurlijk dat dat ‘goei volk’ een volgende keer op mij stemt).

Voor mij maakt het niet uit hoeveel je verdient of hoeveel je aan vermogen hebt.
Als je er maar eerlijk aan bent gekomen en je best doet in onze samenleving.
Geld maakt je geen beter mens en eerlijk gezegd denk ik dat vanaf een bepaald bedrag je er ook niet gelukkiger van wordt.

Maar het is niet aan mij of aan de overheid om te bepalen hoe iemand z’n geluk najaagt.
En als iemand zich eerlijk uit de naad werkt met een goed idee en daar heel rijk mee wordt, plukken we daar allemaal de vruchten van.
Ten eerste de mensen die daardoor een baan hebben en ten tweede via de belasting.

Alles wat we voor elkaar willen betekenen via de overheid, bijvoorbeeld om te helpen als het tegenzit en om fijn te kunnen leven, vereist wel genoeg welvaart.

Uitkeringen, onderwijs, zorg, defensie, politie.
Betalen we allemaal uit belastinggeld.
Er is geen vaste economie in ons land waar je belasting op kunt heffen.
Hogere belastingtarieven betekenen niet vanzelf een meer geld voor de staatskas.
Net zoals lagere tarieven of afschaffen van belastingen kunnen bijdragen aan een sterkere economie waar je juist meer belastinggeld uit ophaalt.

Daarom vind ik die tegenstelling tussen bedrijfsleven en sociale voorzieningen een beetje bizar.
Er is geen medicijn dat vergoed kan worden zonder dat er eerst ergens een bedrijf winst heeft gemaakt.
Er kan geen juf of meester voor de klas staan zonder dat we belasting hebben kunnen heffen op iemand’s omzet.
Er kan geen crimineel worden opgepakt zonder een heffing op het inkomen van de medewerkers.

Ieder kind dat een computerspelletje of Kolonisten speelt weet het: of het nou munten zijn, graan, wol, hout of bitcoins: er moet eerst activiteit zijn voor je iets kunt opbouwen.

Als we dat goed regelen, als onze economie goed draait, dan kunnen we ook beter voor elkaar zorgen als het tegenzit.
Volgens mij was dat ooit het idee.
Als je pech hebt, dan helpen we je met z’n allen.
Het kan ons allemaal overkomen.
Je staat er dan niet alleen voor, we doen het samen.
Volgens mij heet het daarom ook ‘sociale’ zekerheid.

Ik wil daarom het systeem veranderen.
Ik wil het positiever benaderen en elke stap die iemand in die situatie zet om er weer uit te komen en/of iets terug te doen voor de medemens, belonen.

Wat mij betreft hebben mensen dus straks per saldo geen lagere uitkering.
Ik vind dat ook een raar verwijt dat ik mensen met een lagere uitkering zou opzadelen.
Dan ga je ervan uit dat mensen die nu een uitkering hebben te beroerd zouden zijn om hun best te doen weer aan de slag te gaan.
Dat beeld heb ik niet van mensen.

Wat mij betreft draai je dan juist weer sneller mee.
Door je taal of je vaardigheden bij te spijkeren.
Door begeleid te worden naar werk.
Door in je vrije uurtjes nuttige dingen te doen voor je omgeving.

En, misschien kunnen we het zelfs zo uitwerken dat als je echt heel veel doet voor de samenleving die voor je zorgt, je wat meer overhoudt dan nu.

Groet!
Klaas