Waarom ik (en zoveel andere jongeren) mijn droomjob bij Defensie verlaat

Michael Rummens

J1 Center for Operations bij Defensie

Mijn laatste dag in uniform is een mijlpaal in mijn leven. De beslissing om Defensie te verlaten is de uitkomst geweest van een lang proces. Tijdens mijn 15 jaar bij Defensie heb ik heel veel uitdagingen voorgeschoteld gekregen vaak op ‘exotische’ locaties. Ik heb geleerd om samen te werken in extreme omstandigheden. Ik ben getraind om objectieven te halen, snel beslissingen te nemen, leiding te geven tijdens crisissen en om de missie steeds voorop te stellen. Ik heb de eer gehad om twee maal het vertrouwen te krijgen om commandant te zijn van een eenheid tijdens een buitenlandse Operatie. Ik heb missies achter de rug in Afghanistan, Kongo en Mali. Ik kreeg de kans om verschillende opleidingen te volgen: explosieven, anti-terrorisme, survival, hooggebergte, … Jammer genoeg geraakte ik mijn vertrouwen in de organisatie kwijt en dit om verschillende redenen.

Vele kaderleden en soldaten van mijn generatie verlaten Defensie. Dat is uiteraard niet nieuw alhoewel het tempo van deze braindrain alarmerend is. Van de acht officieren die mijn Bataljon recent verlieten (ook mutaties binnen defensie), worden er slechts twee vervangen. Ervaring wordt nu eenmaal niet zomaar vervangen en dit geldt voor alle hiërarchische niveaus. De economische hoogconjunctuur en de krapte op de arbeidsmarkt speelt ook Defensie parten maar verklaart niet geheel de uitstroom.

  1. De enige zekerheid zijn besparingen

Eerst en vooral hebben aanhoudende besparingen onze eenheden lamgelegd: tekorten aan munitie, 1 uur verwarming per dag, tekorten aan voertuigen of trainingstijd, je eigen kamer huren van Defensie als je naar de andere kant van het land muteert voor drie jaar, … Spijtig genoeg kan het commando hier momenteel weinig aan veranderen aangezien dit een rechtstreeks gevolg is van de enorme onderfinanciering van het volledige Departement Defensie. Het zorgt er voor dat jonge kaderleden simpelweg niet de middelen hebben om hun werk naar behoren uit te voeren. Elke beslissing is budget driven wat vaak tot gevolg heeft dat er voor de goedkoopste oplossing gekozen wordt.

Het is niet de taak van militairen om politieke beslissingen in vraag te stellen maar de jarenlange besparingen zorgen voor een vertrouwensbreuk. In 2014 werd er beloofd om Defensie terug op te waarderen en de middelen te geven die het verdient. Enkele weken later werd er een besparing opgelegd van 15% met een bijkomende besparing op jaarbasis. Dit is geen alleenstaand feit maar is de tendens die ik doorheen mijn loopbaan altijd gekend heb.

2. Politieke volatiliteit

De onderfinanciering is een politieke beslissing en ze voert reeds decennia lang het hoogste woord. Defensie is echter een zaak van mensen. Ik ken persoonlijk geen enkel land waar op gelijkaardige respectloze manier met Defensie en haar militairen wordt omgesprongen als in België. Het niveau van het politieke debat over de vervanging van de F-16 was hier bijvoorbeeld een pijnlijk voorbeeld van. De manier hoe de CHOD, generaals en hoge officieren voor snel politiek gewin, onterecht de mantel werden uitgeveegd was ongezien. Hoewel er geen fouten werden vastgesteld zijn politieke excuses nog steeds niet uitgesproken.

Dit straalt niet enkel af of het commando van Defensie, dit snijdt diep in het vel van alle werknemers van de organisatie die dag en nacht instaan voor veiligheid, vaak maanden van huis zijn en bewust risico’s nemen om de veiligheid van anderen te garanderen. Het is een teken aan de wand dat er slechts een paar partijen zijn met een echt partijprogramma voor Defensie. Een partijprogramma dat verder gaat dan ‘Europese samenwerking’ en ‘we moeten ons specialiseren’ en dat in de meeste gevallen wordt samengevat in enkele zinnen.

Het investeren in voertuigen en materiaal is bouwen aan de toekomst. Maar in het hier en nu blijven tekorten de orde van de dag en dit waarschijnlijk nog voor vele jaren. Hopelijk komt er in een volgende legislatuur een stijging van het werkingsbudget zodat er terug werkruimte komt en dagdagelijks trainingen naar behoren kunnen worden uitgevoerd. Nieuw materiaal is fantastisch maar de werkingskost ligt vaak vele malen hoger.

3. Defensie is een gedeelde verantwoordelijkheid

Onze jonge mensen hebben nood aan uitdagingen in binnen- en buitenland en zijn in dienst gekomen om met veel ambitie hun land te dienen. Voor KMS officieren is dit bijvoorbeeld een engagement van 12,5 jaar (rendementsperiode na het vervolmaken van 5 jaar militaire universiteit). Deze 12,5 jaar vragen een inspanning van beide partijen. Ook politiek moeten de omstandigheden geschapen worden om voor al deze jonge en gemotiveerde mensen de middelen te voorzien om met een veelbelovend perspectief naar de toekomst te kijken. Jonge officieren die Defensie voor het einde van hun rendementsperiode verlaten zijn verplicht om een deel van hun opleiding terug te betalen, dit is logisch maar dit engagement werkt in twee richtingen. Defensie is een zaak van mensen en jongeren die tekenen hebben recht op een eerlijk contract. Onze sterkte is het menselijk kapitaal van de organisatie, daar moeten we volop in investeren.

Operaties in het kader van onze nationale veiligheid zijn inderdaad een zware dobber voor de eenheden maar naar mijn mening zijn ze niet de essentie van het probleem. Het politiek debat over het verhogen van de pensioenleeftijd is dat evenmin.

Onze soldaten verdienen een beleid die hun inspanningen en werk naar waarde schat. Ze zijn op zoek naar stabiliteit en een duidelijke toekomst om familiaal plannen te kunnen maken. Is het niet mogelijk om een strategische visie aan te houden over verschillende legislaturen heen of om een Defensie budget te voorzien op langere termijn zodat een heel departement minder onderhevig is aan politieke schommelingen? Misschien is het mogelijk om onze kaderleden uit te wisselen met privé bedrijven of om ze af en toe in het privé milieu cursussen te laten volgen? Dit kan bijdragen tot een verfrissing van ons management en kan de bedrijfscultuur enkel ten goede komen.

4. Een frisse wind?

Voor jonger officieren, kaderleden en soldaten werkt het rigide beloningssysteem binnen Defensie ook afremmend. Personeelsleden die zich op uitgesproken manier onderscheiden en fantastisch werk leveren kunnen bijna niet beloond worden. Dit komt aangezien er nog steeds vaste tijdstippen gehanteerd worden om te bevorderen en dus om te stijgen in graad en verantwoordelijkheid: anciënniteit is dus vaak belangrijker dan kennis en expertise… Meer vrijheid in het belonen en bevorderen zou een meritocratisch model kunnen creëren wat op zijn beurt een frisse wind kan zijn voor staven.

Jonge mensen zijn ook niet per definitie jobhoppers. De generatie X wil vooruit geraken en kijken naar de toekomst: professionele zelfontplooiing, familiale flexibiliteit en de vrijheid om je carrière mee te kunnen sturen zijn essentieel. Mensen willen een verschil maken in een organisatie.

5. Gezonde ambitie

Tot slot denk ik dat het ambitieniveau dringend omhoog moet. Als kapitein was ik commandant van een multinationale eenheid in Mali en werd ik als detachement Commandant ontplooid met een 200 tal soldaten uit 5 landen. Het ambitieniveau is echter slechts beperkt tot op het niveau Compagnie. Officieren van mijn leeftijd vragen zich dus terecht af, wat na mijn periode als compagnie commandant? Denemarken heeft qua grootte een vergelijkbare landmacht en slaagt er wel in om een volledige Battle Group te ontplooien (Afghanistan 2003-2015). Waarom wordt dit voor ons altijd onmogelijk geacht?

Het is typisch Belgisch om down to earth en bescheiden om te gaan met ambities. In het buitenland werd echter zeer vaak bewezen dat we kwalitatief uitstekend werk leveren met de beperkte middelen die ons ter beschikking worden gesteld. We worden geroemd om inventiviteit, professionalisme en talenkennis. Dat kan zeker ook op een hoger niveau. Laat ons een voorbeeld nemen aan onze Rode Duivels: laat ons minstens de top ambiëren!