Assad bevestigt dat hij een moordmachine leidt

Veel Syriërs horen dat hun zoons en dochters in de cel zijn gestorven. Het regime stuurt op grote schaal doodsberichten rond, hoorde Carolien Roelants.

De Syrische president Bashar Assad tijdens een interview met de Griekse krant Kathimerini.Foto EPA/SANA 
Mijn collega Mohammed heeft zojuist van vrienden in Syrië gehoord dat zijn beste vriend dood is. Mohammed is een Palestijn die uit Syrië hierheen is gevlucht. Zijn vriend werd in mei 2014 in het Palestijnse kamp in Hama gearresteerd. Een jaar later werd zijn familie geïnformeerd dat hij naar de folter- en executiegevangenis in het stadje Saydnaya was overgebracht. Lees over deze gevangenis het rapport Human Slaughterhouse van Amnesty International van februari 2017. Daarna werd niets meer van hem vernomen.

Mohammeds vriend is een van zeventien Palestijnen uit het kamp in Hama die in de loop van de Syrische oorlog waren gearresteerd of bij controleposten ofzo waren ‘verdwenen’, en wier dood in gevangenschap de afgelopen weken door Assads regime is bekendgemaakt. Zij zijn weer onder de 700 ‘verdwenen’ of gearresteerde mannen en vrouwen uit heel Hama wier dood nu opeens door de autoriteiten is bevestigd. Volgens diverse andere bronnen – onder andere Syrian Network for Human RightsNational Coalition of Syrian Revolution and Opposition ForcesSyria Direct – hebben ook in verscheidene andere Syrische steden de autoriteiten dodenlijsten verspreid. Duizend doodsberichten zelfs in het stadje Daraya, een vroeger symbool van de Syrische opstand.

Het is de eerste keer dat het regime op zulke schaal erkent dat zijn gevangenissen sterfhuizen zijn.

In het kamp in Hama ging dat zo, zegt Mohammed: drie families werden door de Commissie Civiele Zaken voor Palestijnse Vluchtelingen geïnformeerd over de dood van hun zoons. Dat nieuws verspreidde zich en de volgende dag meldden zich andere families bij het kantoor van de Commissie, die meer namen bekendmaakte. De autoriteiten gaven geen informatie over de doodsoorzaak, alleen de datum van overlijden: „Uw zoon is dood, moge Allah zich over hem ontfermen”. Geen lichaam ook. De twee moskeeën in het kamp werd verboden de namen van de doden bekend te maken; de families mochten niet rouwen.

Andere bronnen melden dat op andere plaatsen een soortgelijke procedure is gevolgd. Een of twee nabestaanden werden ingelicht door de politie, of door de gemeentesecretarie of lokale ‘verzoeningscomités’ (in plaatsen die door het regime op de oppositie zijn heroverd). Daarop bestormden families de gemeentesecretarie om uit te vinden of hun vermiste verwanten plotseling ook als overleden te boek stonden. Voor zover bekend heeft niemand de stoffelijke resten ontvangen of gehoord waar ze zijn begraven.

De dodenlijsten omvatten voorlopig maar een klein deel van de geschatte 70.000 tot 100.000 of misschien nog méér mannen en vrouwen die volgens mensenrechtengroepen in Syrië zijn gearresteerd of ‘verdwenen’, van wie zo’n 10 procent door rebellengroepen. Ter vergelijking: onder de rechtse dictaturen in Argentinië en Chili zijn in totaal respectievelijk 30.000 en 3.000 mensen verdwenen.

Iedereen weet dat de kans klein is dat zijn verwant nog in leven is. Zie bovengenoemd Amnestyrapport, en u herinnert u misschien uit 2014 de 28.000 gruwelijke foto’s van de klokkenluider Caesar die zeker 6.786 doodgefolterde gevangenen tonen (Human Rights Watch, If the dead could speak, januari 2015).

Ik zag speculaties dat Assad een nieuw hoofdstuk openslaat. Dat lijkt me niet. Arrestaties en verdwijningen gaan gewoon door. Wat mij betreft onderstrepen de dodenlijsten het hernieuwde zelfvertrouwen van Assad, nu hij met de hulp van zijn bondgenoten de oppositie zo goed als verslagen heeft en de wereld zich bij zijn aanblijven neerlegt. Hij kan het zich permitteren ervoor uit te komen dat hij een moordmachine leidt. Of niet soms?