Eurobarometer van 17 okt. EU almaar populairder.

Almaar populairder wordt de Europese Unie. Ik besef dat dit een heel erg vreemde en zelfs absurde zin lijkt, die je in een serieuze krant niet zou verwachten. Behalve misschien in een satirische rubriek, bij de verkiezing van het Fakenieuws van de Week of in een poëziebespreking van Arjan Peters. Maar niet als feitelijke mededeling. Maar het is dus waar, mensen. Er valt geen andere conclusie te trekken uit de woensdag gepubliceerde Eurobarometer, ik kan er ook niks aan doen.

Twee keer per jaar laat het Europees Parlement de stemming onder de Europese burgers peilen, en wat blijkt: de EU staat er heel goed op. Maar liefst 62 procent van de EU-burgers beoordeelt het lidmaatschap van hun land als positief – het hoogste percentage in bijna dertig jaar. In 2011 was maar 47 procent die mening toegedaan. Nog meer burgers, 68 procent, vinden dat hun land baat heeft gehad bij het lidmaatschap; het is 35 jaar geleden dat de EU zo hoog scoorde. Dat was toen er nog een Muur stond in Berlijn en er een IJzeren Gordijn hing dwars door het continent. Over de euro is de Europeaan ook erg tevreden, de munt is sinds 2004 niet meer zo populair geweest.

Jarenlang doodgegooid met verhalen over crisis na crisis en de burgerhaat jegens Brussel, en dan opeens dit.

In Nederland is de stemming ook prima. Alleen in Zweden, Luxemburg, Ierland en Duitsland zijn ze nóg gekker op de EU. Als er voor vandaag een Nexit-referendum was uitgeschreven, had 80 procent voor Blijven gestemd. In Nederland is 58 procent zelfs ‘totaal tevreden’ over de wijze waarop de democratie in de EU functioneert: kun je dan nog ergens óntevreden over zijn?

Hoe is dit verbijsterende peilresultaat te verklaren? De onderzoekers zelf weten het ook niet precies. De economische omstandigheden dragen bij aan de positieve stemming en er is sprake van een langjarige, maar niettemin weinig opgemerkte trend: de EU wint al sinds de tweede helft van 2013 aan populariteit. Maar de peilers denken toch vooral aan een gestage verandering van wat tegenwoordig ‘het narratief’ heet, het dominerende verhaal over de EU. Dat narratief was heel lang negatief: Brussel is duur, log, bureaucratisch, ondemocratisch, Brussel heeft lak aan de burger, bemoeit zich met onze gehaktballen en ze declareren zich daar suf. Brussel zuigt.

Dat verhaal is kennelijk aan het kantelen, zeggen de onderzoekers, en krijgt concurrentie van een positief verhaal ‘dat de burgers verbindt, een verhaal dat tegengesteld is aan het populistische geschreeuw’. Het zou kunnen. Misschien creëert elk stukgekauwd narratief na verloop van tijd, als de mensen er kotsmisselijk van zijn geworden, zijn eigen tegen-narratief.

Ik vermoed dat het eenvoudiger ligt. In het EU-rapport is sprake van een ‘stille meerderheid’. Die meerderheid gaat niet tekeer op Twitter en je ziet haar ook niet op schreeuwbijeenkomsten. Daarom heet ze ook de stille meerderheid. Ik denk dat die meerderheid bestaat uit burgers die een stuk minder dom zijn dan politici denken.

Europa staat steeds vaker voor problemen (immigratie, klimaat, Trump, Poetin, China, cyberoorlog, terrorisme, belastingzwendel, banken) die voor landen afzonderlijk niet zijn te behappen en alleen door de EU kunnen worden aangepakt. Kennelijk beseft een groeiende stille meerderheid dit, beter dan haar politieke leiders.

41 procent van de euroburgers weet wanneer volgend jaar de verkiezingen voor het Europees Parlement zijn. Zoveel betrokkenheid bij de Unie, ik sta paf.