Voorheen eenzame boerin Agnes (van Boer zoekt Vrouw) gaat het theater in

Boerin Agnes Lensing-Van de Ven uit Gasselternijveen, bekend van Boer zoekt Vrouw, gaat de theaters in. Naast haar werk als boerin wordt ze professioneel spreker. Daarmee wil ze het voortbestaan van de boerderij zeker stellen.

In de keuken van de boerderij in Gasselternijveen veegt Agnes (38) de hagelslagresten van tafel.

„Het is hier een beetje een chaos’’, verontschuldigt ze zich vrolijk.

Een eenzame boerin is Agnes allang niet meer. Een paar jaar geleden trouwde ze met grote liefde Albert (geen BzV-deelnemer). Dochter Lieke (4) zit voor de televisie en zoon Geert (2) hangt aan zijn moeders been. Agnes’ bolle buikje is onder de trui duidelijk zichtbaar. „In januari komt de derde.”

Een idyllisch plaatje, maar het leven van het jonge gezin staat al jaren op zijn kop. De oorzaak: financiële problemen, een rechtstreeks gevolg van de invoering van de fosfaatwet. Anderhalf miljoen mensen zagen afgelopen mei hoe een geëmotioneerde Agnes in het programma Onze Boerderij van Boer zoekt Vrouw-presentatrice Yvon Jaspers het voortbestaan van de boerderij in twijfel trekt.

„Ik had het anders verwacht.”

Heel Nederland zag je in tranen. Heb je lang nagedacht over je deelname aan het programma?

„Nee. Ik heb na Boer zoekt Vrouw altijd contact gehouden met Yvon. Ze benaderde me over haar nieuwe programma, waarin ze wilde laten zien hoe het leven op de boerderij er echt aan toe gaat. Ik vind het belangrijk dat mensen zien wat we voor onze kiezen krijgen. Bovendien: mijn verhaal is niet alleen van mij. Er zijn achthonderd boeren die in precies hetzelfde schuitje zitten. Ik dacht: als ik dan degene ben die die minder mooie kant moet laten zien, dan is dat zo.”

Je theatertour is een direct gevolg van het programma. Hoe zit dat?

„Het aantal reacties dat we na afloop kregen was ongelofelijk. Overal in het land wilden mensen ons helpen. Met spullen, maar ook met ideeën om verder te komen.” Eén van de mensen was professor Peter Peters, als nanobioloog werkzaam voor de universiteit van Maastricht. ‘Jij moet je verhaal gaan vertellen’, mailde hij.

„Ik reageerde er niet meteen op, in die periode wilden meer mensen wat van me”, vertelt ze. Maar Peters’ mail laat haar niet los. „Ik had net een cursus afgerond als dagvoorzitter, zijn idee sprak me aan. Ik heb hem terug gemaild en verteld over de cursus. Hij reageerde met: in dat dagvoorzitterschap moet je het niet zoeken. Je moet je eigen verhaal vertellen.”

De professor in de nanobiologie en de boerin spreken af. Peters wil Agnes helpen om een zelfstandig spreker te worden. Het klikt en een plan voor een kleine theatertour is snel gemaakt. Hun verhalen sluiten op elkaar aan, vinden ze. Drie theaters zijn enthousiast over het plan, maar de lezing is niet zomaar gemaakt. Agnes krijgt huiswerk. De weken die volgen schrijft ze haar levensverhaal op en ontleedt ze haar eigen karakter.

Wat vond je ervan, om jezelf zo te bestuderen?

„Moeilijk! Ik heb er eigenlijk nooit bij stilgestaan dat mijn verhaal bijzonder is. Voor jezelf is alles heel vanzelfsprekend – wat je nu doet, maar ook de keuzes die je in het verleden hebt gemaakt. Maar ja, ik ben wel een van de weinige vrouwen die het boerenbedrijf van haar ouders heeft overgenomen. Wat ik behoorlijk confronterend vond was het opschrijven van mijn kwaliteiten en daar vervolgens voorbeelden bij zoeken. Ik ontdekte bijvoorbeeld dat ik altijd snel in de verdedigende rol schiet. Van jongs af aan heb ik mezelf moeten verdedigen. Vriendinnetjes kwamen nooit bij mij spelen omdat de boerderij te ver weg was. We gingen niet op vakantie, vanwege de boerderij. In het weekend stonden mijn ouders niet de hele dag bij het sportveld. Dat verdedigde ik altijd. Terwijl ik eigenlijk hartstikke trots ben op de boerderij.”

Klots, klots, klots.

Lieke stapt met grote passen voorbij. Het rossige meisje heeft een tasje onder de arm, de grote schuiten van Albert aan haar kleine voetjes.

Agnes kijkt haar glimlachend na.

„Ik ben heel tevreden over de presentatie die ik ga geven. Mijn opvoeding is er een belangrijk onderdeel van. Opgroeien in een boerengezin is toch anders dan anders. Als klein meisje van een jaar of 8, 9, werd er bijvoorbeeld een stierkalfje geboren. Het diertje was veel te klein, had het moeilijk. Ik wilde hem graag verzorgen, mijn ouders vonden het goed. Hij had nauwelijks overlevingskans. Met een poppenflesje gaf ik hem acht, negen keer per dag melk. Maar ja, het was een stierkalfje. Die konden we niet houden. Na zes weken was Zwartje, zo had ik hem genoemd, aangesterkt en moest hij weg, naar een andere kalverhouder. Mijn ouders beloofden me een cadeau als ik niet zou huilen. Op dat moment heb ik me sterk gehouden. ‘s Nachts in bed was ik ontroostbaar. Als boer moet je van dieren houden, maar ook afscheid nemen. Het is een les die de meeste kinderen niet leren.”

Ze schuift haar benen onder zich. Haar armen liggen kruislings over elkaar. Ze oogt onverzettelijk. „Ik wil ook vertellen hoe het is om vrouw en ondernemer te zijn. Ik kom heel zelfverzekerd over. Maar wat mensen niet zien zijn de lijstjes met plussen en minnen. Het eeuwige wikken en wegen. En altijd de vraag: wanneer doe je het goed?”

Ze lacht.

„Dat is wel typisch iets voor vrouwen, denk ik. Toch zijn vrouwen in sommige dingen veel beter dan mannen, wij luisteren bijvoorbeeld beter naar ons onderbuikgevoel.”

Toen het team van Onze boerderij opnames kwam maken beleefden jullie je dieptepunt.

„De week waarin zij kwamen filmen was één van de heftigste weken van mijn leven. In februari bleek dat er geen compensatieregeling zou komen voor boeren die in de problemen zitten doordat wordt vastgehouden aan de peildatum. Ook bij banken kregen we nul op het rekest, zij zagen geen toekomstperspectief. Drie koeien braken in dezelfde week op mysterieuze wijze allemaal een achterpoot, waardoor we afscheid van ze moesten nemen. Onze hond, die nooit wegliep, was ineens verdwenen. Een kilometer verderop kwam hij onder een auto terecht. En de stress van de cameraploeg… Ik hoop zo’n week nooit meer mee te maken. Toch ben ik trots op wat ik heb bereikt. Er zijn veel mensen die commentaar hebben. Maar ik heb voldaan aan elke regel van de wet.”

Had ik dit van tevoren geweten, dan had ik andere keuzes gemaakt

Agnes’ gezichtsuitdrukking verandert.

„Er zijn mensen die zeggen: je had dit kunnen verwachten. Dat slaat echt nergens op”, zegt ze fel. „Dan had ik mezelf en mijn gezin toch niet zo in de sores gewerkt?”

Om die problemen te begrijpen moeten we terug naar 2015. Dan wordt, tot opluchting van veel boeren, het melkquotum afgeschaft. Bekend is dat er alternatieve regels komen.

„Ja, wij wisten dat ook. Maar wij dachten aan een mestquotum, waarbij je maar een bepaalde hoeveelheid mest per hectare mag uitrijden. Daarom zijn mijn ouders ook vanuit Brabant naar Drenthe verhuisd. In Brabant hadden ze niet genoeg ruimte. Hier wel. We hadden overal rekening mee gehouden, dachten we.”

In 2015 neemt Agnes het bedrijf van haar ouders over, samen met haar vier jaar oudere zus Marieke. Agnes doet de praktische bedrijfsvoering, Marieke de administratieve.

De zussen willen vooruit. „We bouwden een nieuwe stal.”

Daaronder ligt een goed doordacht en toekomstbestendig bedrijfsplan, weten ze. Gebaseerd op het houden van 180 koeien. „Toen kwam de fosfaatwetgeving, met bijbehorende peildatum van juli 2015. Op dat moment liepen hier 110 koeien rond. De hoeveelheid melk die onze koeien produceerden, werd ook nog eens onderdeel van de nieuwe fosfaatwet. Het komt erop neer dat we maar honderd koeien mogen houden. Dat gat van tachtig heeft voor de nodige problemen gezorgd”, zegt ze sarcastisch.

„Had ik dit van tevoren geweten, dan had ik andere keuzes gemaakt. Misschien had ik de boerderij niet eens overgenomen.” Ze zal het gedurende het gesprek een keer of drie herhalen.

Boeren die door de peildatum in de problemen raken, hopen massaal op een compensatieregeling. Ze voelen zich niet gehoord, genegeerd.

Boerin vond professor

Samen met professor Peter Peters voert Agnes Lensing-Van de Ven drie keer het programma Boerin vond professor op. Morgen (28 oktober) is de aftrap in Arnhem. Daarna volgen Weert (zondag 4 november) en Assen (zondag 18 november).

Wat voor effect had het uitblijven van een compensatieregeling op jou?

„Ik vind het zo onrechtvaardig. Van dit soort dingen gaan mijn nekharen recht overeind staan. Zulk onrecht wil ik bevechten. Maar wel op een tactische manier. Dus ben ik gaan schrijven.”

Ze schrijft staatssecretaris Martijn Van Dam van economische zaken. „Toen ik erachter kwam dat hij niet uit een boerenfamilie komt heb ik hem uitgenodigd op de boerderij. Veel mensen denken bij koeien melken nog steeds aan een boer die op een krukje aan de uiers van een koe zit te trekken. Ik dacht: laat hem maar eens ervaren hoe het er in het echt aan toe gaat. Hij kwam niet. Drents gedeputeerde Henk Jumelet wel. Hij kon niks voor me doen, maar ik heb wel bereikt wat ik wilde: het gesprek aangaan, laten zien waar we mee bezig zijn.”

Brieven

De brieven brengen haar naar Den Haag, zelfs naar Brussel. „Op een gegeven moment is een werkgroep in het leven geroepen. We zijn meerdere keren naar het ministerie geweest, daar voerden we constructieve gesprekken. We gingen er vanuit dat er íets van compensatie zou komen. Een fractie, iets van genoegdoening. Halverwege mei bleek het toch allemaal voor niks. Die terugreis van Den Haag naar huis was niet leuk. Ik weet nog dat ik dacht: dan gaan we wel naar het buitenland.”

Het blijft drie uur lang door haar hoofd spoken, maar thuis is het van tafel.

„Als 15-jarig meisje riep ik al: ik ga naar Canada, zonder er ooit te zijn geweest. Voor mijn opleiding heb ik stage gelopen in Denemarken, bij een Nederlandse boer. Die zei tegen me: je hebt daar in Drenthe de ruimte, je familie. Als je daar niet kan boeren, dan kan het ergens anders helemaal niet. Dat heb ik wel in mijn oren geknoopt.”

Vanuit het grote keukenraam kijkt Agnes uit op een uitgestrekt weiland.

Geen huizen te zien, alleen de weidsheid van de Veenkoloniën. En de zwarte oortjes van de nieuwe hond. Mike rent rondjes om het huis heen.

„Nee, emigratie is geen serieuze optie.”

Agnes en Albert zijn ondertussen in actie gekomen. Afgelopen jaar namen ze afscheid van 66 koeien en 40 kalveren en pinken. „We moeten aan het quotum voldoen. Een boete betalen is geen optie, de onzekerheid nekt ons. Omdat ik in de eerste helft van het jaar nog wat teveel koeien had rondlopen moesten er dieren weg. Het buitenland wil de jonge dieren niet hebben. Het breekt je hart. Alle boeren in Nederland hebben hetzelfde probleem, maar het is niet iets waar boeren graag over praten. Je wordt geen boer om gezonde dieren naar de slacht te brengen.”

Haar ogen worden vochtig en ze strijkt met haar handpalm een traan weg. „Ook die week in juni, toen we de laatste gezonde dieren wegbrachten, wil ik echt niet meer meemaken.”

Verwacht je nog iets van de politiek?

„We hebben in elk geval weer een minister van landbouw. Zij kan de wereld natuurlijk ook niet meteen veranderen. Maar ik hoop dat ze ervoor kan zorgen dat de meerwaarde van onze sector weer bij mensen in het vizier komt. Overal wordt de agrarische sector van ons land geroemd. Behalve in Nederland zelf. Waardering doet mensen goed.”

Hoe kijk je naar die andere Drentse mediaboerin, Eline Vedder?

„Ik heb alleen maar respect voor wat ze doet. Hoe meer mensen de boodschap verkondigen, hoe beter. Ik denk dat we elkaar aanvullen.”

Dit jaar kunnen ze het uitzingen. Een gedeelte van de grond is verhuurd aan een akkerbouwer, de oude stal wordt binnenkort verbouwd tot ontvangstruimte. „Voor schoolklassen en andere groepen die hier een kijkje willen nemen. Ook gaan we die verhuren als vergaderruimte.”

Ze zucht.

„Albert maakt lange dagen. Eerst is hij hier aan het werk, dan de hele dag bij de baas, dan weer hier. Door de stress heb ik last van mijn rug, ik kan niet al het zware werk meer doen. Het gaat al drie jaar zo. Ik hoop echt dat we het dieptepunt hebben gehad. Het is echt noodzaak dat onze plannen snel definitief worden.”

Wat verwacht je van het theaterprogramma?

„Ik hoop dat daar weer mooie dingen uit komen. Het programma is een beetje college-tourachtig. We hebben er muziek bij, ik vertel mijn verhaal en de professor ook. Ook heb ik een boekwerkje gemaakt van mijn levensverhaal, dat verkoop ik. Het was de bedoeling dat de opbrengst van de kaartverkoop naar de boerderij zou gaan. Maar eerlijk: de kaartverkoop valt behoorlijk tegen. Zoals het nu lijkt moet er geld bij. Mensen reageren wel heel enthousiast. Ik vind het spannend om me helemaal bloot te geven, maar ik heb er zin in. Ik zie het maar als investering. Je moet wel zelf de weg op gaan. Als je langs de kant blijft staan gebeurt er niks.”

Wat hoop je te bereiken met het vertellen van je verhaal?

„Ik wil het bewustzijn rondom het boerenbestaan vergroten. Niet-boeren zijn daar echt wel in geïnteresseerd, maar zodra ze in de supermarkt staan is de verleiding van goedkoop vlees bijvoorbeeld te groot. Wat dat betreft is er nog veel te halen. Kijk, welke keuzes je maakt moet je zelf weten. Ik veroordeel niet of je kiest voor een stuk vlees van 3 of 6 euro. Helemaal niet. Maar het verhaal achter het vlees kennen, weten hoe het geproduceerd wordt, dat is belangrijk. Daaraan wil ik bijdragen.”

Paspoort

Naam: Agnes Cornelia Maria Lensing-van de Ven

Geboren: 2 juni 1980, Geldrop

Opleiding: vwo, zootechniek aan de Wageningen Universiteit (1 jaar); veehouderij aan HAS Hogeschool in Den Bosch (3 jaar)

Carrière: sinds 2003 werkzaam op de boerderij van haar ouders in Gasselternijveen. In 2015 neemt Agnes de boerderij over, samen met zus Marieke.

Agnes doet in 2007 mee aan het derde seizoen van Boer zoekt Vrouw.

Privé: woont met man Albert, dochter Lieke (4), zoon Geert (2) in Gasselternijveen. Agnes is in verwachting van hun derde kind.