De Jodenvervolging in foto’s – Nederland 1940-1945

Intimidatie van de Joden in Amsterdam (1940)
Bij WBooks verscheen deze week het indrukwekkende boek De Jodenvervolging in foto’s van René Kok en Erik Somers van het NIOD. Het boek toont een groot en representatief overzicht van de fotografische vastlegging van de Jodenvervolging. De beelden laten op indringende wijze de gevolgen van de anti-Joodse maatregelen in bezet Nederland zien. Ze getuigen van het genadeloze optreden van de Duitse bezetter, de medewerking van Nederland aan deportaties, maar ook van de hulp aan onderduikers en van het dagelijkse Joodse leven tijdens de bezetting. Op Historiek een fragment uit het boek, over de intimidatie van Joden in de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog.

Intimidatie

Op 12 maart 1941 hield dr. Arthur Seyss-Inquart in het Amsterdamse Concertgebouw een lange toespraak. De Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied sprak dreigende taal

‘De Joden zijn voor ons geen Nederlanders. Ze zijn vijanden met wie wij noch tot een wapenstilstand noch tot een vrede kunnen komen (…) Wij zullen de Joden slaan waar wij ze raken kunnen, en wie met hen meegaat, heeft de gevolgen te dragen.’

De dreiging van de Jodenvervolging was vanaf de Duitse inval direct voelbaar, ook al leek de Duitse aanpak de eerste maanden van de bezetting mild. Hitler stelde in het bezette Nederland een burgerlijk bestuur in, met aan het hoofd de Oostenrijker dr. A. Seyss-Inquart. De Rijkscommissaris kreeg een dubbele opdracht: hij moest ervoor zorgen dat het ‘bloedverwante volk’ een maximale bijdrage zou leveren aan de Duitse oorlogsinspanning en tegelijk warm gemaakt zou worden voor de ‘zegeningen’ van het nationaalsocialisme.

De Jodenvervolging in foto's - Nederland 1940-1945
De Jodenvervolging in foto’s – Nederland 1940-1945

Vanaf het najaar van 1940 begon de Duitse bezetter steeds meer maatregelen te nemen om de Joden, precies zoals in Duitsland het geval was, op maatschappelijk en economisch vlak te isoleren. In november werden Joden uit overheidsfuncties verwijderd. Drie maanden later moesten alle in Nederland wonende Joden zich verplicht laten registreren. Daarmee was het ‘doelwit’ in kaart gebracht en kon de eerste stap worden gezet naar een totale uitsluiting uit de samenleving.De straatterreur van de Nederlandse nationaalsocialisten tegen Joden nam in hevigheid toe. Bedreigingen, vernielingen en molestaties waren aan de orde van de dag. Vooral in Amsterdam kwam het tot gewelddadige confrontaties. De paramilitaire Weerafdeling (WA) van de NSB marcheerde provocerend door de Amsterdamse Jodenbuurt en dwong horecagelegenheden plakkaten op te hangen met de tekst ‘Joden niet gewenst’. Bij het minste of geringste sloegen zij erop los. Bij een van de vele vechtpartijen raakte een WA-man dodelijk gewond. In reactie daarop sloten de Duitse autoriteiten in alle vroegte de Joodse wijk af met prikkeldraadversperringen. Naar aanleiding van een reeks incidenten gaf een ontstemde SS-leider Himmler vanuit Berlijn opdracht enkele honderden Joodse mannen op te pakken. Op 22 en 23 februari 1941 was de eerste razzia op Joden in bezet Nederland een feit. Uit protest tegen het brute optreden van de Duitse politie brak in Amsterdam een werkstaking uit die oversloeg naar omliggende plaatsen: de Februaristaking. De Duitsers waren volledig verrast. Maar eenmaal van de schrik bekomen, grepen ze hard in. Aan het einde van de tweede stakingsdag was de weerstand van de stakers gebroken en werd de orde hersteld. Niet eerder was het in een bezet land voorgekomen dat er massaal protest uitbrak tegen de Duitse onderdrukker.

Amsterdam, februari 1941. Prikkeldraadversperring op de Bushuissluis over de Kloveniersburgwal.
Amsterdam, februari 1941. Prikkeldraadversperring op de Bushuissluis over de Kloveniersburgwal. Collectie Joods Historisch Museum

Identificeren

Stapf Bilderdienst, NIOD
Bron: Stapf Bilderdienst, NIOD

Amsterdam, 10 mei 1940. De Joodse persfotograaf Sem Presser moet op de dag van de Duitse inval op de Singel zijn papieren tonen aan twee leden van de Burgerwacht, gekleed in oude Franse legeruniformen. De angst voor spionnen en verraders was groot. Iedereen kon worden aangezien voor een Duitse spion of een Nederlandse verrader (‘de vijfde colonne’).Presser werkte vanaf 1937 zelfstandig onder de naam Algemeen Nederlands Foto Persbureau. In 1942 dook hij onder in Arnhem. Tijdens de Slag om Arnhem in 1944 ging Presser weer fotograferen. Hij legde de landingen van Engelse parachutisten vast en de daarop volgende gevechtshandelingen in de binnenstad van Arnhem. Zijn verstopte negatieven vond hij evenwel niet terug. Na de bevrijding van de Gelderse hoofdstad in april 1945 vertrok Presser naar het bevrijde Zuid-Nederland, waar hij door het Militair Gezag als oorlogsfotograaf ingedeeld werd bij de staf van het Algemeen Nederlandsch Fotobureau (Anefo). Op 5 mei 1945 was Presser aanwezig bij de capitulatieonderhandelingen tussen Duitsers en Canadezen in Hotel de Wereld in Wageningen.

Na de oorlog groeide Sem Presser uit tot een van de meest vooraanstaande persfotografen van Nederland.

Bron: N.V. Vereenigde Fotobureaux, NIOD

Eerste anti-Joodse maatregel

Amsterdam, mei 1940. Een Joods lid van de Luchtbeschermingsdienst brengt tape aan op de winkelruit van een Joodse slager om bij bominslag het gevaar van rondslingerend glas te beperken. De eerste officiële anti-Joodse maatregel in bezet Nederland was het verwijderen van Joden uit de Luchtbeschermingsdienst. In een brief, gedateerd 1 juli 1940, deelde de Generalmajor der OrdnungspolizeiSchumann de dienst mee dat alle Joden binnen twee weken dienden te verdwijnen. Motivatie was de actieve rol die Joodse leden twee dagen eerder zouden hebben gespeeld bij anti-Duitse demonstraties op de verjaardag van de, samen met zijn gezin en koningin Wilhelmina, naar Londen uitgeweken prins Bernhard (Anjerdag).

Vechtpartijen op het Amstelveld

Vechtpartijen op het Amstelveld. Foto: NIOD

Amsterdam, 9 september 1940. De maandagochtendmarkt op het Amstelveld was voor de oorlog een van de bekendste Amsterdamse markten. Er werd van alles verkocht: textiel, sigaren, vis, boeken, jonge hondjes en kippen. Begin september 1940 raken NSB’ers op de markt slaags met omstanders. De Nederlandse nationaalsocialisten hebben de aanval ingezet op Joodse marktkoopmannen, omdat zij vinden dat die worden bevoordeeld boven ‘Arische’ collega’s. Tien à twaalf kramen met koopwaar gaan omver. In korte tijd verandert de markt in een complete chaos. Politie te paard voert charges uit en ontruimt het marktterrein. Een amateurfotograaf legde de gevolgen van de gewelddadigheden vast.Die avond verzamelden zich meer dan tweehonderd aanhangers van NSB-leider Mussert bij het plein achter een bord met de tekst ‘De doodsklok is gaan luiden, Jood, weet wat dat gaat beduiden’. NSB-krant Het Nationale Dagblad rechtvaardigde een dag later hun optreden. Volgens het dagblad was Amsterdam verworden tot een stad ‘waar de markten wemelden van schreeuwende en scheldende joden …’. De vechtpartijen op het Amstelveld bleven niet zonder gevolgen. De bezetter bepaalde tegen de zin van de gemeente dat de markt voorlopig gesloten werd.

Vechtpartijen op het Amstelveld. Foto’s: NIOD

Joden niet gewenst

Amsterdam, december 1940. WA’ers hebben bij de toegangsdeur van een lunchroom een bordje geplaatst met de mededeling dat Joodse klanten niet langer welkom zijn. Tegen het einde van 1940 verschenen vooral in de grote steden in hotels, restaurants en cafés steeds vaker bordjes met de tekst ‘Joden niet gewenst’. Vrijwel alle eigenaren van horecagelegenheden zwichtten voor de druk van de Nederlandse nationaalsocialisten. Intimidatie en chantage waren onderdeel van de WA-praktijken. Met de komst van de Duitse ‘Kameraden’ voelde de organisatie zich gesterkt om op eigen gezag orde op zaken te stellen. Straatterreur tegen Joden nam toe, waarbij de Duitse bezettingsautoriteiten en de Nederlandse politie bewust of onbewust niet ingrepen, of pas heel laat in actie kwamen.

Bron: Fotodienst der NSB, NIOD
Bron: Fotodienst der NSB, NIOD

Toegang verboden

Amsterdam, januari 1941. Het originele bijschrift van deze persfoto luidde: ‘In Amsterdam verbieden behoorlijke restaurants, theaters enz. joden den toegang. De eerste slagerij te Amsterdam, die joden den toegang weigert.’

Bron: Stapf Bilderdienst, NIOD
Bron: Stapf Bilderdienst, NIOD

Beelden van de Amsterdamse razzia

Bron: NIOD en Collectie Jon van der Maas
Bron: NIOD en Collectie Jon van der Maas

Na een reeks gewelddadige incidenten in de Amsterdamse Jodenbuurt geeft een ontstemde SS-leider Himmler vanuit Berlijn bevel voor een strafexercitie. Honderden Joodse mannen tussen de 20 en 35 jaar moeten worden opgepakt: de eerste razzia op Joden in Nederland.Op zaterdagmiddag 22 februari 1941 rijden Duitse overvalwagens met zeshonderd zwaar bewapende leden van de Ordnungspolizei de Amsterdamse Jodenbuurt binnen. Willekeurige Joodse mannen worden aangehouden en op het Jonas Daniël Meijerplein hardhandig bijeen gedreven. De slachtoffers worden getreiterd en vernederd. In tien grote legergroene vrachtwagens worden de opgepakte mannen weggevoerd. De volgende ochtend zet de Ordnungspolizei zijn werk voort. Via het interneringskamp kamp Schoorl in Noord-Holland en het Duitse concentratiekamp Buchenwald worden 427 mannen naar het beruchte kamp Mauthausen in Oostenrijk weggevoerd. Slechts twee van hen overleefden de oorlog.

Een onbekend gebleven Duitser maakte 21 foto’s van de razzia. Ze werden aan het rapport voor Himmler toegevoegd. De Ordnungspolizei bracht de negatieven naar fotohandel Lux in de Roelof Hartstraat in Amsterdam. Daar maakte een personeelslid samen met zijn broer een extra set afdrukken. De broer, H.C. Damen, nam de opnames mee naar huis en verstopte ze op een veilige plek. Hoewel later illegaal actief, durfde hij de foto’s tijdens de resterende bezettingsjaren niet in omloop te brengen. Pas tegen het eind van de oorlog hebben een paar opnames toch Londen bereikt. Het voor de Nederlandse gemeenschap in Engeland verschijnende weekblad Vrij Nederland drukte op 14 april 1945 in de rubriek ‘Nieuws uit bezet gebied’ twee foto’s van de razzia af onder de kop ‘Slavenjacht te Amsterdam’. Bijschrift: ‘Droef en eentonig is het schier eindeloos verhaal van de Duitse razzia’s in Nederland. Veel is erover geschreven, veel is erover gesproken. Welsprekender dan woorden echter zijn deze foto’s, in het geheim te Amsterdam genomen, van de wijze waarop de Duitschers ons volk vernederen, mishandelen. Maar het uur der vergelding naakt.’

Als bron wordt de Londense krant The News Chronicle vermeld. Het is onduidelijk hoe deze krant aan de foto’s is gekomen. Zijn er in 1941 bij fotohandel Lux in Amsterdam nog meer afdrukken gemaakt? Of is de redactie in het bezit gekomen van een afschrift van het rapport dat in 1941 door de Ordnungspolizei aan opdrachtgever Himmler werd gestuurd? Het blijft gissen.

Na de Duitse capitulatie waren de door H.C. Damen al die jaren bewaarde foto’s van de razzia voor het eerst te zien in Amsterdam in de grote overzichtstentoonstelling van het voormalige verzet: ‘Weerbare Democratie’. Na afloop daarvan bracht Damen ze onder bij het direct na de bevrijding opgerichte Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. De reeks foto’s behoort ontegenzeglijk tot de iconische beelden van de Jodenvervolging in Nederland.

René Kok en Erik Somers

Boek: De Jodenvervolging in foto’s – Nederland 1940-1945

Bestel dit boek bij: Scroll naar beneden.

Vervolging en deportatie van Joden in Nederland 1940-1945

Ze doen ons niets – Vervolging en deportatie van de Joden in Nederland 1940-1945

Over de Jodenvervolging in Nederland is vrijwel elk aspect al onderzocht. Al in 1965 verscheen hierover het tweedelig boek van Jacques Presser, getiteld Ondergang, dat diverse malen herdrukt werd. Nog vorig jaar van de hand van Frits Boterman het standaardwerk Duitse daders (2016) uitkwam. Hoewel deze boeken zeer degelijk zijn, zijn ze minder toegankelijk dan een recent bij Uitgeverij Boom uitgebracht boek over hetzelfde thema: Ze doen ons niets (2016).

Ze doen ons niets - Vervolging en deportatie van de Joden in Nederland 1940-1945
Ze doen ons niets – Vervolging en deportatie van de Joden in Nederland 1940-1945

De volledige titel van het boek, geschreven door historica Carry van Lakerveld en graficus Victor Levie, is: ‘Ze doen ons niets’. Vervolging en deportatie van de joden in Nederland 1940-1945. Het boek is thematisch opgezet, uitbundig geïllustreerd, leest vlot weg en vat de belangrijkste kennis over de Jodenvervolging samen.Ze doen ons niets opent met een hoofdstuk over de geschiedenis van de Joden in Nederland, gevolgd door een achttal hoofdstukken over het lot van de Joden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.

Ruime aandacht is er voor fenomenen als onderduiken, het verzet tegen de nazi’s, Nederlandse concentratiekampen (zoals Amersfoort, Vught en Westerbork), kampen in het buitenland en de terugkeer van Joden na de bevrijding, die voor veel betrokkenen allerminst aangenaam verliep.-

Joden in Nederland

In het eerste hoofdstuk worden interessante mededelingen gedaan over de geschiedenis van het jodendom in Nederland. Over de aanwezigheid van Joden in West-Europa zijn slechts schaarse gegevens bekend. De eerste aanwijzingen – echt hard bewijsmateriaal ontbreekt echter – van Joodse aanwezigheid in steden als Keulen, Trier en Mainz dateert uit de vijfde eeuw. Vermoedelijk in de tweede helft van Middeleeuwen kwamen de eerste Joden in de Noordelijke Nederlanden terecht:

Het oudst bekende bewijs van de aanwezigheid van Joden in de Noordelijke Nederlanden bevindt zich in Maastricht waar in 1295 een Jodenstraat wordt vermeld. Ook nu nog bevinden zich in bijna alle Nederlandse provincies Jodenstraten met uitzondering van Friesland. In Utrecht wordt in 1438 een Jodenrye genoemd. Het straatje in het centrum van de huidige stad heet nog steeds Jodenrijtje. (14)

Uiteraard krijgt in dit hoofdstuk ook de Grote Pest of Zwarte Dood (1347-1352) aandacht, die in de Nederlanden in diverse steden leidde tot moordpartijen op Joden. De Sefardische Joden (uit Spanje en Portugal) waren eind zestiende eeuw de eerste grote groep Joden die zich in Nederland vestigden. In de jaren 1730 en 1740 volgden ook de komst van Asjkenazische Joden uit Midden- en Oost-Europa. Relatief gezien genoten de Joden in de Republiek een behoorlijke vrijheid. De Nederlandse tolerantie ten opzichte van deze nieuwkomers hing zeker ook samen met de handel, commercie en contacten die de Joden meenamen.

De Ariërverklaring
De Ariërverklaring

Oorlog en vervolging

Na de Nederlandse capitulatie in mei 1940 leek het aanvankelijk mee te vallen met de pogroms. Veel van de circa 140.000 Joden in Nederland dachten aanvankelijk over de nazi’s: ‘Ze doen ons niets’. Maar vanaf de zomer van 1940 begonnen geleidelijk de eerste anti-Joodse maatregelen door te komen:

Sinds de zomer werden stap voor stap maatregelen getroffen om de Joden te isoleren. Op 1 juli kwam het bevel dat alle Joden, alle onderdanen van staten met Duitsland in oorlog en alle anti-Duits gezinde Nederlanders moesten verdwijnen uit de Luchtbescherming. Deze dienst moest als het ’s avonds donker was controleren of er wel goed was verduisterd, zodat geen streepje licht uit de ramen kon schijnen waarop geallieerde bommenwerpers zich konden oriënteren. (60)

Hierna volgden, onder meer, op 31 juli een verbod op ritueel slachten, eind augustus 1940 viel het besluit om geen Joden meer in overheidsdienst benoemd konden worden, gevolgd door een verplicht in te vullen Ariërverklaring voor overheidspersoneel begin oktober 1940. Op 14 september waren Joden uitgesloten van markten, gevolgd door het instellen van Joodse markten in Amsterdam in november 1941. En zo ging de uitsluiting van de Joden door de nationaalsocialisten verder en verder, uitlopend op de deportaties via Westerbork die aan 102.000 Nederlandse Joden (circa 75 procent van het totale aantal) het leven zou kosten.

Over het lot van Joden in Rotterdam lezen we in het boek:

“De Rotterdamse Joden moesten zich in 1942 melden bij Loods 24 op het terrein van de voormalige Gemeentelijke Handelsinrichtingen aan de Stieltjesstraat. Er woonden toen ongeveer 12.000 Joden in de stad. (…) Net als in Amsterdam gehoorzaamde slechts een beperkt aantal mensen aan het bevel zich bij het meldpunt te vervoegen. Er kwamen 1120 personen. (…) Het eerste transport naar Westerbork was op 31 juli 1942. In september stelde de Duitse bezetter zelf een transport samen van joodse Rotterdammers afkomstig uit Duitsland en Oost-Europa. Op 8 oktober ging er een transport met Joden tussen 60 en 96 jaar via Loods 24 naar Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen. Een week later werden de vrouwen en kinderen van degenen die al op transport waren gesteld, opgepakt en weggevoerd. En zo ging het verder, langzaam maar zeker. De bezetter begon eind oktober 1942 Joden van huis op te halen. Op 26 februari 1943 volgde het weeshuis, het bejaardenhuis en het joodse ziekenhuis, in totaal 269 mensen, mannen, vrouwen, gezond of ziek, jong en oud, ook baby’s.” (103)

Geëmigreerde Duitse Joden worden in Amsterdam opgepakt, juni 1940 (cc - Bundearchiv)
Geëmigreerde Duitse Joden worden in Amsterdam opgepakt, juni 1940 (cc – Bundearchiv)

Kille ontvangst: ‘de tijd van de kleine Shoah’

De Joden die vernietigingskampen als Auschwitz en Sobibor overleefden, kregen na terugkeer in Nederland dikwijls een kille ontvangst en hadden veel moeite weer mee te draaien in de samenleving. Dikwijls waren ze hun oude huis en spullen kwijt, die gewoon door anderen waren ingepikt. Ze hadden ook moeite om hun kinderen, als ze die hadden laten onderduiken, terug te krijgen.

De historicus Isaäc Lipschits (1930-2008), die in 1971 hoogleraar Eigentijdse Geschiedenis in Groningen werd, constateerde eens dat het antisemitisme na de Tweede Wereldoorlog scherper leek dan voor die tijd:

“De Joden die de Shoah hadden overleefd, zullen zich tijdens de oorlog wel eens afgevraagd hebben hoe het na de oorlog zou zijn. Als zij hoge verwachtingen hadden over hun opvang, dan kwamen zij bedrogen uit. Die opvang was kil, bureaucratisch, vijandig en vernederend, zo teleurstellend, dat ik de naoorlogse periode de tijd van de kleine Shoah noem.” (232)

Enne Koops

Boek: Ze doen ons niets – Carrie van Lakerveld en Victor Levie
Meer boeken: Boeken over de Jodenvervolging
Lees ook: Artikelen over de Jodenvervolging
Of lees… Jiddische woorden in het Nederlands

Bestel dit boek bij:

Bestel dit boek bij de Historiek Geschiedeniswinkel