Discussiestuk:
Liberalisme dat werkt voor mensen
Klaas Dijkhoff

2
LIBERALISME DAT WERKT VOOR MENSEN
“Het liberalisme is de drager van de vooruitgang.” P.J.Oud
Onze mooie partij kent geen dogma’s, maar heeft duidelijke ideologische wortels: het liberalisme.
Een ideaal gericht op de vrijheid en het welzijn van elk mens, zonder vastomlijnde blauwdruk van het leven of de maatschappij.
Hoe we die vrijheid het beste kunnen bevorderen, welke middelen het meest effectief zijn om het welzijn van de Nederlanders te bevorderen, welke problemen de meeste aandacht verdienen, dat zijn zaken die afhangen van tijd en omstandigheden.
Het is tijd om daar samen een goede discussie over te voeren. Om meer te doen dan voor de verkiezingen van 2021 ons verkiezingsprogramma wat op te frissen. Om dieper na te denken en te discussiëren over hoe we Nederland zien, wat er nodig is om de vrijheid te behouden en te vergroten en voor welke mensen wij er specifiek zijn.
Om de discussie op gang te brengen stel ik in dit stuk vooral te kiezen voor de middenklasse van Nederland. Voor al ons goed volk, de harde werkers, de doeners die ons land overeind houden. Deze Nederlanders verdienen als eerste onze aandacht en wat we besluiten moet vooral hun vrijheid en welzijn vergroten.
Ook stel ik voor om de uitkomst centraal te stellen en daarbij de middelen te kiezen die het meest effectief zijn om een liberaal Nederland te behouden en versterken. Om niet te focussen op liberale middelen en dan als vanzelfsprekend goed te accepteren wat daaruit komt. Het gaat om de gevolgen in de praktijk, die bepalen of iets een succes is of niet.
Wat ik niet voorstel is te verhuizen in het politieke spectrum. We zijn een liberale en rechtse volkspartij. We gaan niet naar links, we gaan niet verder naar rechts. De Nederlandse middenklasse zit politiek gezien rechts van het midden, waar wij ons als volkspartij thuisvoelen en waar ons thuis blijft.
Het gaat erom te kijken welke veranderingen om ons heen vragen om oplossingen en wellicht nieuwe standpunten. Hoe we ervoor zorgen dat we weer het gevoel hebben dat onze kinderen en kleinkinderen in een nog fijner Nederland leven en het beter kunnen hebben dan wijzelf.
Het doel van de discussie is een basis leggen waarop we later met concrete standpunten ons verkiezingsprogamma bouwen. Zodat Nederlanders weten hoe we erover denken en wat we willen gaan doen. Als genoeg Nederlanders ons hun vertrouwen schenken, dan bewegen we ons mooie land de goede kant op. Dan bereiken we vooruitgang.

INHOUD
1. LEIDENDE PRINCIPES 4
1.1. Vrijheid 4
1.2. Verantwoordelijkheid 4
1.3. Wederkerigheid 4
1.4. Gelijkwaardigheid 5
1.5. Verdraagzaamheid 5
2. MIDDEL VS DOEL 6
3. LUXE ALS LAST 7
4. VOOR WIE ZIJN WE ER 9
5. WAKEN VOOR DOGMA’S 11
3

4
1. LEIDENDE PRINCIPES
VRIJHEID
De vrijheid van elk mens staat voor ons voorop. Meteen merken we daarbij op dat deze vrijheid niet onbegrensd is. Ze houdt in elk geval op waar de vrijheid van anderen wordt geraakt. Een botsing van vrijheden levert nog geen oplossing op. Daarom hebben wij liberalen ook andere normen en waarden om een vrijheidsconflict te beslechten. Veelal ligt de oplossing in het toepassen van de kernwaarden verantwoordelijkheid, wederkerigheid en verdraagzaamheid.
Een ander aspect van vrijheid dat actieve bescherming behoeft, is beperking van vrijheid door maatschappelijke actoren met macht. Traditioneel komt voor een liberaal dan als eerste de publieke machthebber in beeld. Oftewel: de overheid. In toenemende mate wordt de mogelijkheid om persoonlijke vrijheden ten volle te genieten bepaald door private actoren met veel maatschappelijke macht. In die sfeer kan de overheid juist tegenwicht bieden en persoonlijke vrijheid waarborgen. Bescherming van de persoonlijke vrijheid tegen machtige partijen staat dus in deze tijd niet gelijk aan ‘bescherming tegen de overheid’. Dit is nog steeds relevant, maar daarbij komt ‘bescherming door of via de overheid’ tegen privacyinbreuken, uitsluiting van delen van de markt, discriminatie of betutteling. Juist op dit soort terreinen, is een liberale herwaardering van de overheid nodig.
VERANTWOORDELIJKHEID
“Met vrijheid komt verantwoordelijkheid”, zegt een liberaal. Rationeel klopt dat, maar wie terugdenkt aan de momenten dat hij zich op het euforische af vrij voelde, zal dat niet meteen linken aan gevoelens van verantwoordelijkheid. Soms wordt verantwoordelijkheid beschreven als iets wat ‘erbij hoort’, als een soort strenge saaie broer van de losbandige vrijheid. Terwijl de vrijheid juist toeneemt naarmate men meer verantwoordelijkheid neemt. Het nemen van verantwoordelijkheid verkleint de noodzaak tot controle, normstelling en handhaving. Het verkleint de materiële noodzaak tot herverdeling
en het financieren van collectieve oplossingen voor problemen voortkomend uit het níet nemen van die eigen verantwoordelijkheid.
Juist in een tijdperk waarin de impact op de samenleving van elk mens potentieel groter is dan ooit, waarin men via moderne communicatiemiddelen makkelijk gehoord, gevolgd en vergezeld kan worden, is een herwaardering van de kernwaarde verantwoordelijkheid op zijn plaats. Het nemen van verantwoordelijkheid voor het welbevinden van het eigen leven en de naaste omgeving, vergroot de persoonlijke vrijheid en die van de samenleving in zijn geheel en maakt samenleven van vrije mensen mogelijk.
WEDERKERIGHEID
Wederkerigheid is het principe dat leidend moet zijn als verantwoordelijkheid niet vanzelf genomen wordt. Het is geen transactioneel principe waaruit voortvloeit dat je altijd direct iets moet doen, om iets te krijgen. Het is juist een sterk relationeel principe waarin het ongeschreven sociaal contract, de voorwaarden van lidmaatschap van onze samenleving, vorm krijgt.
Het is de notie te beseffen dat niets zomaar vanzelf gaat.
Dat het onderwijs om je te ontwikkelen, de bescherming tegen het kwaad, de rechtvaardigheid als je iets is misdaan, de zorg als je ziek bent, de bijstand als het tegenzit, niet uit de lucht komen vallen. Dat het zaken zijn die we in ons land alleen kunnen volhouden, zeker op het hoge niveau van welzijn dat we kennen, als we allemaal doen wat we kunnen om deze te ondersteunen.
In het ideale geval zou iedereen dit beseffen en spontaan vragen wat hij of zij voor de samenleving kan doen in plaats
van wat de samenleving voor hem of haar kan doen. De geschiedenis leert ons dat het gezien de menselijke aard niet
de verwachting is dat dit ideaal spontaan werkelijkheid zal worden. Dus zullen we dit moeten stimuleren. Daarbij staat wederkerigheid centraal.

Wie hard werkt en goed verdient door een combinatie van eigen talent en de mogelijkheden die onze samenleving biedt, draagt meer bij aan het betalen van collectieve lasten dan wie ook hard werkt, maar minder goed verdient.
Wie door een beperking minder of niet kan bijdragen, kan natuurlijk rekenen op zorg en steun. Wie wel kan werken, maar door tegenslag of eigen toedoen afhankelijk is van de betaling van het levensonderhoud door anderen, kan dit niet alleen zien als een recht te doen gelden op ‘de overheid’. Dat recht bestaat bij de bereidheid van anderen om een deel van hun tijd te werken voor de bekostiging van een dergelijk arrangement. Het is dan ook gepast dat, naast het ontvangen van hulp en bijstand, men zich inspant deze periode zo kort mogelijk te laten duren en ondertussen energie steekt in scholing en maatschappelijk nuttige activiteiten. Naarmate iemands inspanningen naar vermogen hiertoe groter zijn, kan de hulp en bijstand ook groter zijn, op grond van het principe van wederkerigheid.
Ook op immaterieel vlak telt wederkerigheid zwaar. Wanneer iemand onze gekoesterde vrijheden zelf benut, maar deze anderen niet gunt of diezelfde vrijheden zelfs ondermijnt, kan niet meer ten volle een beroep doen op die vrijheden.
GELIJKWAARDIGHEID
Bij dit principe draait het om gelijkwaardigheid van mensen. In het bijzonder om het niet accepteren van onderscheid
op grond van kenmerken buiten de keuze van een persoon. Maar ook om het gelijkwaardig behandelen van bijvoorbeeld de keuze welke religie men aanhangt of de keuze dat juist niet te doen. Gelijkwaardigheid strekt niet zover dat ook alle opvattingen, normen, gedragingen en keuzes die mensen maken, gelijkwaardig geacht worden. Het is geen vrijbrief
voor cultuurrelativisme of acceptatie van onvrijheid en ongelijkwaardigheid in eigen kring binnen de vrije Nederlandse samenleving. Men mag een religieuze opvatting hebben over een ongelijkwaardige positie van man en vrouw, maar die opvatting zelf acht een liberaal minder goed dan uitgaan van de gelijkwaardigheid van man en vrouw. Het bevorderen van een samenleving waarin gelijkwaardigheid geen kernpunt is, zal dan ook door liberalen moeten worden tegengegaan. Geen enkel grondrecht kan worden ingeroepen om het grondrecht van gelijkwaardigheid te beperken of negeren.
VERDRAAGZAAMHEID
Om de traditionele rij van vijf principes vol te maken baseren we ons op verdraagzaamheid, ook wel tolerantie genoemd. Dit blijft behoren tot de kern, maar verdient wel nadere invulling. Te vaak is tolerantie verworden tot onverschilligheid, tot het wegkijken van maatschappelijke druk die tot onvrijheid van mensen leidde en tot het niet actief opkomen en bevorderen van vrijheid en gelijkwaardigheid. Verdraagzaamheid is geen onverschilligheid.
Verdraagzaamheid is accepteren dat er andere opvattingen bestaan over hoe die vrijheid in te vullen, zolang deze anderen niet in hun vrijheid beperkt.
Het is ook een oproep aan mensen om dingen te kunnen verdragen. Uitingen van mensen die anders zijn dan jij. Kritiek op je mening, levenshouding, religie of cultuur. Als men niet geacht wordt tegen een stootje te kunnen en zaken te verdragen, dan wordt de vrijheid van spreken al snel beperkt.
Deze liberale basiswaarden zijn warm en inclusief. Ze leiden niet tot een land vol individualisten en egoïsten, van “ieder voor zich en het recht van de sterkste”.
Ze leiden tot een Nederland waarin we omkijken naar een ander. Waar mensen zelf kiezen in welke vorm ze samen met anderen leven. Waar zelfgekozen sociale verbanden belangrijker zijn dan overheidsverbanden. Waar de overheid naast de Nederlanders staat die van goede wil zijn en optreedt als hun vrijheid en welzijn benadeeld wordt door graaiers, egoïsten en criminelen. Waar elke Nederlander erop mag rekenen dat de overheid rechtvaardig optreedt en iedereen eerlijk behandelt.
5

6
2. MIDDEL VS. DOEL
De waarden van het liberalisme voor onszelf vaststellen is een belangrijke stap. Maar als we het daarbij laten, zullen we al snel vastlopen. Een cruciale vraag is waar je die waarden op focust. Als we moeten kiezen hoe we ons land inrichten, leggen we dan de prioriteit bij het gebruiken van liberale middelen? Of zijn die ondergeschikt aan de uitkomst en focussen we op liberale doelen?
Ik stel voor het laatste te doen. Dat betekent niet dat we alle middelen accepteren of dat we daar geen liberale toets op loslaten, maar het is van tweede orde.
Ik noem het Logisch Liberalisme.
Logisch liberalisme is het gelukkig huwelijk tussen liberale waarden en gezond verstand. Het combineert de doelen (waarden) van het liberalisme (vrijheid, verantwoordelijkheid, wederkerigheid, gelijkwaardigheid, verdraagzaamheid) met de middelen van het gezond boerenverstand.
De tegenhanger van logisch liberalisme is procesliberalisme.
Bij dat laatste wordt altijd het meest liberale middel gekozen en de gevolgen zijn dan wat ze zijn. Omdat de uitkomst van de keuzes die mensen maken niet altijd vrijheid en gelijkwaardigheid bevorderen, is procesliberalisme inmiddels getrouwd met cultuurrelativisme en zelfverwijt (‘weg met ons!’).
Hoewel procesliberalisme op zichzelf consistent is, komt het niet altijd logisch over. ‘Je bent toch voor vrijheid? Waarom doe je dan niks tegen….’
Voor wie het aan filosofie wil koppelen:
“Procesliberalisme is Gesinnungsethik, Logisch liberalisme is Verantwortungsethik.”
Voor wie het meer Cruyffiaans wil zien:
“Als je mensen vrij laat om te kiezen voor het salafisme, worden het geen vrijheidsminnende, gelijkwaardigheidrespecterende, democratiekoesterende liberale Nederlanders. Da’s logisch.”

3. LUXE ALS LAST
Na decennia van hard werken, draagvlak verwerven en resultaten boeken hebben liberalen in Nederland, binnen en buiten onze partij, ontzettend veel bereikt.
Nederland is een van de meest vrije en welvarende landen ter wereld. De mogelijkheden voor mensen om het eigen levenspad te kiezen en een leven in welzijn te delen met familie en vrienden, zijn enorm.
De verleiding ligt op de loer genoegzaam achterover te leunen. Vergeleken met liberalen in andere landen waar basale liberale waarden nog bevochten moeten worden, verkeren we in Nederland in een luxepositie. Tegelijkertijd kun je dit zien als een last. Als voor veel Nederlanders vrijheid en gelijkwaardigheid als vanzelfsprekend voelt, wat is het dan precies waar een liberale partij voor strijdt. Voor dingen die er al zijn?
In een land waar vrouwen onderdrukt worden, strijd je voor vrouwenrechten.
In een land waar homoseksuelen niet mogen trouwen, strijd je voor de openstelling van het huwelijk voor iedereen. In een land waar één religie de dienst uitmaakt, strijd je voor vrijheid van godsdienst.
In een land waar geen vrije markt is, strijd je voor meer ruimte voor het bedrijfsleven.
In een land waar inkomensverdeling gebaseerd is op jaloezie, strijd je voor lagere belastingen op hoge inkomens. In een land waar corruptie regeert, strijd je voor onafhankelijke rechtspraak en controle van de macht.
In een Nederland waar deze zaken op papier geregeld zijn, koester je ze en werk je hard ze te behouden. Gaat de strijd door om te zorgen dat wat op papier klopt ook elke dag in de praktijk voor iedereen beschikbaar is. Waak je voor krachten in de samenleving die deze zaken, onze fundamentele vrije waarden, bedreigen. Anticipeer je op ontwikkelingen in de wereld die onze samenleving veranderen en zorg je ervoor dat je Nederland op tijd klaarstoomt om deze veranderingen aan te kunnen en daarbij de vrijheid en gelijkwaardigheid voor elke Nederlander behoudt.
Voor een deel kan men deze opdracht als conservatief bestempelen. Hoewel dat in letterlijke zin correct is, we willen immers conserveren wat we bevochten en bereikt hebben, is dit in ideologische zin incorrect.
We willen het niet zo houden omdat het nou eenmaal zo is, maar omdat het intrinsiek liberaal en goed is. De vrije waarden die we in Nederland koesteren zijn het fundament van onze samenleving. De precieze invulling ervan kan veranderen
als de samenleving dat wil, maar de kern moet onaangetast blijven. We moeten haar ook bewaken tegen concurrerende waardesystemen omdat de liberale democratische rechtsstaat superieur is aan haar alternatieven. Het is de beste basis voor vrijheid, veiligheid en het welzijn van goedwillende Nederlanders.
Waar we progressief in zijn, is in het verder vergroten van persoonlijke vrijheid. Op het terrein van autonomie en ethische kwesties. Iedereen in de samenleving mag daar een eigen mening over hebben, maar ook eigen keuzes maken zolang die anderen en de samenleving niet schaden.
Waar we ook progressief in zijn is in ons optimisme over de toekomst. Veranderingen maken ons niet bang, maar we zijn ook niet blind voor de nadelen. Technologie en globalisering veranderen onze samenleving en de verhouding tussen landen, mensen, bedrijven en andere organisaties. Dit willen wij niet tegenhouden, maar we willen daarin wel onze vrijheden behouden en het welzijn van de Nederlanders beschermen. Op die manier biedt de toekomst ook vooruitgang. Omarmen we innovatie als middel dat onze samenleving versterkt en voor onze mensen werkt.
7

8
We moeten blijven nadenken over welke oplossingen voor problemen in onze maatschappij tot de meest liberale samenleving leiden. Welke maatregelen moeten we nu in gang zetten om te zorgen dat over 30 jaar Nederland een van de meest vrije en welvarende landen is waar Nederlanders hun eigen weg kunnen vinden, elkaar vertrouwen en op de samenleving kunnen rekenen?
Om dat te garanderen is er werk aan de winkel. Steeds grotere groepen mensen geven, ondanks ons hoge welzijn en grote welvaart, via de stembus aan dat zij het gevoel hebben dat ‘het systeem’ niet meer voor hen werkt. In landen om ons heen hebben we kunnen zien waar dit toe leidt, van de Brexit tot de politieke chaos in Italië.
Het domste wat wij zouden kunnen doen, is denken dat dat in Nederland niet kan gebeuren. Dat voorkomen is in het belang van de toekomst van ons land. Het is aan ons liberalen om met antwoorden te komen op de vragen die de 21e eeuw ons stelt. Om een concreet alternatief te bieden voor de lokroep van populistische retoriek, voor de neiging terug te verlangen naar een tijd die er nooit echt is geweest, voor misvattingen van superioriteit die onze samenleving verdelen, spanningen veroorzaken en leiden tot een strijd die wellicht afleidt van de zorgen, maar geen oplossing biedt.
Onze samenleving is niet superieur omdat Nederland een vlekkeloze geschiedenis heeft, omdat het Christendom hier ooit dominant was of omdat de meeste inwoners van oudsher uit blanke geslachten stammen. Onze samenleving is superieur omdat zij uitgaat van de vrijheid van elk mens, van het accepteren van verschillen, het goed behandelen van iedereen die zich positief inzet en anderen in hun waarde laat en omdat onze samenleving in door onszelf bepaalde mate openstaat voor nieuwkomers mits zij onze vrije waarden onderstrepen en versterken.
Een in de basis en uitgangspunten superieure samenleving is echter niet genoeg. Zij zal in de praktijk snel uiteenvallen als het niet elke dag concreet werkt voor mensen. Daar ligt een taak voor de politiek. Te zorgen dat de samenleving werkt. Om zo mensen een gevoel van houvast en vertrouwen in de toekomst te geven. Heel concreet: om te zorgen dat alle positieve macrocijfers ook gevoeld worden aan de keukentafel in de Vinexwoning.
Daarbij is het vooral van belang om oog te hebben voor de brede middenklasse. Hun dromen en zorgen moeten het uitgangspunt zijn voor onze politieke antwoorden. Een samenleving zonder sterke en stabiele middenklasse, zal nooit stabiel zijn. En het is diezelfde middenklasse, die, wanneer we niet de juiste dingen doen, vooral onder druk zal komen te staan door de trends van globalisering, migratie, flexibilisering en technologisering.
Onze middenklasse verdient het om centraal te staan. Wij willen een efficiënte en krachtige overheid die voor hen werkt. Die hun belangen bewaakt, hun lasten zo laag mogelijk houdt en hen de ruimte laat zelf het geluk te vinden.
Onze antwoorden zullen wellicht niet altijd dezelfde zijn als in het verleden. Maar dat kan, mag en móet soms zelfs juist. Een nieuwe tijd vraagt om nieuwe antwoorden. Om liberale antwoorden.

4. VOOR WIE ZIJN WE ER?
We zijn er voor alle Nederlanders die een positieve bijdragen leveren aan ons land.
Die omkijken naar een ander, werken als ze kunnen en er iets van willen maken.
Die hun kinderen netjes opvoeden, zich inzetten voor hun omgeving en bijspringen als een bekende hulp nodig heeft. Voor de ondernemer die risico neemt, dromen najaagt en anderen aan het werk helpt.
Voor de militair die haar of zijn hele carrière bij defensie werkt en met gevaar voor eigen leven op uitzending gaat om onze vrijheid en veiligheid te beschermen.
Voor de vluchteling die Nederlands leert spreken, werk vindt en onze vrijheid omarmt en versterkt.
Onze eerste verantwoordelijkheid ligt bij de Nederlanders van goede wil. We zetten ons in voor de Nederlandse samenleving en dienen haar belang. De vrijheid en het welzijn van de Nederlanders is ons doel. Al het andere wegen we als middel. We meten wat we doen af aan wat het voor hen betekent.
We werken graag samen met andere landen en zijn ook bereid gunsten te verlenen als vluchtelingenopvang en noodhulp, maar er gaat geen andere plicht boven die van het bescherming van onze eigen samenleving, onze eigen mensen en onze eigen vrije waarden.
Materieel gezien zijn we er niet voor een deelgroep. We gunnen iedereen die zonder werk zit een baan. We gunnen iedereen die door een beperking niet in staat is te werken een uitkering. We gunnen iedereen die hard werkt een goed salaris. We gunnen iedere ondernemer die met lef en risico keihard werkt met de droom miljonair te worden dat die droom uitkomt. Geen jaloezie en niets afnemen van de een om het aan een ander te geven.
Als we kosten maken ten gunste van de hele samenleving kijken we goed wie wat kan betalen. Welke verdeling goed is, hangt mede af van de omstandigheden: wie heeft er meer voordeel van een maatregel? Hoe zijn de andere al bestaande kosten verdeeld? Wat zijn de neveneffecten van een bepaalde verdeling? Kunnen we de mensen die het betalen garanderen dat het eerlijk is? Dat de voorziening alleen gegeven wordt aan wie het echt nodig heeft? Staat er op dat moment in tijd een bepaalde (inkomens)groep meer onder druk dan andere?
Dat laatste is momenteel het geval met de middenklasse. Zij komt in in toenemende mate in de knel. Nederland kent, in verhouding tot de rest van de wereld, relatief breed verspreide welvaart en geen grote groep superrijken. Als we iets willen dat geld kost, dan krijgt de middenklasse dus altijd een fors deel van de rekening. Bij materiële keuzes past het dan ook eerst en vooral oog te hebben voor de middenklasse. Te zorgen dat de lasten voor hen te dragen zijn en arrangementen die zij betalen fair zijn. De middenklasse die daarbij geen kant op kan, moet zich veilig voelen bij de gedachte dat de lasten fair verdeeld worden en we oog hebben voor de beperkingen in draagkracht.
Iets soortgelijks zien we bij MKB’ers. Zij zijn gevestigd in Nederland en betalen hun fair share aan belastingen. Zij hebben last van concurrentie door bedrijven die groot genoeg zijn om makkelijk te kunnen verkassen als hun belasting stijgt en dan alsnog concurrent blijven. Ook hebben ze last van concurrenten die de hele wereld bestrijken, veel geld verdienen
en de mogelijkheden hebben in alle markten waar ze geld verdienen relatief veel minder belasting te betalen. Denk aan techreuzen en bedrijven als Amazon en Aliexpress. Het is onze taak als wetgever en marktmeester om de middenklasse en het MKB sterk te houden. Hen het vertrouwen te geven dat ze onze steun hebben en wij hen helpen een eerlijke kans te hebben. Een eerlijke kans om als bedrijf met een goed idee de markt te veroveren. Een eerlijke kans om een fijn leven te hebben als je hard werkt en niemand kwaad doet.
9

10
Als mensen zich veilig voelen, het idee hebben dat ze een goed leven kunnen bieden aan hun kinderen en met hard werken in ons land echt kunnen bereiken wat ze willen, dan gebeuren er mooie dingen.
Dan komt er creativiteit los, dan komen er ideeën en samenwerking. Dan vinden we een oplossing voor problemen die onoplosbaar leken.
Dan gaan we met een glimlach over straat, hebben we iets voor een ander over en komen we er samen doorheen als ons iets vreselijks overkomt.
Om dat te bereiken en te behouden is veel nodig. We kunnen lang niet alles voor mensen regelen. Lang niet alles zal vlekkeloos gaan.
Het blijft het leven, we blijven mensen.
Er is altijd een hoop gedoe, risico en tegenslag. Net zoals er ook prachtige spontane vreugde is, kansen op een mooie toekomst en bronnen van levensgeluk.
Veel hangt af van keuzes die mensen in Nederland zelf maken.
Elke dag opnieuw.
De kans op het beste Nederland dat we kunnen hebben is ook het grootst als mensen de ruimte hebben om die keuzes te maken.
Elke dag opnieuw.
Wat we vanuit de politiek wél kunnen doen, is zorgen dat mensen die vrijheid voelen. Dat ze zich veilig voelen, dat ze het vertrouwen voelen dat we samen in dat beste Nederland een goed leven kunnen hebben.
Elke dag opnieuw.

5. WAKEN VOOR DOGMA’S
Wie al lang meebestuurt en gedurende decennia actief bezig is Nederland liberaler te maken, riskeert ook om onderdelen van het denken vast te zetten in dogma’s. Terwijl sommige oplossingen, vormen van beleid of zelfs bondgenoten niet permanent, maar tijdelijk zijn.
Laat ik dit illustreren met een aantal voorbeelden die als basis voor verdere discussie kunnen dienen:
– Als de overheid creativiteit, groei en vrijheid van ondernemen in de weg zit, dan staat een liberaal aan de kant van minder overheidsbemoeienis. Als bedrijven wel winst halen uit onze maatschappij, maar proberen onder hun fair share van belastingen uit te komen of producten op de markt brengen die de volksgezondheid ondermijnen, dan is een liberaal wel degelijk voor steviger overheidsingrijpen. Als de ondernemers waar we zo trots op zijn geen eerlijke kans krijgen op de markt omdat een klein aantal grote bedrijven de wereldmarkt domineert en teveel marktmacht heeft, dan moet een goede marktmeester optreden. Als deze grote bedrijven ook nog eens nauwelijks belasting betalen, dan moeten wij dat veranderen.
– Als grote bedrijven onze middenklasse meer welvaart en welzijn brengen, dan staat een liberaal aan de kant van deze grote bedrijven. Als de geglobaliseerde economie deze link doorsnijdt en een gunstiger beleid voor bedrijven niet meer automatisch leidt tot meer welvaart en welzijn van de gewone Nederlander, dan zal een liberaal ander beleid bepleiten. Omdat het maatschappelijk welzijn en zoveel mogelijk vrijheid en ruimte voor persoonlijke ontwikkeling voorop staan.
– Als ons MKB en onze ondernemers beperkt worden door protectionisme in andere landen, door een te grote marktmacht van andere bedrijven of door een overdaad aan bureaucratie van de overheid of van branches of eisen die bedrijven aan elkaar stellen, maar de samenleving niet dienen, dan moeten wij onze ondernemers beschermen en steunen.
– Als, zoals ik in een eerder essay heb beschouwd, integratiebeleid stoelend op liberale middelen (eigen verantwoordelijkheid, door de markt aangeboden producten en een op wederkerigheid van inspanning voor de maatschappij gebaseerde beloning) leidt tot een minder liberale samenleving waarin mensen geen kennis hebben van onze gedeelde taal en een groter dan wenselijke afstand hebben tot deelnemen in de maatschappij en het delen en ondersteunen van onze vrije waarden, dan moeten we andere middelen hanteren om een betere, liberale uitkomst te bevorderen.
– Als verzuiling een mogelijkheid biedt de liberale gedachte in beperkte kring sterk te maken en de liberale ideeën te verspreiden, is dat even mooi. Maar uiteindelijk wil een liberaal af van de verzuiling, zodat mensen uit elke voormalige zuil hun eigen pad kunnen kiezen. We pleiten nu ook niet voor aparte zuilen per religie en stellen evenmin dat nieuwkomers binnen een zuil hun eigen waarden moeten kunnen handhaven als zij strijdig zijn met liberale kernwaarden als gelijkwaardigheid en nondiscriminatie. Als mensen zelf kiezen vooral om te gaan
met gelijkgestemden, dan is dat prima. Als dit leidt tot afzondering, onderling onderwijzen van waarden die strijdig zijn met vrijheid en gelijkwaardigheid en het onder de duim houden van anderen in een parallelle samenleving, dan is dat onacceptabel. Als de vrijheid van onderwijs een ongewenst neveneffect heeft dat er scholen worden opgericht die dienstbaar zijn aan segregatie en het in stand houden van parallelle samenlevingen waarbij waarden dominant zijn die strijdig zijn met onze kernwaarden vrijheid en gelijkwaardigheid, moeten we dat stoppen.
11

12
Een beroep op de vrijheid van onderwijs kan nooit een schending van de gelijkwaardige behandeling rechtvaardigen. Zelf als men in vrijheid kiest voor de onvrijheid moet een liberaal deze onvrije uitkomst counteren wanneer deze een ander mens beperkt in haar of zijn vrijheid.
– Als er niets te kiezen is, is keuzevrijheid een liberaal doel. Als er in alle vrijheid te kiezen valt, is nog meer keuzevrijheid in de zin van ‘meer van hetzelfde’ hooguit een middel (bijvoorbeeld via concurrentie) om een
beter resultaat voor de samenleving te bereiken, maar niet langer een doel op zich. Sterker nog, als mensen door de manier waarop verschillende opties worden vormgegeven minder vertrouwen krijgen in de samenleving, werkt dit contraproductief. Het voorstel van onze eigen minister Bruins om nepkortingen bij zorgverzekeringen aan
te pakken is een klein, maar goed voorbeeld van het niet tot dogma verheffen van keuzevrijheid, maar sturen op een maatschappelijk betere uitkomst.
– Als onze bereidheid open te staan voor vluchtelingen die hun weg naar Nederland vinden leidt tot te grote aantallen die op deze gunst een beroep doen, dan moeten wij dat beperken. Als migranten illegaal de grens naar Europa oversteken, dan moet dat betekenen dat men nooit recht zal krijgen in Europa te blijven. Als een vluchteling die we hier opvangen onze waarden niet onderschrijft, dan moeten we na tijdelijke opvang afscheid van nemen en deze persoon niet permanent in onze samenleving opnemen.
– Als de straffen in een land niet hoog genoeg zijn om recht te doen aan maatschappelijke genoegdoening, rechtvaardigheid en het bestraffen van het schenden van de vrijheid van landgenoten, dan zal een liberaal pleiten voor zwaardere straffen. Tot het punt bereikt is dat de straffen in het wetboek zwaar genoeg zijn om aan de genoemde elementen te voldoen. Dan is het doel bereikt en laat je het standpunt gericht op dat middel los. Zou
je dat niet doen, dan wordt het een dogma dat straffen morgen altijd zwaarder moeten zijn dan gisteren en mondt dit uit in onliberale, onrechtvaardige, draconische straffen, ook voor lichte vergrijpen. Maar belangrijker nog, door te blijven focussen op het middel van de strafmaat zou je het doel -ons veilig houden- niet meer dienen. De aandacht moet dan gaan naar andere middelen om ons veilig te houden, door te zorgen dat straffen die opgelegd worden zwaar genoeg zijn en dat bij de tenuitvoerlegging de straf niet korter en/of milder wordt. Daarnaast zullen wij ook meer oog moeten hebben voor wat er ten grondslag ligt aan het schaden van onze samenleving. Daartegen is harder straffen geen oplossing, dat vereist meer aandacht voor preventie en het uit de samenleving houden van mensen die een reëel gevaar voor hun omgeving vormen.
– Als de wereld minder vrij wordt, de buitenlandse bedreigingen voor onze samenleving toenemen en de vrijhandel onder druk staat, moeten we nadrukkelijker kiezen wie onze vrienden zijn en wie niet. Een krachtig Europa van samenwerkende landen, sterk als economisch blok, duidelijk over hun grenzen en robuust in hun defensie, is dan nodig om voor onze Nederlandse belangen op te komen.
– Als de overheid nodig is om een basis onder ons welzijn te leggen, om goede zorg, veiligheid en een oudedagsvoorziening voor iedereen te verzekeren, om nieuwe ontwikkelingen, technologieën en verwevenheid van ons dagelijks leven met de rest de wereld in goede banen te leiden, om onze veiligheid, manier van leven en privacy te beschermen, dan is een liberaal voor een sterke en effectieve overheid.

– Als we nu weten dat onze kinderen en kleinkinderen in de toekomst problemen krijgen met de kwaliteit van de lucht, de energieafhankelijkheid van onvriendelijke buitenlanden en verslechtering van klimaat en milieu, dan willen we die problemen voorkomen. Niet vanuit een heilig geloof, een schuldgevoel of een veroordeling van hoe
we nu ons leven inrichten, maar vanuit het optimisme dat technologie en verandering ons kansen bieden deze problemen aan te pakken zonder mensen op kosten te jagen of verboden en plichten op te leggen in je levensstijl. Klimaat is voor ons een technisch probleem dat we technisch moeten aanpakken. Daarbij hoort geen vermenging met politieke meningen over levensstijl of politieke taboes op technologie. Wij bestrijden partijen die het klimaatprobleem misbruiken om vrijheid af te nemen. Wij werken aan oplossingen die Nederland meer baas maken over eigen energie en ons onafhankelijker maken van Russen en Arabieren. Aan oplossingen die onze levensstijl mogelijk maakt met minder schade voor het milieu. Door geld dat we anders naar het buitenland zouden overmaken voor olie en gas in te zetten om in Nederland energie op te wekken en onze huizen warm en comfortabel te houden. Je hoeft niet korter te douchen, het water is net zo warm als nu, je hoeft niet met een schuldgevoel het vliegtuig in en je balletje mayo smaakt nog net zo lekker als nu. Je kiest zelf of je 130 km/h vroemt of zoemt, of je tankt of laadt, of je vliegt of treint. We pakken het probleem aan, maar jagen mensen niet op kosten.
– Als Nederlanders vrijer en mondiger zijn. Als de behoefte is gegroeid om vaker dan eens in de zoveel jaar je met de politiek te bemoeien. Als technologie het makkelijker maakt input te verwerven van mensen in het proces dat
naar een besluit of wetgeving leidt. Als de polder, lobbygroep en belanghebbenden meer invloed dan draagvlak hebben. Dan is het goed om een directere invloed van Nederlanders in het proces van besluitvorming in te brengen. Niet pas als alles gezegd, besloten en met een stemming beklonken is, maar eerder. En intelligenter dan een simpele ja/nee vraag op kwesties waar Nederlanders veel meer gedachten over hebben.
Als er in dit lijstje cruciale onderwerpen ontbreken, dan klopt dat. Het is een poging gedachten te prikkelen en uit te dagen om over deze punten na te denken en uit te nodigen om ook andere zaken aan te dragen waar de discussie over moet gaan.
Onze liberale waarden blijven hetzelfde, maar de wereld om ons heen is veranderd en blijft veranderen in een hoog tempo. De problemen van de mensen voor wie wij het doen zijn daarmee ook veranderd en de oplossingen die nodig zijn om voor hen op te komen kunnen daarmee ook anders zijn dan de middelen waaraan we gewend zijn. Niet deze middelen moeten centraal staan, maar de uitkomst die ze hebben in de praktijk.
De belangrijkste uitkomst is het Nederland in de toekomst. Dat moet een vrij land zijn, een welvarend land waar onze liberale waarden fier overeind staan. Om dat te bereiken kan een politieke partij niet alleen maar dingen doen die leuk
zijn. We zullen de partij blijven die moeilijke keuzes durft te maken in het belang van de Nederlanders van de toekomst. We zullen over generaties heen blijven kijken naar de gevolgen van onze beslissingen. Met het optimisme dat die toekomst ons veel te bieden heeft en dat een beter leven voor onze kinderen en kleinkinderen haalbaar is. Zo kunnen we de problemen van vandaag en morgen het hoofd bieden, zo bouwen we samen aan een liberalisme dat werkt voor mensen.
13