LIBERALISME DAT WERKT VOOR MENSEN
3
INHOUD
1. LEIDENDE PRINCIPES 4
1.1. Vrijheid 4
1.2. Verantwoordelijkheid 4
1.3. Wederkerigheid 4
1.4. Gelijkwaardigheid 5
1.5. Verdraagzaamheid 5
2. MIDDEL VS DOEL 6
3. LUXE ALS LAST 7
4. VOOR WIE ZIJN WE ER 9
5. WAKEN VOOR DOGMA’S 11
4
1. LEIDENDE PRINCIPES
VRIJHEID
De vrijheid van elk mens staat voor ons voorop. Meteen merken we daarbij op dat deze vrijheid niet onbegrensd is. Ze
houdt in elk geval op waar de vrijheid van anderen wordt geraakt. Een botsing van vrijheden levert nog geen oplossing
op. Daarom hebben wij liberalen ook andere normen en waarden om een vrijheidsconflict te beslechten. Veelal ligt de
oplossing in het toepassen van de kernwaarden verantwoordelijkheid, wederkerigheid en verdraagzaamheid.
Een ander aspect van vrijheid dat actieve bescherming behoeft, is beperking van vrijheid door maatschappelijke actoren
met macht. Traditioneel komt voor een liberaal dan als eerste de publieke machthebber in beeld. Oftewel: de overheid. In
toenemende mate wordt de mogelijkheid om persoonlijke vrijheden ten volle te genieten bepaald door private actoren met
veel maatschappelijke macht. In die sfeer kan de overheid juist tegenwicht bieden en persoonlijke vrijheid waarborgen.
Bescherming van de persoonlijke vrijheid tegen machtige partijen staat dus in deze tijd niet gelijk aan ‘bescherming tegen
de overheid’. Dit is nog steeds relevant, maar daarbij komt ‘bescherming door of via de overheid’ tegen privacyinbreuken,
uitsluiting van delen van de markt, discriminatie of betutteling. Juist op dit soort terreinen, is een liberale herwaardering
van de overheid nodig.
VERANTWOORDELIJKHEID
“Met vrijheid komt verantwoordelijkheid”, zegt een liberaal. Rationeel klopt dat, maar wie terugdenkt aan de momenten
dat hij zich op het euforische af vrij voelde, zal dat niet meteen linken aan gevoelens van verantwoordelijkheid. Soms wordt
verantwoordelijkheid beschreven als iets wat ‘erbij hoort’, als een soort strenge saaie broer van de losbandige vrijheid.
Terwijl de vrijheid juist toeneemt naarmate men meer verantwoordelijkheid neemt. Het nemen van verantwoordelijkheid
verkleint de noodzaak tot controle, normstelling en handhaving. Het verkleint de materiële noodzaak tot herverdeling
en het financieren van collectieve oplossingen voor problemen voortkomend uit het níet nemen van die eigen
verantwoordelijkheid.
Juist in een tijdperk waarin de impact op de samenleving van elk mens potentieel groter is dan ooit, waarin men via
moderne communicatiemiddelen makkelijk gehoord, gevolgd en vergezeld kan worden, is een herwaardering van de
kernwaarde verantwoordelijkheid op zijn plaats. Het nemen van verantwoordelijkheid voor het welbevinden van het
eigen leven en de naaste omgeving, vergroot de persoonlijke vrijheid en die van de samenleving in zijn geheel en maakt
samenleven van vrije mensen mogelijk.
WEDERKERIGHEID
Wederkerigheid is het principe dat leidend moet zijn als verantwoordelijkheid niet vanzelf genomen wordt. Het is geen
transactioneel principe waaruit voortvloeit dat je altijd direct iets moet doen, om iets te krijgen. Het is juist een sterk
relationeel principe waarin het ongeschreven sociaal contract, de voorwaarden van lidmaatschap van onze samenleving,
vorm krijgt.
Het is de notie te beseffen dat niets zomaar vanzelf gaat.
Dat het onderwijs om je te ontwikkelen, de bescherming tegen het kwaad, de rechtvaardigheid als je iets is misdaan, de
zorg als je ziek bent, de bijstand als het tegenzit, niet uit de lucht komen vallen. Dat het zaken zijn die we in ons land alleen
kunnen volhouden, zeker op het hoge niveau van welzijn dat we kennen, als we allemaal doen wat we kunnen om deze te
ondersteunen.
In het ideale geval zou iedereen dit beseffen en spontaan vragen wat hij of zij voor de samenleving kan doen in plaats
van wat de samenleving voor hem of haar kan doen. De geschiedenis leert ons dat het gezien de menselijke aard niet
de verwachting is dat dit ideaal spontaan werkelijkheid zal worden. Dus zullen we dit moeten stimuleren. Daarbij staat
wederkerigheid centraal.
5
Wie hard werkt en goed verdient door een combinatie van eigen talent en de mogelijkheden die onze samenleving biedt,
draagt meer bij aan het betalen van collectieve lasten dan wie ook hard werkt, maar minder goed verdient.
Wie door een beperking minder of niet kan bijdragen, kan natuurlijk rekenen op zorg en steun. Wie wel kan werken, maar
door tegenslag of eigen toedoen afhankelijk is van de betaling van het levensonderhoud door anderen, kan dit niet alleen
zien als een recht te doen gelden op ‘de overheid’. Dat recht bestaat bij de bereidheid van anderen om een deel van hun
tijd te werken voor de bekostiging van een dergelijk arrangement. Het is dan ook gepast dat, naast het ontvangen van hulp
en bijstand, men zich inspant deze periode zo kort mogelijk te laten duren en ondertussen energie steekt in scholing en
maatschappelijk nuttige activiteiten. Naarmate iemands inspanningen naar vermogen hiertoe groter zijn, kan de hulp en
bijstand ook groter zijn, op grond van het principe van wederkerigheid.
Ook op immaterieel vlak telt wederkerigheid zwaar. Wanneer iemand onze gekoesterde vrijheden zelf benut, maar deze
anderen niet gunt of diezelfde vrijheden zelfs ondermijnt, kan niet meer ten volle een beroep doen op die vrijheden.
GELIJKWAARDIGHEID
Bij dit principe draait het om gelijkwaardigheid van mensen. In het bijzonder om het niet accepteren van onderscheid
op grond van kenmerken buiten de keuze van een persoon. Maar ook om het gelijkwaardig behandelen van bijvoorbeeld
de keuze welke religie men aanhangt of de keuze dat juist niet te doen. Gelijkwaardigheid strekt niet zover dat ook alle
opvattingen, normen, gedragingen en keuzes die mensen maken, gelijkwaardig geacht worden. Het is geen vrijbrief
voor cultuurrelativisme of acceptatie van onvrijheid en ongelijkwaardigheid in eigen kring binnen de vrije Nederlandse
samenleving. Men mag een religieuze opvatting hebben over een ongelijkwaardige positie van man en vrouw, maar die
opvatting zelf acht een liberaal minder goed dan uitgaan van de gelijkwaardigheid van man en vrouw. Het bevorderen van
een samenleving waarin gelijkwaardigheid geen kernpunt is, zal dan ook door liberalen moeten worden tegengegaan. Geen
enkel grondrecht kan worden ingeroepen om het grondrecht van gelijkwaardigheid te beperken of negeren.
VERDRAAGZAAMHEID
Om de traditionele rij van vijf principes vol te maken baseren we ons op verdraagzaamheid, ook wel tolerantie genoemd.
Dit blijft behoren tot de kern, maar verdient wel nadere invulling. Te vaak is tolerantie verworden tot onverschilligheid,
tot het wegkijken van maatschappelijke druk die tot onvrijheid van mensen leidde en tot het niet actief opkomen en
bevorderen van vrijheid en gelijkwaardigheid. Verdraagzaamheid is geen onverschilligheid.
Verdraagzaamheid is accepteren dat er andere opvattingen bestaan over hoe die vrijheid in te vullen, zolang deze anderen
niet in hun vrijheid beperkt.
Het is ook een oproep aan mensen om dingen te kunnen verdragen. Uitingen van mensen die anders zijn dan jij. Kritiek op
je mening, levenshouding, religie of cultuur. Als men niet geacht wordt tegen een stootje te kunnen en zaken te verdragen,
dan wordt de vrijheid van spreken al snel beperkt.
Deze liberale basiswaarden zijn warm en inclusief. Ze leiden niet tot een land vol individualisten en egoïsten, van “ieder
voor zich en het recht van de sterkste”.
Ze leiden tot een Nederland waarin we omkijken naar een ander. Waar mensen zelf kiezen in welke vorm ze samen met
anderen leven. Waar zelfgekozen sociale verbanden belangrijker zijn dan overheidsverbanden. Waar de overheid naast de
Nederlanders staat die van goede wil zijn en optreedt als hun vrijheid en welzijn benadeeld wordt door graaiers, egoïsten
en criminelen. Waar elke Nederlander erop mag rekenen dat de overheid rechtvaardig optreedt en iedereen eerlijk
behandelt.
6
2. MIDDEL VS. DOEL
De waarden van het liberalisme voor onszelf vaststellen is een belangrijke stap. Maar als we het daarbij laten, zullen we
al snel vastlopen. Een cruciale vraag is waar je die waarden op focust. Als we moeten kiezen hoe we ons land inrichten,
leggen we dan de prioriteit bij het gebruiken van liberale middelen? Of zijn die ondergeschikt aan de uitkomst en
focussen we op liberale doelen?
Ik stel voor het laatste te doen. Dat betekent niet dat we alle middelen accepteren of dat we daar geen liberale toets op
loslaten, maar het is van tweede orde.
Ik noem het Logisch Liberalisme.
Logisch liberalisme is het gelukkig huwelijk tussen liberale waarden en gezond verstand. Het combineert de doelen
(waarden) van het liberalisme (vrijheid, verantwoordelijkheid, wederkerigheid, gelijkwaardigheid, verdraagzaamheid) met
de middelen van het gezond boerenverstand.
De tegenhanger van logisch liberalisme is procesliberalisme.
Bij dat laatste wordt altijd het meest liberale middel gekozen en de gevolgen zijn dan wat ze zijn. Omdat de uitkomst van
de keuzes die mensen maken niet altijd vrijheid en gelijkwaardigheid bevorderen, is procesliberalisme inmiddels getrouwd
met cultuurrelativisme en zelfverwijt (‘weg met ons!’).
Hoewel procesliberalisme op zichzelf consistent is, komt het niet altijd logisch over. ‘Je bent toch voor vrijheid? Waarom
doe je dan niks tegen….’
Voor wie het aan filosofie wil koppelen:
“Procesliberalisme is Gesinnungsethik, Logisch liberalisme is Verantwortungsethik.”
Voor wie het meer Cruyffiaans wil zien:
“Als je mensen vrij laat om te kiezen voor het salafisme, worden het geen vrijheidsminnende,
gelijkwaardigheidrespecterende, democratiekoesterende liberale Nederlanders. Da’s logisch.”
7
3. LUXE ALS LAST
Na decennia van hard werken, draagvlak verwerven en resultaten boeken hebben liberalen in Nederland, binnen en
buiten onze partij, ontzettend veel bereikt.
Nederland is een van de meest vrije en welvarende landen ter wereld. De mogelijkheden voor mensen om het eigen
levenspad te kiezen en een leven in welzijn te delen met familie en vrienden, zijn enorm.
De verleiding ligt op de loer genoegzaam achterover te leunen. Vergeleken met liberalen in andere landen waar basale
liberale waarden nog bevochten moeten worden, verkeren we in Nederland in een luxepositie. Tegelijkertijd kun je dit zien
als een last. Als voor veel Nederlanders vrijheid en gelijkwaardigheid als vanzelfsprekend voelt, wat is het dan precies waar
een liberale partij voor strijdt. Voor dingen die er al zijn?
In een land waar vrouwen onderdrukt worden, strijd je voor vrouwenrechten.
In een land waar homoseksuelen niet mogen trouwen, strijd je voor de openstelling van het huwelijk voor iedereen.
In een land waar één religie de dienst uitmaakt, strijd je voor vrijheid van godsdienst.
In een land waar geen vrije markt is, strijd je voor meer ruimte voor het bedrijfsleven.
In een land waar inkomensverdeling gebaseerd is op jaloezie, strijd je voor lagere belastingen op hoge inkomens.
In een land waar corruptie regeert, strijd je voor onafhankelijke rechtspraak en controle van de macht.
In een Nederland waar deze zaken op papier geregeld zijn, koester je ze en werk je hard ze te behouden. Gaat de strijd door
om te zorgen dat wat op papier klopt ook elke dag in de praktijk voor iedereen beschikbaar is. Waak je voor krachten in de
samenleving die deze zaken, onze fundamentele vrije waarden, bedreigen. Anticipeer je op ontwikkelingen in de wereld die
onze samenleving veranderen en zorg je ervoor dat je Nederland op tijd klaarstoomt om deze veranderingen aan te kunnen
en daarbij de vrijheid en gelijkwaardigheid voor elke Nederlander behoudt.
Voor een deel kan men deze opdracht als conservatief bestempelen. Hoewel dat in letterlijke zin correct is we willen
immers conserveren wat we bevochten en bereikt hebben is dit in ideologische zin incorrect.
We willen het niet zo houden omdat het nou eenmaal zo is, maar omdat het intrinsiek liberaal en goed is. De vrije waarden
die we in Nederland koesteren zijn het fundament van onze samenleving. De precieze invulling ervan kan veranderen
als de samenleving dat wil, maar de kern moet onaangetast blijven. We moeten haar ook bewaken tegen concurrerende
waardesystemen omdat de liberale democratische rechtsstaat superieur is aan haar alternatieven. Het is de beste basis
voor vrijheid, veiligheid en het welzijn van goedwillende Nederlanders.
Waar we progressief in zijn, is in het verder vergroten van persoonlijke vrijheid. Op het terrein van autonomie en ethische
kwesties. Iedereen in de samenleving mag daar een eigen mening over hebben, maar ook eigen keuzes maken zolang die
anderen en de samenleving niet schaden.
Waar we ook progressief in zijn is in ons optimisme over de toekomst. Veranderingen maken ons niet bang, maar we zijn
ook niet blind voor de nadelen. Technologie en globalisering veranderen onze samenleving en de verhouding tussen
landen, mensen, bedrijven en andere organisaties. Dit willen wij niet tegenhouden, maar we willen daarin wel onze
vrijheden behouden en het welzijn van de Nederlanders beschermen. Op die manier biedt de toekomst ook vooruitgang.
Omarmen we innovatie als middel dat onze samenleving versterkt en voor onze mensen werkt.
We moeten blijven nadenken over welke oplossingen voor problemen in onze maatschappij tot de meest liberale
samenleving leiden. Welke maatregelen moeten we nu in gang zetten om te zorgen dat over 30 jaar Nederland een van
de meest vrije en welvarende landen is waar Nederlanders hun eigen weg kunnen vinden, elkaar vertrouwen en op de
samenleving kunnen rekenen?
Om dat te garanderen is er werk aan de winkel. Steeds grotere groepen mensen geven, ondanks ons hoge welzijn en grote
welvaart, via de stembus aan dat zij het gevoel hebben dat ‘het systeem’ niet meer voor hen werkt. In landen om ons heen
hebben we kunnen zien waar dit toe leidt, van de Brexit tot de politieke chaos in Italië.
Het domste wat wij zouden kunnen doen, is denken dat dat in Nederland niet kan gebeuren. Dat voorkomen is in het belang
van de toekomst van ons land. Het is aan ons liberalen om met antwoorden te komen op de vragen die de 21e eeuw ons
stelt. Om een concreet alternatief te bieden voor de lokroep van populistische retoriek, voor de neiging terug te verlangen
naar een tijd die er nooit echt is geweest, voor misvattingen van superioriteit die onze samenleving verdelen, spanningen
veroorzaken en leiden tot een strijd die wellicht afleidt van de zorgen, maar geen oplossing biedt.
Onze samenleving is niet superieur omdat Nederland een vlekkeloze geschiedenis heeft, omdat het Christendom hier ooit
dominant was of omdat de meeste inwoners van oudsher uit blanke geslachten stammen. Onze samenleving is superieur
omdat zij uitgaat van de vrijheid van elk mens, van het accepteren van verschillen, het goed behandelen van iedereen die
zich positief inzet en anderen in hun waarde laat en omdat onze samenleving in door onszelf bepaalde mate openstaat
voor nieuwkomers mits zij onze vrije waarden onderstrepen en versterken.
Een in de basis en uitgangspunten superieure samenleving is echter niet genoeg. Zij zal in de praktijk snel uiteenvallen als
het niet elke dag concreet werkt voor mensen. Daar ligt een taak voor de politiek. Te zorgen dat de samenleving werkt. Om
zo mensen een gevoel van houvast en vertrouwen in de toekomst te geven. Heel concreet: om te zorgen dat alle positieve
macrocijfers ook gevoeld worden aan de keukentafel in de Vinexwoning.
Daarbij is het vooral van belang om oog te hebben voor de brede middenklasse. Hun dromen en zorgen moeten het
uitgangspunt zijn voor onze politieke antwoorden. Een samenleving zonder sterke en stabiele middenklasse, zal nooit
stabiel zijn. En het is diezelfde middenklasse, die, wanneer we niet de juiste dingen doen, vooral onder druk zal komen te
staan door de trends van globalisering, migratie, flexibilisering en technologisering.
Onze middenklasse verdient het om centraal te staan. Wij willen een efficiënte en krachtige overheid die voor hen werkt.
Die hun belangen bewaakt, hun lasten zo laag mogelijk houdt en hen de ruimte laat zelf het geluk te vinden.
Onze antwoorden zullen wellicht niet altijd dezelfde zijn als in het verleden. Maar dat kan, mag en móet soms zelfs juist.
Een nieuwe tijd vraagt om nieuwe antwoorden. Om liberale antwoorden.
8
4. VOOR WIE ZIJN WE ER?
We zijn er voor alle Nederlanders die een positieve bijdragen leveren aan ons land.
Die omkijken naar een ander, werken als ze kunnen en er iets van willen maken.
Die hun kinderen netjes opvoeden, zich inzetten voor hun omgeving en bijspringen als een bekende hulp nodig heeft.
Voor de ondernemer die risico neemt, dromen najaagt en anderen aan het werk helpt.
Voor de militair die haar of zijn hele carrière bij defensie werkt en met gevaar voor eigen leven op uitzending gaat om
onze vrijheid en veiligheid te beschermen.
Voor de vluchteling die Nederlands leert spreken, werk vindt en onze vrijheid omarmt en versterkt.
Onze eerste verantwoordelijkheid ligt bij de Nederlanders van goede wil. We zetten ons in voor de Nederlandse
samenleving en dienen haar belang. De vrijheid en het welzijn van de Nederlanders is ons doel. Al het andere wegen we als
middel. We meten wat we doen af aan wat het voor hen betekent.
We werken graag samen met andere landen en zijn ook bereid gunsten te verlenen als vluchtelingenopvang en noodhulp,
maar er gaat geen andere plicht boven die van het bescherming van onze eigen samenleving, onze eigen mensen en onze
eigen vrije waarden.
Materieel gezien zijn we er niet voor een deelgroep. We gunnen iedereen die zonder werk zit een baan. We gunnen iedereen
die door een beperking niet in staat is te werken een uitkering. We gunnen iedereen die hard werkt een goed salaris. We
gunnen iedere ondernemer die met lef en risico keihard werkt met de droom miljonair te worden dat die droom uitkomt.
Geen jaloezie en niets afnemen van de een om het aan een ander te geven.
Als we kosten maken ten gunste van de hele samenleving kijken we goed wie wat kan betalen. Welke verdeling goed is,
hangt mede af van de omstandigheden: wie heeft er meer voordeel van een maatregel? Hoe zijn de andere al bestaande
kosten verdeeld? Wat zijn de neveneffecten van een bepaalde verdeling? Kunnen we de mensen die het betalen garanderen
dat het eerlijk is? Dat de voorziening alleen gegeven wordt aan wie het echt nodig heeft? Staat er op dat moment in tijd
een bepaalde (inkomens)groep meer onder druk dan andere?
Dat laatste is momenteel het geval met de middenklasse. Zij komt in in toenemende mate in de knel. Nederland kent, in
verhouding tot de rest van de wereld, relatief breed verspreide welvaart en geen grote groep superrijken. Als we iets willen
dat geld kost, dan krijgt de middenklasse dus altijd een fors deel van de rekening. Bij materiële keuzes past het dan ook
eerst en vooral oog te hebben voor de middenklasse. Te zorgen dat de lasten voor hen te dragen zijn en arrangementen die
zij betalen fair zijn. De middenklasse die daarbij geen kant op kan, moet zich veilig voelen bij de gedachte dat de lasten fair
verdeeld worden en we oog hebben voor de beperkingen in draagkracht.
Iets soortgelijks zien we bij MKB’ers. Zij zijn gevestigd in Nederland en betalen hun fair share aan belastingen. Zij hebben
last van concurrentie door bedrijven die groot genoeg zijn om makkelijk te kunnen verkassen als hun belasting stijgt en
dan alsnog concurrent blijven. Ook hebben ze last van concurrenten die de hele wereld bestrijken, veel geld verdienen
en de mogelijkheden hebben in alle markten waar ze geld verdienen relatief veel minder belasting te betalen. Denk aan
techreuzen en bedrijven als Amazon en Aliexpress. Het is onze taak als wetgever en marktmeester om de middenklasse
en het MKB sterk te houden. Hen het vertrouwen te geven dat ze onze steun hebben en wij hen helpen een eerlijke kans te
hebben. Een eerlijke kans om als bedrijf met een goed idee de markt te veroveren. Een eerlijke kans om een fijn leven te
hebben als je hard werkt en niemand kwaad doet.
9
Als mensen zich veilig voelen, het idee hebben dat ze een goed leven kunnen bieden aan hun kinderen en met hard werken
in ons land echt kunnen bereiken wat ze willen, dan gebeuren er mooie dingen.
Dan komt er creativiteit los, dan komen er ideeën en samenwerking. Dan vinden we een oplossing voor problemen die
onoplosbaar leken.
Dan gaan we met een glimlach over straat, hebben we iets voor een ander over en komen we er samen doorheen als ons
iets vreselijks overkomt.
Om dat te bereiken en te behouden is veel nodig.
We kunnen lang niet alles voor mensen regelen.
Lang niet alles zal vlekkeloos gaan.
Het blijft het leven, we blijven mensen.
Er is altijd een hoop gedoe, risico en tegenslag. Net zoals er ook prachtige spontane vreugde is, kansen op een mooie
toekomst en bronnen van levensgeluk.
Veel hangt af van keuzes die mensen in Nederland zelf maken.
Elke dag opnieuw.
De kans op het beste Nederland dat we kunnen hebben is ook het grootst als mensen de ruimte hebben om die keuzes te
maken.
Elke dag opnieuw.
Wat we vanuit de politiek wél kunnen doen, is zorgen dat mensen die vrijheid voelen. Dat ze zich veilig voelen, dat ze het
vertrouwen voelen dat we samen in dat beste Nederland een goed leven kunnen hebben.
Elke dag opnieuw.
10
11
5. WAKEN VOOR DOGMA’S
Wie al lang meebestuurt en gedurende decennia actief bezig is Nederland liberaler te maken, riskeert ook om
onderdelen van het denken vast te zetten in dogma’s. Terwijl sommige oplossingen, vormen van beleid of zelfs
bondgenoten niet permanent, maar tijdelijk zijn.
Laat ik dit illustreren met een aantal voorbeelden die als basis voor verdere discussie kunnen dienen:
– Als de overheid creativiteit, groei en vrijheid van ondernemen in de weg zit, dan staat een liberaal aan de kant van
minder overheidsbemoeienis. Als bedrijven wel winst halen uit onze maatschappij, maar proberen onder hun fair
share van belastingen uit te komen of producten op de markt brengen die de volksgezondheid ondermijnen, dan is
een liberaal wel degelijk voor steviger overheidsingrijpen. Als de ondernemers waar we zo trots op zijn geen
eerlijke kans krijgen op de markt omdat een klein aantal grote bedrijven de wereldmarkt domineert en teveel
marktmacht heeft, dan moet een goede marktmeester optreden. Als deze grote bedrijven ook nog eens nauwelijks
belasting betalen, dan moeten wij dat veranderen.
– Als grote bedrijven onze middenklasse meer welvaart en welzijn brengen, dan staat een liberaal aan de kant
van deze grote bedrijven. Als de geglobaliseerde economie deze link doorsnijdt en een gunstiger beleid voor
bedrijven niet meer automatisch leidt tot meer welvaart en welzijn van de gewone Nederlander, dan zal een
liberaal ander beleid bepleiten. Omdat het maatschappelijk welzijn en zoveel mogelijk vrijheid en ruimte voor
persoonlijke ontwikkeling voorop staan.
– Als ons MKB en onze ondernemers beperkt worden door protectionisme in andere landen, door een te grote
marktmacht van andere bedrijven of door een overdaad aan bureaucratie van de overheid of van branches of eisen
die bedrijven aan elkaar stellen, maar de samenleving niet dienen, dan moeten wij onze ondernemers beschermen
en steunen.
– Als, zoals ik in een eerder essay heb beschouwd, integratiebeleid stoelend op liberale middelen (eigen
verantwoordelijkheid, door de markt aangeboden producten en een op wederkerigheid van inspanning voor de
maatschappij gebaseerde beloning) leidt tot een minder liberale samenleving waarin mensen geen kennis hebben
van onze gedeelde taal en een groter dan wenselijke afstand hebben tot deelnemen in de maatschappij en het
delen en ondersteunen van onze vrije waarden, dan moeten we andere middelen hanteren om een betere, liberale
uitkomst te bevorderen.
– Als verzuiling een mogelijkheid biedt de liberale gedachte in beperkte kring sterk te maken en de liberale ideeën te
verspreiden, is dat even mooi. Maar uiteindelijk wil een liberaal af van de verzuiling, zodat mensen uit elke
voormalige zuil hun eigen pad kunnen kiezen. We pleiten nu ook niet voor aparte zuilen per religie en stellen
evenmin dat nieuwkomers binnen een zuil hun eigen waarden moeten kunnen handhaven als zij strijdig zijn met
liberale kernwaarden als gelijkwaardigheid en nondiscriminatie. Als mensen zelf kiezen vooral om te gaan
met gelijkgestemden, dan is dat prima. Als dit leidt tot afzondering, onderling onderwijzen van waarden die strijdig
zijn met vrijheid en gelijkwaardigheid en het onder de duim houden van anderen in een parallelle samenleving, dan
is dat onacceptabel. Als de vrijheid van onderwijs een ongewenst neveneffect heeft dat er scholen worden
opgericht die dienstbaar zijn aan segregatie en het in stand houden van parallelle samenlevingen waarbij waarden
dominant zijn die strijdig zijn met onze kernwaarden vrijheid en gelijkwaardigheid, moeten we dat stoppen.
12
Een beroep op de vrijheid van onderwijs kan nooit een schending van de gelijkwaardige behandeling
rechtvaardigen. Zelf als men in vrijheid kiest voor de onvrijheid moet een liberaal deze onvrije uitkomst counteren
wanneer deze een ander mens beperkt in haar of zijn vrijheid.
– Als er niets te kiezen is, is keuzevrijheid een liberaal doel. Als er in alle vrijheid te kiezen valt, is nog meer
keuzevrijheid in de zin van ‘meer van hetzelfde’ hooguit een middel (bijvoorbeeld via concurrentie) om een
beter resultaat voor de samenleving te bereiken, maar niet langer een doel op zich. Sterker nog, als mensen door
de manier waarop verschillende opties worden vormgegeven minder vertrouwen krijgen in de samenleving, werkt
dit contraproductief. Het voorstel van onze eigen minister Bruins om nepkortingen bij zorgverzekeringen aan
te pakken is een klein, maar goed voorbeeld van het niet tot dogma verheffen van keuzevrijheid, maar sturen op
een maatschappelijk betere uitkomst.
– Als onze bereidheid open te staan voor vluchtelingen die hun weg naar Nederland vinden leidt tot te grote aantallen
die op deze gunst een beroep doen, dan moeten wij dat beperken. Als migranten illegaal de grens naar Europa
oversteken, dan moet dat betekenen dat men nooit recht zal krijgen in Europa te blijven. Als een vluchteling die we
hier opvangen onze waarden niet onderschrijft, dan moeten we na tijdelijke opvang afscheid van nemen en deze
persoon niet permanent in onze samenleving opnemen.
– Als de straffen in een land niet hoog genoeg zijn om recht te doen aan maatschappelijke genoegdoening,
rechtvaardigheid en het bestraffen van het schenden van de vrijheid van landgenoten, dan zal een liberaal pleiten
voor zwaardere straffen. Tot het punt bereikt is dat de straffen in het wetboek zwaar genoeg zijn om aan de
genoemde elementen te voldoen. Dan is het doel bereikt en laat je het standpunt gericht op dat middel los. Zou
je dat niet doen, dan wordt het een dogma dat straffen morgen altijd zwaarder moeten zijn dan gisteren en mondt
dit uit in onliberale, onrechtvaardige, draconische straffen, ook voor lichte vergrijpen. Maar belangrijker nog, door
te blijven focussen op het middel van de strafmaat zou je het doel ons veilig houden niet meer dienen. De
aandacht moet dan gaan naar andere middelen om ons veilig te houden, door te zorgen dat straffen die opgelegd
worden zwaar genoeg zijn en dat bij de tenuitvoerlegging de straf niet korter en/of milder wordt. Daarnaast zullen
wij ook meer oog moeten hebben voor wat er ten grondslag ligt aan het schaden van onze samenleving. Daartegen
is harder straffen geen oplossing, dat vereist meer aandacht voor preventie en het uit de samenleving houden van
mensen die een reëel gevaar voor hun omgeving vormen.
– Als de wereld minder vrij wordt, de buitenlandse bedreigingen voor onze samenleving toenemen en de
vrijhandel onder druk staat, moeten we nadrukkelijker kiezen wie onze vrienden zijn en wie niet. Een krachtig
Europa van samenwerkende landen, sterk als economisch blok, duidelijk over hun grenzen en robuust in hun
defensie, is dan nodig om voor onze Nederlandse belangen op te komen.
– Als de overheid nodig is om een basis onder ons welzijn te leggen, om goede zorg, veiligheid en een
oudedagsvoorziening voor iedereen te verzekeren, om nieuwe ontwikkelingen, technologieën en verwevenheid
van ons dagelijks leven met de rest de wereld in goede banen te leiden, om onze veiligheid, manier van leven en
privacy te beschermen, dan is een liberaal voor een sterke en effectieve overheid.
13
– Als we nu weten dat onze kinderen en kleinkinderen in de toekomst problemen krijgen met de kwaliteit van de
lucht, de energieafhankelijkheid van onvriendelijke buitenlanden en verslechtering van klimaat en milieu, dan
willen we die problemen voorkomen. Niet vanuit een heilig geloof, een schuldgevoel of een veroordeling van hoe
we nu ons leven inrichten, maar vanuit het optimisme dat technologie en verandering ons kansen bieden deze
problemen aan te pakken zonder mensen op kosten te jagen of verboden en plichten op te leggen in je levensstijl.
Klimaat is voor ons een technisch probleem dat we technisch moeten aanpakken. Daarbij hoort geen vermenging
met politieke meningen over levensstijl of politieke taboes op technologie. Wij bestrijden partijen die het
klimaatprobleem misbruiken om vrijheid af te nemen. Wij werken aan oplossingen die Nederland meer baas maken
over eigen energie en ons onafhankelijker maken van Russen en Arabieren. Aan oplossingen die onze levensstijl
mogelijk maakt met minder schade voor het milieu. Door geld dat we anders naar het buitenland zouden
overmaken voor olie en gas in te zetten om in Nederland energie op te wekken en onze huizen warm en comfortabel
te houden. Je hoeft niet korter te douchen, het water is net zo warm als nu, je hoeft niet met een schuldgevoel het
vliegtuig in en je balletje mayo smaakt nog net zo lekker als nu. Je kiest zelf of je 130 km/h vroemt of zoemt, of je
tankt of laadt, of je vliegt of treint. We pakken het probleem aan, maar jagen mensen niet op kosten.
– Als Nederlanders vrijer en mondiger zijn. Als de behoefte is gegroeid om vaker dan eens in de zoveel jaar je met de
politiek te bemoeien. Als technologie het makkelijker maakt input te verwerven van mensen in het proces dat
naar een besluit of wetgeving leidt. Als de polder, lobbygroep en belanghebbenden meer invloed dan draagvlak
hebben. Dan is het goed om een directere invloed van Nederlanders in het proces van besluitvorming in te
brengen. Niet pas als alles gezegd, besloten en met een stemming beklonken is, maar eerder. En intelligenter dan
een simpele ja/nee vraag op kwesties waar Nederlanders veel meer gedachten over hebben.
Als er in dit lijstje cruciale onderwerpen ontbreken, dan klopt dat. Het is een poging gedachten te prikkelen en uit te dagen
om over deze punten na te denken en uit te nodigen om ook andere zaken aan te dragen waar de discussie over moet
gaan.
Onze liberale waarden blijven hetzelfde, maar de wereld om ons heen is veranderd en blijft veranderen in een hoog tempo.
De problemen van de mensen voor wie wij het doen zijn daarmee ook veranderd en de oplossingen die nodig zijn om voor
hen op te komen kunnen daarmee ook anders zijn dan de middelen waaraan we gewend zijn. Niet deze middelen moeten
centraal staan, maar de uitkomst die ze hebben in de praktijk.
De belangrijkste uitkomst is het Nederland in de toekomst. Dat moet een vrij land zijn, een welvarend land waar onze
liberale waarden fier overeind staan. Om dat te bereiken kan een politieke partij niet alleen maar dingen doen die leuk
zijn. We zullen de partij blijven die moeilijke keuzes durft te maken in het belang van de Nederlanders van de toekomst. We
zullen over generaties heen blijven kijken naar de gevolgen van onze beslissingen. Met het optimisme dat die toekomst ons
veel te bieden heeft en dat een beter leven voor onze kinderen en kleinkinderen haalbaar is. Zo kunnen we de problemen
van vandaag en morgen het hoofd bieden, zo bouwen we samen aan een liberalisme dat werkt voor mensen.