Premier Boris Johnson wil parlement voorlopig buitenspel zetten

De Britse regering heeft koningin Elizabeth gevraagd de opening van het parlementaire jaar zes weken uit te stellen. Daarmee zou het parlement grotendeels buitenspel komen te staan in de aanloop naar de Brexit, die uiterlijk 31 oktober een feit moet zijn. Premier Boris Johnson heeft zijn plan bevestigd, nadat Britse media het eerder woensdagochtend hadden gemeld.

Premier Boris Johnson tijdens de G7-top in Biarritz. Beeld EPA

Johnson wil met zijn drastische stap voorkomen dat volksvertegenwoordigers die tegen een Brexit zijn zonder akkoord (No Deal-Brexit), de tijd krijgen om hem te dwarsbomen. Bijvoorbeeld door om uitstel van de Brexit te vragen. Dat meldt onder meer de BBC.

De premier ontkende in een interview op televisie dat het zijn bedoeling is het parlement op een zijspoor te rangeren. Volgens hem is het uitstel nodig om zijn zojuist aangetreden regering de gelegenheid te geven met nieuwe wetgeving te komen. ‘We moeten voortgaan met onze binnenlandse agenda’, aldus Johnson.

Hij noemde het ‘absoluut niet waar’ dat parlementsleden door het uitstel nauwelijks nog tijd hebben om te discussiëren over de Brexit. ‘Er zal ruim voldoende tijd zijn voor en na de cruciale 17 oktober (als de EU-leiders bijeenkomen om te praten over de Brexit – red.) om in het parlement te debatteren over de Europese Unie en de Brexit.’

Troonrede verschuiven naar 14 oktober

Eigenlijk moet het Britse parlement na het zomerreces weer op 3 september bijeenkomen. Na twee weken zou er weer een schorsing zijn om de politieke partijen in de gelegenheid te stellen hun jaarcongres te houden. Vervolgens zou de koningin op 9 oktober de Queen’s Speech houden, de Britse versie van de Troonrede.

Johnson heeft de vorstin nu gevraagd de Queen’s Speech uit te stellen tot 14 oktober. Tot die tijd zou het parlement dan helemaal niet bijeenkomen, wat neerkomt op verlenging van het zomerreces met zes weken. Kritische parlementariërs hebben dan nog slechts twee weken om zich met de Brexit te bemoeien en zand in Johnsons motor te strooien.

Het bericht komt een dag na een bijeenkomst van parlementsleden die tegen de No Deal-Brexit zijn, om te praten over manieren om de besluitvorming en de finale confrontatie met Brussel uit te stellen. Johnson vroeg de koningin om zes weken uitstel in haar zomerverblijf in het Schotse Balmoral.

‘Staatsgreep tegen het parlement’

Woordvoerders van de oppositie reageerden woensdag furieus op de aankondiging van de premier. Tom Watson, tweede man van Labour, omschreef de stap van Johnson als een ‘schandelijke schoffering van onze democratie’. Diane Abbott, woordvoerster binnenlandse zaken, had het over ‘een staatsgreep tegen het parlement’.

‘Boris Johnson heeft zojuist de parlementaire democratie de handschoen toegeworpen’, schreef Tom Brake, woordvoerder van de pro-Europese Liberaal-Democraten op Twitter. ‘De moeder aller parlementen zal hem dat niet toestaan. Zijn oorlogsverklaring zal worden beantwoord met een ijzeren vuist.’

De Schotse premier Nicola Sturgeon zei dat ‘vandaag de geschiedenis zal ingaan als een zwarte dag voor de Britse democratie, tenzij parlementsleden bijeenkomen om Johnson te stoppen’.

Kan Johnson zomaar het parlement buitenspel zetten? Hij wordt daarin in ieder geval niet tegen gehouden door een geschreven grondwet. Die heeft het Verenigd Koninkrijk namelijk niet. Liever baseren de Britten zich op eeuwenoude gewoonten en gebruiken. Maar vormen die nog een voldoende stevig fundament in tijden van Brexit?   

Israël, Nieuw-Zeeland en het Verenigd Koninkrijk hebben een eigenaardige overeenkomst: geen van deze landen heeft een geschreven grondwet. Voor de Britten doemt met het haperende Brexitproces de vraag op of een helder overzicht van politieke spelregels geen goed idee is.

Voor een buitenlander bezit de Britse politiek tal van curieuze karakteristieken. De uitroep ‘Order, Order’ is er daar een van, het dichtsmijten van de deur in het gezicht van de Black Rod, de vertegenwoordiger van de vorstin, in de aanloop naar de troonrede een andere. Daar past ook de niet op schrift gestelde grondwet bij.

De Britten baseren zich op eeuwen van gewoonten en gebruiken, op het parlementaire handboek Erskine May en The British Constitution van Walter Bagehot, een journalist. Toen een student de befaamde kabinetssecretaris Robin Butler vroeg wat de constitutie precies is, luidde het antwoord: ‘Iets dan we al doende opstellen.’

Het document dat het dichtst bij een geschreven grondwet is gekomen, de Bill of Rights van 1688, werd dan ook geïntroduceerd door een buitenlander, koning-stadhouder Willem III van Oranje.

Evolutie niet revolutie

Stiekem zijn de Britten trots op deze situatie. Geschreven grondwetten, luidt de stille overtuiging, zijn meer iets voor jonge naties als de Verenigde Staten, Frankrijk en Duitsland, en voor de EU natuurlijk. Groot-Brittannië is het product van evolutie, niet van revolutie. Hóe iets werkt is op het eiland, anders dan op het Europese vasteland,  belangrijker dan de vraag of het juridisch of staatkundig allemaal zuiver is. En al eeuwen werkt het ontbreken van een ‘written constitution’ prima, omdat de stabiliteit van het Britse landsbestuur altijd werd gewaarborgd door gematigde regeringspartijen, aangeduid als het systeem van ‘wisselende meerderheden’.

De afgelopen decennia zijn er niettemin diverse staatkundige hervormingen geweest, vooral onder New Labour,  dat het eiland ‘Europeser’ wilde maken. Zo werd de macht van de Lord Chancellor beperkt, de functionaris die alle drie de machten – uitvoerende, wetgevende en rechtsprekende – in zijn persoon vertegenwoordigde. Het Hogerhuis nam afscheid van de zogeheten Law Lords, de hoogste rechters, en een deel van de adel. Bovendien omarmden de Britten de Europese mensenrechtenwetgeving, die volgens critici het gezag van het parlement ondermijnde en voor onwennigheid zorgde bij Engelse rechters, die het gewoonterecht gewend waren.

De discussies over de Human Rights Act – die de Britse regering zou hebben gehinderd hij het voeren van een doortastend anti-terreurbeleid – en de ‘presidentiële’ manier waarop premier Tony Blair het land had betrokken bij de Irak-oorlog waren voor premier Gordon Brown reden om te pleiten voor een geschreven grondwet. Die had tevens meer duidelijkheid kunnen scheppen over de macht van de parlementen in Wales, Schotland en Noord-Ierland. De door Labour, om politieke redenen, in gang gezette devolutie heeft wel onduidelijkheden en ongerijmdheden met zich meegebracht. Een typisch Britse ‘muddle’.

Het kwam er niet van, temeer omdat de Labour-leider na drie jaar moest plaatsmaken voor David Cameron. De Conservatieve premier nam twee beslissingen, beiden met machtsbehoud als ultiem doel, die grote politieke gevolgen zouden krijgen. Om de stabiliteit van zijn coalitie met de Liberaal-democraten te versterken legde Cameron wettelijk vast dat premiers niet op elk willekeurig – en politiek voordelig – moment verkiezingen kunnen uitschrijven. En om de eurosceptici koest te houden regelde hij een referendum over het Britse lidmaatschap van de EU. Beide beslissingen hadden gemeen dat er niet goed over nagedacht was.

Politieke crisis

Volgens Vernon Bogdanor, de nestor onder de staatkundige historici die de jonge Cameron nog heeft lesgegeven, had een geschreven grondwet heel nuttig kunnen geweest zijn bij het referendumbesluit. ‘Daarin had kunnen staan wanneer een referendum kan worden gehouden, welke meerderheid benodigd is en onder welke omstandigheden deze bindend is.’ Nu kon Cameron zomaar een referendum uitschrijven en daarmee het gezag van het parlement, met de Rule of Law een van de twee pijlers waarop het fragiele Britse politieke systeem rust, ondermijnen. De vertegenwoordigers van het volk kregen opeens concurrentie van het volk zelf.

Het gaat Bogdanor te ver om te spreken over een constitutionele crisis. Hij spreek liever over een politieke crisis omdat de verdeeldheid over Brexit nu dwars door de partijen loopt. Een nevengevolg is de versnelling van een proces dat al aan de gang was: de erosie van het Britse tweepartijenstelsel, wat leidt tot de vorming van instabiele coalities. Tegelijkertijd draagt Brexit bij tot politieke radicalisering. De regering-Johnson overweegt zelfs om het parlement bij Brexit buitenspel te zetten, terwijl ook een linkse regering-Corbyn een schok voor het systeem zou zijn. Een regering-Farage zou evenmin een toonbeeld van gematigdheid zijn.

Johnson, Corbyn en Farage hebben één ding gemeen: ze verschuilen zich achter ‘de wil van het volk’, in het geval van de brexiteers de 52% van de kiezers die voor Brexit stemde; in het geval van Corbyn de partijleden die hem hebben gekozen. Lagerhuisleden proberen nu al drie jaar meer macht naar zich toe te trekken. Daarbij krijgen ze steun van een voorzitter die bepaald niet onomstreden is. Binnen het Britse stelsel is de onafhankelijkheid van The Speaker een belangrijke voorwaarde, maar als anti-brexiteer en held van de parlementsleden lijkt John Bercow het adagium ‘nood breekt wet’ – of beter ‘nood breekt conventie’ – te hanteren.

Interventie

De parlementariërs weten zich gesteund door de juridische macht en hopen zelfs op een interventie van het staatshoofd, koningin Elizabeth. Wanneer dat laatste gebeurt, zeer tegen de zin van het paleis, zou er sprake zijn van een constitutionele crisis. In de genoemde wet die Cameron had ingevoerd om zijn coalitie bijeen te houden, een kenmerkend staaltje korte-termijnpolitiek, staat namelijk niet duidelijk aangegeven wat er moet gebeuren na een succesvolle motie van wantrouwen. De ironie is duidelijk: een maatregel die was bedoeld om de politieke stabiliteit te garanderen, dreigt nu de bron te worden van meer instabiliteit.

Volgens Bogdanor vormt Brexit een constitutioneel moment. In zijn boek beweert hij dat het onmogelijk is, zoals de Brexiteers met hun ‘take back control’ ambiëren, om terug te keren naar 1973, alsof het Europese avontuur niet plaatsgevonden heeft. Hij toont aan dat de EU een beschermende rol heeft gespeeld in de Britse constitutie en als lijm heeft gediend die de Britse naties bijeen heeft gehouden. Het idee van Brexit was om de soevereiniteit van het parlement, de erfenis van koning Willem III, te herstellen en te verlossen van Brusselse invloeden. Daarvoor in de plaats is nu een andere indringer gekomen: ‘de wil van het volk’.

Net als het parlementsgebouw wacht de constitutie een grondige renovatie, mogelijk leidend tot een geschreven grondwet. Zodoende kan Brexit iets heel on-Brits tot gevolg hebben.

Wat het Britse parlement de afgelopen maanden heeft gedaan is uniek in de Britse, Europese en politieke geschiedenis

Order Speaker John Bercow spreekt de leden van het Britse Lagerhuis toe, die veel kritiek te verduren krijgen. Beeld AFP

Het is 1523 en Engeland is weer eens in oorlog met Frankrijk. Een dure oorlog. Koning Hendrik VIII heeft geld nodig en stuurt zijn belangrijkste minister, kardinaal Wolsley, met een bedelbrief naar het parlement. De Speaker op dat moment, Thomas More, eist eerst een fatsoenlijk debat, zeker omdat de kardinaal zich niet bepaald netjes heeft gedragen bij zijn missie om geld los te peuteren. Bijna een half millennium later toont het Lagerhuis wederom zijn zelfstandigheid door de Brexit-deal van premier Theresa May tegen te houden, iets waarvoor het veel kritiek krijgt. Ten onrechte.

De scène waarbij de in vol ornaat geklede kardinaal tegenover kamervoorzitter More staat, is te aanschouwen op de muur van St Stephen’s Hall, waar bezoekers van Lagerhuisdebatten moeten wachten voor een plekje op de publieke tribune. De rijen zijn langer dan ooit, nu het Lagerhuis in het middelpunt van de belangstelling staat. En een spektakel is het. Foto’s van Lagerhuistaferelen roepen gelijkenissen op met schilderijen van Caravaggio, Engelse schoolkinderen spelen debatten na en stemmingen halen kijkcijfers die normaal gesproken alleen voor voetbalwedstrijden zijn weggelegd.

De huidige speaker John Bercow was onlangs als een beroemdheid te gast bij het praatprogramma van Eva Jinek.

Tegelijkertijd krijgt het Lagerhuis veel kritiek. Het wordt ouderwets genoemd, chaotisch, incompetent, besluiteloos, opportunistisch, inefficiënt en verraderlijk. Premier Mark Rutte en andere Europese regeringsleiders hebben meerdere malen hun frustratie laten blijken over het feit dat May’s Brexit-akkoord telkens sneuvelt op de groene bankjes. Dat de Lagerhuisleden er nog niet in zijn geslaagd een eenduidig alternatief te bieden, vergroot die ergernis. Toen vorige week tot overmaat van ramp ook nog eens het dak begon te lekken, zagen velen daarin het symbolische bewijs dat de Moeder van alle Moderne Parlementen niet langer functioneert.

Decor van protesten

Sinds het EU-referendum is Westminster het decor van protesten. Een tekst komt steeds terug onder brexiteers: ‘People vs Parliament.’ Wie heeft het voor het zeggen? De 17,4 miljoen Brexit-stemmers of hun 650 vertegenwoordigers die in meerderheid tegen het verlaten van de EU zijn, en ook rekening moeten houden met de 16 miljoen landgenoten die tegen de Brexit hebben gestemd? Dit politieke probleem is ontstaan nadat het Lagerhuis de beslissing over het EU-lidmaatschap aan de kiezers had gelaten, en zo de parlementaire democratie even liet plaatsmaken voor een directe.

Deze beslissing was in strijd met ‘de soevereiniteit van het parlement’. Dit concept, niet te verwarren met dat van nationale soevereiniteit, is uniek in Europa en hangt samen met de evolutionaire geschiedenis van het Britse politieke bestel. De wetten van het Lagerhuis gaan boven alles. Dat kan, zo legde de Britse staatsrechtgeleerde Vernon Bogdanor uit in zijn boek Beyond Brexit, omdat het Verenigd Koninkrijk, anders dan andere landen, geen geschreven grondwet heeft. Het is ook de reden dat de Britten zo veel moeite hebben met de inbreuk op de soevereiniteit door de EU.

Sinds het referendum heeft het parlement geprobeerd de soevereiniteit te herstellen. Het kreeg hulp van eurogezinde activisten die het via de rechter voor elkaar kregen dat het parlement een stem zou krijgen in het Brexit-proces. May had liever de zogeheten Hendrik de Achtste-macht gehad, waarbij ze de Brexit eigenhandig zou uitvoeren. De premier heeft de inspraak van het parlement nooit echt geaccepteerd en haar regering zou zelfs via een aangenomen motie worden beticht van minachting van het Lagerhuis. Schokkend was ook de intimiderende aanval van de premier op parlementariërs in een televisietoespraak.

Heroveren van soevereiniteit

Deze rauwe, klassieke en soms machiavellistische politiek, de weigering om als klapvee te dienen voor de uitvoerende macht, voelt als een frisse wind in een tijd waarin politiek steeds vaker een vorm van management wordt. Veel kamerleden hebben moeite met het akkoord van May, omdat hun kiezers erop achteruit zullen gaan vergeleken bij het bestaande lidmaatschap. Het was de filosoof en Member of Parliament Edmund Burke, wiens beeld in St Stephen’s Hall staat, die eens zei dat afgevaardigden rekening moesten houden met de volkswil, maar deze niet slaafs hoefden te volgen.

Beetje bij beetje heeft het parlement de macht uit handen genomen van de even zwakke als verdeelde regering, culminerend in de aanname van een spoedwet die een No Deal-Brexit moet voorkomen. Wat het parlement hier de afgelopen maanden heeft gedaan uit verlicht landsbelang is uniek in de Britse, en in de Europese, politieke geschiedenis. Dit is bereikt via erudiete, emotionele en verhitte debatten met een groot historisch bewustzijn. Voor het parlement is deze ongekende machtspositie een nieuwe gewaarwording, reden dat het nog geen eenduidige stem heeft gevonden.

Met hun verzet hebben de Kamerleden het zichzelf niet makkelijk gemaakt. Kijk naar de tory Nick Boles die, na te hebben gevochten voor een compromis, in tranen naar de oppositie overliep. Neem zijn partijgenoot Dominic Grieve, die geboren is in de partij, maar nu voor ‘verrader’ en ‘leugenaar’ wordt uitgemaakt. Neem ook de sociaal-democraat Chris Bryant, die een kankerbehandeling heeft uitgesteld om bij alle stemmingen te kunnen zijn. Neem het advies van speaker Bercow aan ‘zijn Kamerleden’ om wegens het risico op mishandeling niet alleen en te voet de parlementaire burelen te verlaten.

Het is een zachte prijs voor het heroveren van soevereiniteit, ironisch genoeg de centrale belofte van de Brexit. Thomas More zou trots zijn op de huidige bewoners van het lekkende volkspaleis.

LEES OOK:

Boris Johnson: zolang Brussel vasthoudt aan ‘backstop’, komt er geen Brexit-akkoord

Wat het Britse parlement de afgelopen maanden heeft gedaan is uniek in de Britse, Europese en politieke geschiedenis

Eerder deze zomer dreigde oud-premier John Major al dat hij Boris Johnson voor de rechter zal slepen wanneer deze het parlement opschort. De fundamentele vraag die dan beantwoord zal moeten worden: ligt de macht bij het volk of bij de volksvertegenwoordigers?