BUITENLAND
brexitNiet Nigel Farage, maar wel premier Boris Johnson leidt de Brexit-partij.
foto: ©Reporters

Britse verkiezingen tweede brexit-referendum

De komende Britse verkiezingen, op 12 december, dienen zich aan als een tweede referendum over brexit. Behalen de Conservatieven van eerste minister Boris Johnson een absolute meerderheid van zetels veroveren, dan wordt de zogenaamde ‘Boris-deal’ uitgevoerd en verlaat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie ten laatste op 1 februari.

Conservatieven

Een complicatie is de belofte van Boris Johnson om de ‘transitieperiode’ niet te verlengen. Tijdens die periode van een jaar vanaf de uittrede, behoudt het VK volledige markttoegang tot de EU. In ruil daarvoor dient het wel zonder enige inspraak alle EU-regels over te nemen.

Het probleem daarbij is dat een jaar volgens de meeste waarnemers te kort is om de langetermijnrelatie tussen VK en EU te onderhandelen tegen 2021. Niettemin komt het naar alle verwachting dan toch niet tot een pijnlijke ‘no deal’. Eventueel kan men een gelijkaardige stilstand overeenkomen voor een paar jaar, waarbij het VK al soevereiniteit verwerft over een beperkt aantal zaken, zodat ‘Boris’ kan zeggen dat het geen echte verlenging van de transitieperiode betreft.

In elk geval dient er zich na Brexit een complexe onderhandeling aan, waarbij moet worden onderhandeld in welke mate het VK markttoegang tot de EU behoudt in ruil voor het overnemen van EU-regelgeving, en in welke mate wordt toegestaan dat elkaars regels als ‘equivalent’ worden erkend.

De verkiezing is nog geen gewonnen zaak voor de Tories. Ze wordt immers beslecht in de zogenaamde ‘marginals’: kiesomschrijvingen waar het op dit moment onduidelijk is wie zal triomferen. In een meerderheidskiesstelsel zijn die cruciaal en maakt het veel uit wie de precieze kandidaat is

Labour-Schotse coalitie

In een tweede scenario behaalt het linkse Labour een meerderheid van zetels in combinatie met oppositiepartijen. Dat zijn de Schotse (SNP) en Welsche (PC) nationalisten, groenen en Liberal Democrats. Die laatsten zijn sociaaldemocraten; er is weinig economisch ‘liberaal’ aan de partij. Ook het epitheton ‘democratisch’ mag men misschien in vraag stellen, want de partij wil maar al te graag brexit verhinderen, via het organiseren van een tweede referendum.

Antipolitiek

Met mijn denktank, Open Europe, hebben we steeds gepoogd om het VK aan boord van de EU te houden, door het bepleiten van een EU die zich meer richt op haar kerntaak van het wegwerken van handelsbelemmeringen, iets wat ook op het vasteland veel anti-EU-sentiment zou kunnen wegnemen. Jammer genoeg is dat niet gelukt en bleef er in 2016 enkel een keuze over tussen een niet-hervormde EU en de brexit. In al zijn wijsheid koos het Brits electoraat toen voor brexit, met een duidelijk verschil van 4 procentpunten tussen beide kampen, na meer dan 30 jaar gehakketak. Als men de antipolitiek wil voeden, moet men vooral zo’n tweede referendum organiseren.

Stel u voor dat men na de verkiezing van Trump of Obama had voorgesteld dat de bevolking toch best nog een tweede kans moet krijgen om de ‘juiste’ beslissing te nemen, omdat men zogezegd niet voldoende geïnformeerd was. Dat argument wordt vaak gebruikt voor een tweede referendum, alsof kiezers bij reguliere verkiezingen allemaal goed geïnformeerd zijn en niet op politici stemmen die allerlei onhaalbare voorstellen doen.

Minderheidskabinet

Het is heel onwaarschijnlijk dat Labour een absolute meerderheid van zetels behaalt, maar Jeremy Corbyn, de bijzonder linkse leider van Labour, heeft niettemin een kans om premier te worden van een soort minderheidskabinet als de LibDems hem daartoe steunen. Die laatsten ontkennen nu wel dat ze dat willen doen, maar indien ze een tweede brexit-referendum zouden verkrijgen in ruil is de kans toch reëeel.

In zo’n geval is het waarschijnlijk dat het ‘remain’-kamp het haalt, omdat de keuze er wellicht één zal zijn tussen ‘lidmaatschap van de EU’ en ‘lidmaatschap van de EU zonder stemrecht’, gezien het feit dat Labour wil dat het VK in de Europese douane-unie blijft. Dat laatste betekent dat Brussel het handelsbeleid zou uittekenen voor de vijfde grootste economie ter wereld, wat in tijden van handelsoorlogen toch maar al te gek is. Het is dan wel zo dat Corbyn wil dat het VK een ‘zeg’ krijgt over dat handelsbeleid, maar veel meer dan een soort van adviserende stem zal dat niet worden, aangezien de EU dit meer dan waarschijnlijk niet zal toestaan aan een niet-lid.

Bovendien is het mogelijk dat het VK dan ook in de interne markt blijft, wat betekent dat de Britse ‘City of London’, het grootste financiële centrum ter wereld, vanuit Brussel zou worden gereglementeerd, zonder inspraak van het Britse parlement. Dat zou dan dezelfde deal zijn als die van Noorwegen, een niet-EU lidstaat die wel interne markt-lid is. Om die reden noemde voormalig Noors premier en huidig NAVO secretaris-generaal Jens Stoltenberg zijn land daarom ooit een ‘fax democratie’: Brussel stuurt de uit te voeren regels per fax naar Oslo. Het gaat in tegen de leuze ‘taking back control’ van de brexiteers, en net daarom zou het goed kunnen dat Labour en zeker de LibDems zouden maar al te graag deze onfaire keuze voorleggen aan de Britten.

Schotten en Noord-Ieren

Het is goed mogelijk dat de Conservatieven, die nu echt de ‘partij van brexit’ zijn geworden, zo’n tweede referendum boycotten. Dan voeren ze brexit eenvoudigweg wel uit bij de volgende verkiezingen, die niet lang op zich zullen wachten vermits Corbyns mogelijke regenboogcoalitie snel kan wankelen.

Los hiervan zou Corbyn een tweede referendum kunnen toelaten in ruil voor regeringssteun van de Schotse nationalisten. De SNP heeft de wind in de zeilen met haar pleidooi voor onafhankelijkheid, dus een Corbyn-premierschap zou misschien kort maar wel bijzonder hevig kunnen zijn.

Tot slot is er nog een derde optie. Het is mogelijk dat de Conservatieven opnieuw een meerderheid veroveren in combinatie met de Noord-Ierse DUP. Die protestantse partij komt op voor de rechten van de ‘unionistische’ bevolking in Noord-Ierland, een pijnlijk verdeelde samenleving waar pro-Ierse ‘nationalisten’ en pro-Britse ‘unionisten’ hun kinderen nog steeds naar aparte scholen sturen.

Brexitpartij

Dat de Brexitpartij van Nigel Farage zelfs maar één zetel zou halen, wordt op dit moment door de meesten ondertussen nagenoeg volledig uitgesloten, maar in het Britse politieke spel blijft hij wel belangrijk. Farage beloofde om zijn kandidaten terug te trekken in kiesomschrijvingen waar de Troies de dienst uit maken, maar blijft ze uitspelen in districten met veel brexit-supporters waar lokale Labour-parlementsleden de eerste plaats zouden kunnen verliezen. Door daar stemmen af te pakken van de Conservatieven, neemt hij misschien wel een vijftal zetels van de Tories uit handen, wat bepalend kan zijn, en uiteindelijk kan leiden tot een Corbyn-regering of een Conservatieve regering die opnieuw afhankelijk is van 8 of 10 DUP-parlementsleden.

Ierse grens

Tweemaal reeds, gedurende de brexit-onderhandelingen, was de Noord-Ierse grens het struikelblok voor een akkoord. Het uiteindelijke compromis was dat Noord-Ierland perfect binnen de Britse douanezone blijft, wat betekent dat Noord-Ieren zullen kunnen genieten van alle mogelijke douanetarieven die het VK onderhandelt eens het een onafhankelijk handelsbeleid terugkrijgt, weliswaar na wat bureaucratie waarbij ze een deel van de betaalde tarieven terugkrijgen.

In ruil komen er echter wel controles in de Ierse Zee, tussen Noord-Ierland en Groot-Brittannië. Die Ierse Zee wordt zo de nieuwe buitengrens van de EU. Om zogenaamde gaten in die grens te vermijden zal de EU er bij het VK op aandringen goed te controleren, wat dan weer onaanvaardbaar is voor de DUP, wier eerste geloofsartikel de band tussen Noord-Ierland en Groot-Brittannië is. Om die reden steunde de DUP de ‘Boris’-deal uiteindelijk niet, toen die in eerste lezing werd voorgelegd aan het Parlement.

Mocht de DUP nodig zijn, dan zit er voor de EU niets anders op dan opnieuw aan de tafel te gaan zitten met de partij. In dat geval zal de onderhandeling zich niet afspelen tussen de DUP en de Ierse regering, zoals vorige keer, waarbij die laatste uiteindelijke grote toegevingen deed en toeliet dat een meerderheid in het Noord-Iers Parlement in theorie voor een grens tussen Noord-Ierland en de Ierse republiek kan stemmen. Dat is wel onwaarschijnlijk, ook al omdat zelfs de meer forse unionisten van DUP tegen een harde Ierse landgrens zijn.

De heronderhandeling zal er daarentegen één zijn tussen DUP aan de ene kant en Benelux, Frankrijk en Duitsland aan de andere kant. Die landen zijn immers de EU-lidstaten die het meest waarschuwen tegen een lek in de buitengrens van de EU.

Een compromis is in zo’n geval zeker mogelijk, alleen al omdat de buitengrens van de EU niet al te waterdicht is. Volgens de Antwerpse burgemeester zijn de twee grote toegangspoorten tot Europa, de havens van Antwerpen en Rotterdam, zelfs ‘zo lek als een vergiet’.

In dit scenario van een heronderhandeling duikt dan weer het spook van een ‘no deal’ op, zeker omdat de DUP niet echt de meest makkelijke partij is om mee te onderhandelen. Ook als de Conservatieven weer aan de macht zouden komen nadat Jeremy Corbyn Schotland zou verliezen en met een tweede referendum het anti-establishmentgevoel zou hebben opgepookt, zullen de gemoederen niet echt bedaard zijn. Het meest ordelijke en vriendschappelijke scenario is daarom nu een regering geleid door Boris Johnson. Hoe dan ook lijkt brexit dus hoe dan ook de uitkomst van dit alles.