ANALYSEBUITENLAND
impeachment
foto: ©Reporters / DPA

Impeachment: de onbeantwoorde vragen

Trump wordt nog steeds niet afgezet

De hoorzittingen rond de afzetting van Amerikaans president Donald J. Trump zijn in volle gang. De verslaggevers, de ‘Amerikakenners’, mogen hun zegje komen doen. Dat doen ze mijns inziens best goed, toch wat betreft hun feitenrelaas. Ik heb ze in ieder geval nog niet op een leugen of een substantieel foutieve weergave van de feiten weten te betrappen. Waar het in de verslaggeving evenwel mank loopt is de ‘duiding’.

Met deze bijdrage wil ik dan ook op een genuanceerde manier uiteenzetten waarom president Trump nog niet afgezet is. Een oppervlakkige analyse van de belangrijkste nieuwskanalen zou immers het idee kunnen geven dat de afzetting van de Amerikaanse president – het zou slechts de derde keer zijn in de geschiedenis dat een president wordt afgezet – een ‘done deal’ is. Corruptie, omkoping, afpersing… de misdrijven waaraan de president schuldig zou zijn vliegen ons om de oren. Toch ligt de zaak een stuk moeilijker dan met op het eerste zicht zou vermoeden. Twee – onbeantwoorde – vragen zijn daarbij van belang.

Vraag 1: Quid pro… wat?

Vooraleer ingegaan wordt op de eerste vraag, moet in herinnering gebracht worden wat net de tenlastelegging aan Trumps adres is. In de meest algemene zin wordt de president ervan beschuldigd financiële steun aan Oekraïne te hebben weerhouden in ruil voor een gunst vanwege de Oekraïense overheid. Een aandachtig lezer zou het moeten opvallen dat er in deze zin bezwaarlijk gewag kan worden gemaakt van enig misdrijf. Buitenlandse hulpverlening vanwege een meer welvarende mogendheid ten gunste van een in problemen verkerende land is geen blanco cheque. Het verbinden van voorwaarden aan deze tegemoetkomingen is dan ook an sich legitiem. Het is waarom de uitspraken van kabinetschef Mick Mulvaney – gedaan tijdens een persconferentie waarin hij bevestigde dat het Witte Huis constant ‘quid pro quo’s’ bedisselt – niet (enkel) als een schuldbekentenis kunnen worden gelezen maar ook – en dit is de meer waarschijnlijke draagwijdte – als een loutere bevestiging van het Amerikaans buitenlands beleid.

Waar gaat het dan wel over? Het gaat om de inhoud van de voorwaarden die Trump verbond aan de financiële hulp en, in het bijzonder, wat de subjectieve ingesteldheid was van de president toen hij iets probeerde los te weken van zijn Oekraïense ambtsgenoot. De misdrijven die hem naar het hoofd geslingerd worden vereisen immers een misdadige ingesteldheid (‘criminal intent’). Je kan, bijvoorbeeld, iemand niet ‘per ongeluk’ afpersen. De vraag is dus niet zozeer of voormalig vicepresident Biden een ‘target’ was van de huidige president, maar wel in welke mate en waarom hij dit was.

Drie hypotheses

Drie hypotheses zijn te onderscheiden. Een eerste stelt dat Trump uitsluitend handelde in het nationaal belang toen hij Bidens naam liet vallen en dat de exploten van de voormalige VP en diens zoon bovendien slechts van bijkomstig belang waren in zijn verzoek aan de Oekraïense president. Volgens deze theorie was Trump in de eerste plaats bekommerd om een goede besteding van Amerikaanse middelen eens deze in Oekraïense handen terechtkomen. Een land waar corruptie welig tiert en waar buitenlandse dollars worden opgesoupeerd aan het helpen van bevriende oligarchen is inderdaad een bodemloze put bij gebrek aan voldoende waarborgen. Een structurele aanpak van corruptie als voorwaarde voor Amerikaanse centen. En als de Bidens daarbij in het vizier van de Oekraïense justitie komen? Too bad.

ADVERTENTIE

brexit

In dit kader moet ook een andere bezorgdheid van de Amerikaanse president worden aangestipt. Het is een element dat onder de parapluterm ‘Oekraïnekwestie’ onderbelicht wordt ten voordele van de Biden situatie, namelijk dat er wel degelijk berichtgeving was omtrent vermeende Oekraïense inmenging in de laatste stembusslag voor het presidentschap. Dit waarschijnlijk niet vanuit de hoogste rangen van de Oekraïense politiek of met eenzelfde niveau van coördinatie als haar Russische tegenhanger, maar desalniettemin niet te verwaarlozen. Een overzicht vindt u hier. In ieder geval voedt het wel de hypothese dat Rusland niet het enige ex-Sovjet land is dat een gewenste uitkomst zocht in 2016.

Trump corrupt?

Een tweede hypothese gaat uit van de meest corrupte versie van Trump. Hij was niet bekommerd om de garantie voor een goede besteding van Amerikaans belastinggeld. Uit angst voor de populariteit van Biden bij de Amerikaanse arbeidersklasse – een belangrijk deel van de electorale achterban van de president – besloot hij tot een preventieve aanval op zijn meest gevaarlijke uitdager. Waar rook is, moest vuur zijn, en dus zouden de Oekraïners wel iets vinden over Bidens activiteiten in het Oost-Europees land. De integriteit van de Amerikaanse verkiezingen of een goede allocatie van Amerikaanse middelen in het buitenland konden hem niets schelen. Het is dit scenario dat het meest veelbelovend is voor de Democratische partij, zowel in de afzettingsprocedure als naar aanloop van de presidentsverkiezingen.

Ligt de waarheid in het midden?

De derde hypothese is evenwel de meest interessante. Wat als de waarheid ergens in het midden ligt? Wat als Trump zowel het nationaal belang als zijn individuele belangen voor ogen had? Dit eerste lijkt in ieder geval te kaderen binnen de ruimere isolationistische reflex van de 45ste president. Dat Trump niet gretig is om Amerikaanse financiële middelen naar het buitenland te versluizen is geen geheim – met een slogan als ‘America First’ laat hij dan ook niet veel aan de verbeelding over.

In die zin kadert het verkrijgen van extra informatie en waarborgen dan ook perfect in het meer algemene buitenlands beleid. Zo laat Trump in zijn gesprek onder meer vallen dat de Europeanen Oekraïne onvoldoende steunden terwijl de VS steeds een sterke bondgenoot is geweest – een frustratie die hij al eerder ventileerde. Dat Oekraïense overheidsfunctionarissen ten tijde van de vorige presidentsverkiezingen achter de schermen zouden hebben gewerkt om Clinton een ‘boost’ te geven, werkte natuurlijk ook als een rode lap op een stier. Daarnaast zal hij zich ongetwijfeld bewust zijn geweest van de potentiële voordelen die een beschadigde Biden met zich zouden meebrengen. Het kan zelfs een belangrijke overweging zijn geweest.

En daar zit het probleem: wat als het nationaal belang wordt ingeroepen om een corruptieonderzoek in het buitenland te laten gelasten en de beschuldigde een politieke tegenstrever is. Waarom is dat onderzoek a priori illegitiem? En waarom zou het aanwezig zijn van een persoonlijk, politiek voordeel een onderzoek naar verdachte activiteiten van Amerikaanse politici in de weg staan wanneer er op zijn minst een schijn van corruptie aanwezig was – iets wat niet enkel aan de Republikeinse zijde te horen valt.

Vraag twee: de bewijslast

In een eerder artikel beschreef ik reeds de fundamenteel politieke aard van de afzettingsprocedure. ‘Impeachment’ is geen strafprocedure. Dit heeft onder meer tot gevolg dat de ‘beyond reasonable doubt’ (‘boven elke redelijke twijfel’) standaard niet geldt – of minstens niet verplicht is. Daarentegen zouden de Democraten kunnen gaan voor een ‘preponderance of evidence’ (‘afweging van de bewijselementen’) bewijslast die stukken lager ligt dan de klassieke bewijslast in strafzaken.

Dat laatste zou in het voordeel spelen van de Democratische partij wanneer zij een zo schadelijk mogelijke tenlastelegging door het Huis van Afgevaardigden wilt loodsen. Het wegnemen van iedere redelijke twijfel bij parlementariërs in dubio is immers moeilijker dan hen te vragen een afweging te maken tussen de bewijselementen pro en contra.

Maar de echte bewijslast is die van de publieke opinie. Zijn de kiezers overtuigd van de oprechtheid en correctheid van de afzettingsprocedure? Geen Republikein in de Senaat zal immers voor veroordeling stemmen zolang de Democraten niet tevoorschijn komen met harder bewijs voor de hierboven beschreven tweede hypothese of zolang de Amerikaanse publieke opinie de derde niet als voldoende ernstig beschouwt. De beschadigingsoperatie daarentegen kan een belangrijke impact hebben op Trumps kansen op herverkiezing. Het lijkt een reden te zijn waarom de Democraten het ‘quid pro quo’ taalgebruik hebben gelaten voor wat het is en in de plaats daarvan de voorkeur geven aan concrete misdrijfomschrijvingen. ‘Voor wat hoort wat’ klinkt immers een stuk minder misdadig dan ‘omkoping’. Dat bevestigen immers de focusgroepen.

ROAN ASSELMAN