We rijden in een dikke mist door de tijd. Blijf zo veel mogelijk binnen, houd een veilige afstand, ontferm je over je dierbaren, graag online, en probeer zo goed mogelijk door te leven.

Robbert Dijkgraaf

Ik zal eerlijk zijn, het schrijven van deze column valt mij zwaar. Iedere reflectie lijkt op dit moment frivool, iedere conclusie voorbarig. Onze zorgen zijn toch in de eerste plaats bij de getroffenen en hun familie, de kwetsbaren in de samenleving, de helden in de medische zorg en onze dierbaren, dichtbij en veraf.

Gelukkig klinkt de stem van de wetenschap helder en luid. De politieke ruis is grotendeels verstomd. In Nederland lijkt geen ruimte te zitten tussen het wetenschappelijke advies en het regeringsbeleid. De feiten hebben nu eens niet het laatste, maar het eerste woord. Ik heb het allergrootste vertrouwen in de experts en respect voor de moeilijke boodschap die zij moeten brengen – iets wat medici helaas gewend zijn iedere dag te doen. Er zijn geen goede oplossingen, alleen goede beslissingen. Wat de wetenschap kan doen is helder de verschillende scenario’s schetsen, met alle bijkomende gevolgen en onzekerheden. Vervolgens rust op politici de zware last een weg te kiezen. Die moeilijke beslissing lijkt vooralsnog brede instemming te hebben.

Je denkt aan de atoombom

Het is geruststellend te zien hoe de wetenschap zich over de wereld verenigt. Inzichten en ervaringen worden onmiddellijk gedeeld. De digitale infrastructuur is er niet alleen voor de verspreiding van nepnieuws en desinformatie. Deskundigen spreken grotendeels met één stem. Maar de verschillen in hoe deze stem doorklinkt in beleid zijn groot. Beslissingen worden vooral landelijk genomen, hier in de Verenigde Staten zelfs door deelstaten of steden. De gekozen wegen vormen zo een waaier. Waar de wetenschap een continent is, is bestuur een eilandenrijk. Velen weten uit eigen ervaring dat de cruciale internationale adviesorganisaties vaak slecht toegerust zijn, met geringe en instabiele financiële steun, afhankelijk van de welwillendheid van een klein aantal landen. Dit kan en moet beter.

Ondertussen worstelt de wereld met een exponentieel groeiend verschijnsel dat moeilijk voor de mens te bevatten is. Een collega hoorde iemand in de trein zeggen: „Hoe erg kan het zijn als één geïnfecteerde maar twee anderen besmet?” Als fysicus denk je dan onmiddellijk aan een atoombom, waar iedere kernsplitsing ‘maar’ twee andere kernen hoeft te splitsen.

Explosieve psychologische tijd

De getallen zijn duizelingwekkend. Ze passen in de berekeningen en simulaties, maar moeilijk in ons hoofd. Als het aantal infecties zich in drie dagen ongehinderd kan verdubbelen, heeft één geval zich in een maand vermenigvuldigd tot duizend, in twee maanden tot een miljoen, en in drie maanden tot een miljard.

De psychologische tijd verloopt even explosief. Het is moeilijk verder dan een paar dagen vooruit te kijken. De wereld is dan wezenlijk anders. Omgekeerd is een terugblik verder dan enkele dagen snel zinloos. Het nieuws is nog nooit zo belangrijk en tegelijk zo vervliedend geweest. Berichten van een week geleden lijken uit een andere eeuw afkomstig. Nuchterheid wordt roekeloosheid, een kwinkslag een dolksteek. Hetzelfde zal met deze woorden het geval zijn. Volgende week is alles weer anders. Toch doen de media hun uiterste best, met veel exemplarisch werk, juist in de wetenschapsjournalistiek.

Vuurtjes over de hele wereld

Zo rijden we in dikke mist door de tijd, met nauwelijks zicht door de voorruit én in de achteruitkijkspiegel. Velen van ons, inclusief ikzelf, keken met verbijstering naar de uitslaande brand in Wuhan en realiseerden zich niet dat ondertussen de overwaaiende sintels over de hele wereld smeulende vuurtjes ontstaken, zelfs onder onze voeten. Hetzelfde gebeurde met Italië. Nu realiseren we ons dat deze landen glazen bollen zijn waarin je mogelijke toekomsten kunt zien. De berusting en nonchalance van kortgeleden lijkt nu op de man die van een wolkenkrabber valt en ter hoogte van de derde verdieping zegt: „Tot nu toe gaat alles goed.” Gelukkig bouwen regeringen op het laatste moment vangnetten.

Hoe stellen we onszelf op in deze nieuwe wereld met een stortvloed van ontwikkelingen en scenario’s? Het is verslavend de zeepbellen van het dagelijks nieuws na te jagen. Maar ze spatten uiteen in onze handen. De dilemma’s op macroniveau zijn duivels. De situatie verandert razendsnel en we kunnen onze regering slechts veel wijsheid toewensen. Maar op persoonlijk niveau is de opdracht eenvoudig en constant. Blijf zo veel mogelijk binnen, houd een veilige afstand, ontferm je over je dierbaren, graag online, en probeer zo goed mogelijk door te leven.

Onderdeel daarvan is voor mij een zekere distantie tot de barrage van het dagelijkse nieuws. In een tijd waar het hier en nu alles opslokt en weer laat verdampen, zijn er gelukkig ook tijdloze zaken. De relaties die ons dierbaar zijn. De kunst, muziek en literatuur die het aardse overstijgen. Soms probeer ik even te kijken vanuit het vogelperspectief van de fysica. Die zegt dat de werkelijkheid van nu niets anders is dan een dun plakje van een samenhangend geheel. Net zoals een symfonie van Beethoven meer is dan een opeenvolging van losse noten. Het is ons mensen niet gegeven rechtstreeks de grote boog van het leven te zien, maar misschien dat we in deze gedwongen verstilling iets dichter bij de kern van ons bestaan kunnen komen.

Robbert Dijkgraaf is directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton.