Deskundigen over relschoppers: ’In Marokko flikken ze dit niet’

AMSTERDAM – De zware rellen in Den Haag en Utrecht maken pijnlijk duidelijk dat onze steden kampen met een onrustbarend probleem. Grote groepen veelal allochtone jongeren hebben geen enkel respect voor gezag en domineren de straat. Om niets draaien vooral de nachten uit op inferno’s. Ondanks decennialang beleid van buurtcoaches, theedrinken en jeugdhonken is de situatie alleen maar verergerd. Dat zeggen kenners Paul Andersson Toussaint en Teun Voeten.

Cultureel antropoloog Teun Voeten had onlangs een zeer verontrustend gesprek met een burger die in zo’n overlastwijk woont. „De man maakt zich grote zorgen om de maatschappij, heeft weinig vertrouwen in de autoriteiten en volgt nu schietlessen. Hij voelt zich er veilig bij. Dat is toch schokkend?”

Voeten merkt dat er in veel volkswijken een tijdbom tikt. Door de rellen in de residentie en de Domstad, waar brand wordt gesticht, politie wordt bekogeld en een spoor van vernieling wordt getrokken, krijg je in sommige buurten een toestand van wetteloosheid, vreest hij.

Maling aan de maatschappij

Wat is er mis met de overwegend allochtone jongeren die zich in de nachtelijke uren zo misdragen? Paul Andersson Toussaint, onderzoeksjournalist en schrijver van het boek Staatssecretaris of seriecrimineel, waarvoor hij uitgebreid met een grote groep Marokkaanse Nederlanders sprak, ziet vooral dat ze maling hebben aan de hele Nederlandse maatschappij.

„Ze zijn niet bang om gepakt te worden, dat gebeurt vaak ook niet. Hebben in veel gevallen een kort lontje, en een extreme woede en haat, vooral tegen blanken.” Maar niet alleen, voegt hij eraan toe. „Als je kijkt naar Marokkaanse buurtwerkers, die worden door hen óók niet geaccepteerd. Dat zijn voor hen vertegenwoordigers van de overheid. En daar moeten ze niks van hebben.”

Een arrestatie in de Haagse Schilderswijk vrijdagnacht.

Een arrestatie in de Haagse Schilderswijk vrijdagnacht.

Zware straatcriminaliteit

Dat is al decennialang het geval, en nooit is er echt iets aan gedaan, verzucht hij. „Ik weet het nog goed, toen in 1988 een zorgwekkend rapport werd uitgebracht in Amsterdam, genaamd ’Marokkaanse daders in de binnenstad’. Er werd gewaarschuwd voor de opkomst van Noord-Afrikaanse jongeren die zich bezighielden met zware straatcriminaliteit. De uitkomsten van dat onderzoek was dat er twee- tot driehonderd Marokkaanse jongens in hiërarchische jeugdbendes opereerden die de binnenstad terroriseerden.”

Die conclusies leidden tot een storm van kritiek en verontwaardiging: de feiten zouden stigmatiserend en racistisch zijn. „Maar er stond wel: als er niet zou worden ingegrepen, zou een hele generatie ontsporen”, zegt Andersson Toussaint. „Dat was dus 32 jaar geleden, hè.”

Permanente subcultuur

Voeten stelt dat er in de loop der tijd een onderklasse is ontstaan, die inmiddels een permanente subcultuur vormt. „Sommigen voelen zich buitengesloten, sommigen worden ook buitengesloten, maar de meesten sluiten zichzelf buiten. Ze hebben geen opleiding afgemaakt, spreken slecht Nederlands, en kunnen niet op een normale manier sociaal contact hebben met mensen buiten hun eigen groep.”

In Utrecht werd vrijdagavond de Mobiele Eenheid ingezet bij de rellen.

In Utrecht werd vrijdagavond de Mobiele Eenheid ingezet bij de rellen.

Ze verpesten het daarmee voor de goedwillenden, stelt hij. „En dat is heel jammer. Ik ken persoonlijk zoveel slimme Marokkanen die keihard werken en een waardevolle bijdrage leveren aan de samenleving. In de gemeenschap heerst, naast schaamte, een enorme ontkenning van het probleem. Daardoor wordt het van kwaad tot erger. Als je dit niet goed aanpakt, komen er veel meer problemen bij. Zwaardere criminaliteit, met name.”

Criminele machocultuur

Volgens Andersson Toussaint is er maar één manier om de macht in de straten terug te grijpen. „De rechtsstaat moet worden hersteld. Praten helpt niet, is inmiddels wel gebleken. Het softe, o zo Nederlandse beleid van buurtvaders en overleggen moet overboord. Je moet zorgen dat je een heel duidelijke streep trekt: tot hier en niet verder, want dan pakken we jullie állemaal op. Die criminele machocultuur moet verdwijnen. Daar is niks racistisch aan.”

Voeten onderschrijft dat. „Je moet de raddraaiers isoleren, eruit pikken, hard straffen. Tijdelijk uit de samenleving verwijderen. Voor straf puin laten ruimen in Beirut. Dat is nuttig, en zo zijn ze ook weg uit hun bubbel. Zorgen dat ze er niet mee wegkomen. Ja, daar is wel een mentaliteitsverandering voor nodig. We zijn in Nederland zó gewend om maar te blijven praten, altijd maar tolerant te zijn. Eenvoudig gezegd: geen knuffels, maar knuppels.”

Een Haags jeugdhonk is vernield. Volgens verschillende deskundigen hebben jeugdhonken, buurtvaders en theedrinken weinig zin.

Een Haags jeugdhonk is vernield. Volgens verschillende deskundigen hebben jeugdhonken, buurtvaders en theedrinken weinig zin.

Harder straffen

Grotendeels komt het volgens Andersson Toussaint neer op simpelweg harder straffen. „Dan zeggen mensen: het helpt niet. Maar praktisch gezien heeft de maatschappij twee jaar geen probleem, want we hebben het meestal wel over seriële criminelen. Alleen dat helpt. In een Marokkaanse stad als Tanger flikken ze dit niet, want daar worden ze wél hard aangepakt.”

Het zijn overigens niet alleen Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond die rellen in de volkswijken van de grote steden, zegt de onderzoeksjournalist. „Wel het merendeel, maar inderdaad niet alleen. Dat zie je ook terug in de criminaliteit. Daar werken ze samen met Surinamers, Antillianen, en ook autochtonen. Ja, daar integreren ze wél uitstekend.”

Hardwerkende buurtbewoner

Voeten zegt bovendien dat de aandacht niet alleen op relschoppers moet zijn gericht, maar ook op de buurtbewoners die er middenin zitten. „Er lijkt soms meer mededogen voor daders dan slachtoffers. Denk eens aan die hardwerkende bewoner van zo’n wijk, op het moment dat zijn auto in de fik wordt gestoken, tegen wie dan later wordt gezegd: we plaatsen wel een camera.”

Een burger heeft in feite een sociaal contract met de overheid, legt hij uit: „Hij betaalt belasting, en in ruil daarvoor ontvangt hij bescherming. Als de staat die in zijn ogen niet meer biedt, krijg je vroeg of laat eigenrichting.”

“Er lijkt soms meer mededogen voor daders dan slachtoffers. Denk eens aan die hardwerkende bewoner van zo’n wijk”

De taak van de politie is dan ook cruciaal, maar ook zij moeten steun krijgen van de wetgever. Voeten: „Als je iemand oppakt en er volgt nauwelijks een straf, dan is dat heel frustrerend. De meeste agenten willen het rapaille echt wel aanpakken, maar ze worden voor hun inzet niet beloond.”

Politie: geen uitspraken over etnische achtergrond

De Utrechtse politie laat zich niet uit over de etnische achtergrond van de relschoppers. „Het zijn Nederlanders”, zegt woordvoerder Bernhard Jens in antwoord op vragen van De Telegraaf. Wel noemt hij het triest dat in coronatijd deze politie-inzet nodig is. „Dit is moedwillig de boel verzieken. Verveel je je? Dan kunnen we samen kijken hoe je je kunt inzetten voor de maatschappij.”

De politie Haaglanden volstaat in haar antwoord op vragen over de achtergrond van de relschoppers met de reactie: „Zoals gebruikelijk doen wij daar geen uitspraken over.”