Boeren zijn geen eenheidsworst’ Bron: https://www.boerenbusiness.nl/agribusiness/artikel/10890809/boeren-zijn-geen-eenheidsworst

Vandaag 10:00 uur – Linda van Eekeres – 3 reactie

Helma Lodders stelt zich niet meer verkiesbaar voor de Tweede Kamerverkiezingen in maart. Daardoor moest de VVD op zoek naar een nieuwe landbouwwoordvoerder. Die heeft de partij gevonden in Jan Klink (35). Hij is wethouder economische zaken bij de gemeente Wijdemeren, nummer 35 op de lijst van de VVD en van boerenkomaf. Wie is Jan Klink en wat kunnen we van hem verwachten als hij wordt verkozen?

Wat heeft u met de landbouwsector?
“Ik ben geboren en getogen in Wittewierum, in midden Groningen, op een melkveehouderij met 80 koeien. In 1998 verhuisden we naar Boven Pekela en begonnen we een nieuw bedrijf, waar tot die tijd 5 akkerbouwers boerden. Toen verongelukte mijn vader op het bedrijf, dat was op de 13 mei 2000, de dag van de vuurwerkramp. Ik was 15 jaar. We hebben toen bewust gekozen om het bedrijf voort te zetten. Op het eind hadden we 230 koeien, met weidegang en duurzame stallen. In 2014 overleed de bedrijfsleider plotseling. Voor de tweede keer kregen we te maken met een sterfgeval. Het leek of de geschiedenis zich herhaalde. Hoewel het bedrijf helemaal klaar was voor de toekomst en financieel gezond, heb ik samen met mijn moeder en 2 jongere broers – met wie ik in een maatschap zat – besloten: we stoppen ermee. Het bedrijf is in 2015 verkocht.”

“Ik denk dat het helpt als je iemand met landbouwroots in de fractie hebt zitten. Naast het melkveebedrijf heb ik ook landbouweconomie in Wageningen gestudeerd en op de ministeries van LNV en Economische Zaken gewerkt. Ik denk dat deze achtergrond waardevol is bij standpuntbepaling. Het kan niet zo zijn dat er in de grootste partij niet iemand zit met landbouwroots.”

Hadden ze u dan niet op een hogere plek mogen zetten dan nummer 35 op de lijst?
“Je kan ook zeggen: Mark Harbers, die die veel voor landbouw heeft gedaan, staat op plek 7. Dat is heel rijkelijk verkiesbaar. Ik ben helemaal nieuw. Het is logisch dat ik me eerst meer moet bewijzen. Ik vind het een heel eervolle en kansrijke plek. Als je naar de peilingen kijkt, kan ik er best in komen. Zelf ben ik er heel trots op.”

De VVD staat in de peilingen op 41 tot 45 zetels. U staat dus op een verkiesbare plek. Wat wilt u bereiken als u in de Tweede Kamer komt?
“Je bent onderdeel van een coalitie en afhankelijk van het coalitieakkoord. Wat ik in ieder geval van belang vind, is de trots op de agrarische sector. Dat is de afgelopen jaren in de vergetelheid geraakt. We hebben een heel sterke agrarische sector. Ik sta voor focus op innovatie. Dat is ook belangrijk voor boeren en tuinders. Bijvoorbeeld bij de stikstofproblematiek. Je moet ook de middelen daarvoor beschikbaar stellen, er is samenwerking met de overheid nodig. Verder zijn we altijd kritisch op regeldruk. Nieuwe eisen moeten echt wel logisch en uitlegbaar zijn. Als eisen niet worden geactualiseerd, moeten ze komen te vervallen.”

Is dat ook uw ervaring, toen u nog een melkveebedrijf had, dat de regeldruk groot is?
“Je bent er wel behoorlijk veel tijd mee kwijt en mee bezig. Niet alles is voor de rijksoverheid. Bij bouwinitiatieven heb je ook te maken met decentrale overheden. Elke keer moet je alert zijn. De politiek moet zich ervan bewust zijn dat als er nieuw beleid wordt gemaakt, dat altijd weer leidt tot extra handelingen.”

Een heet politiek hangijzer is de stikstofproblematiek. Is de Stikstofwet noodzakelijk?
“Dat denk ik wel. We moeten iets met de reductie van stikstof. Het is goed om nu te kijken hoe we dat zo slim mogelijk kunnen doen. Niet de veestapel halveren, zoals sommige partijen zeggen. Het doel is uitstoot te reduceren en daarvoor moet je kennis en kunde inzetten. Ik geloof daarbij heel erg in het innovatiespoor.”

De VVD zet volop in op innovatie. Waar moet ik dan aan denken?
“Nederland wordt nooit een agrogrootmacht door de productie. We kunnen dat wel blijven door te blijven innoveren, zowel in de plantaardige als in de dierlijke sectoren en daarin nog meer wereldmarktleider te worden. We hebben natuurlijk al de melkrobot. Verder kun je denken aan biologische bestrijding en zilte teelten, waarmee ze in Zeeland en Texel al in de experimenteerfase mee bezig zijn. Er is ook veel meer innovatie nodig voor stikstof. Bedrijven als FloraHolland, VanDrie, Cosun en FrieslandCampina kunnen een prominentere rol spelen en zijn actief in een groot deel van de sector. Coöperaties kunnen best met de overheid innovaties een impuls geven.”

Inkrimping van de veestapel is niet het doel, staat in het verkiezingsprogramma van de VVD. Hoe moet ervoor worden gezorgd dat levensvatbare boerenbedrijven blijven voortbestaan?
“Waar het echt knelt, is bij hen die een andere bedrijfsvoering willen. Bijvoorbeeld als je wilt uitbreiden. Dat had je vroeger al met het melkquotum. Dat werden fosfaatrechten, en nu moet je ook goed kijken naar stikstof. Als je echt gaat vergroten, moet je ook iets met grond, met stallen. Dat moet je met je eigen gemeente uitvinden. Belangrijk is dat als je wilt boeren zoals je altijd hebt geboerd, dat in grote lijnen mogelijk blijft. Als je meer wilt, dan moet er actie worden ondernomen.”

Hoe staat u tegenover de boerenprotesten?
“Ik denk dat zeker de eerste protesten goed de saamhorigheid hebben laten zien die er is in de landbouw. Het is ook een signaal: “Wij zijn er ook nog!”. Latere protesten, bij mensen thuiskomen, dat doe je niet. In een land als Nederland moet je dat niet willen. We moeten in gesprek over de knelpunten en werken naar een oplossing. Een sterke agrarische sector hoort gewoon thuis in Nederland.”

Welke rol kunnen traditionele veehouders nog spelen in een toekomstscenario dat de VVD in het verkiezingsprogramma schetst waarin we geen dieren meer eten, maar kweekvlees?
“Ik kan me voorstellen dat er gedacht wordt dat dat een bedreiging is voor varkenshouders. Maar er is een toename van de vraag naar eiwitten. Door dit deels in te vullen via andere eiwitten is niet slecht, dat biedt juist kansen. Probeer daar als Nederland echt een voorloper in te zijn. Als het kan zonder kop en kont, wat is daar dan erg aan?”

Hoe staat u tegenover een ‘vleestaks’, een hogere, ‘eerlijke’ vleesprijs om de vleesproductie te verduurzamen?
“Ik heb daar ook op het ministerie van economische zaken aan gewerkt. We hebben geadviseerd om het niet in te voeren. Je kunt niet met droge ogen beweren dat dat invloed heeft op de gezondheid. Het is aantoonbaar dat lagere inkomens daar de dupe van worden. Ik ben geen voorstander van welke belastingmaatregel op voedselproducten dan ook, hetzelfde geldt voor de suikertaks.”

Het is vaak een drempel om over te stappen naar een verder duurzamere manier van produceren. Is het niet wenselijk om dat te stimuleren?
“Het is een kwestie van vraag en aanbod. Iedereen mag een product ontwikkelen en een prijs vragen die hij zelf erbij vindt passen. Het is relatief goedkoop om aan voedsel te komen, dat is een teken van welvaart. Als je een bepaald concept hebt, dan moet je het onderscheidend maken. Dat is een heel andere manier van ondernemen. Veel boeren zijn niet met promotie bezig, dat is van oudsher geoutsourcet. Toen wij een melkveebedrijf hadden, werd de melk opgehaald door FrieslandCampina. We waren niet bezig met promotie. Wij voelden ons daar goed bij, maar ik kan me voorstellen dat iemand dat zelf wil doen. Dat is een strategische keuze. Boeren zijn geen eenheidsworst, maar super divers.”