Tjeenk Willink wil het roer om: dun coalitieakkoord als basis voor nieuw kabinet de stikstofcrisis, het klimaatbeleid, immigratie en versterking van de democratische rechtsorde. de stikstofcrisis, het klimaatbeleid, immigratie en versterking van de democratische rechtsorde. Verder noemt hij ‘ inclusieve samenleving’ en het ‘brede welvaartsbegrip’  ‘ inclusieve samenleving’ en het ‘brede welvaartsbegrip’ 

Een dun coalitieakkoord op slechts enkele hoofdlijnen moet de basis worden van een nieuwe bestuursstijl in politiek Den Haag. Zo komt er meer ruimte voor de controle door het parlement en wordt het landsbestuur wendbaarder, waardoor het beter op een crisis kan reageren.

Informateur Herman Tjeenk Willink  gaat aan zijn taak beginnen.

Dat is de inzet van informateur Herman Tjeenk Willink bij de vorming van een nieuw kabinet, zo schrijft hij maandag in een brief aan de Tweede Kamer. In zijn ogen moet zo’n coalitieakkoord tussen enkele partijen de basis worden voor een nieuw kabinet. De nieuwe ministersploeg moet het daarna zelf uitwerken tot een ‘regeerprogramma’. De Kamer blijft daarbij op afstand en dient zich toe te leggen op het daadwerkelijk controleren van de bewindslieden.

Tjeenk Willink concludeert dat de tijd er rijp voor is na zijn eerste gesprekken met alle fractievoorzitters en enkele onafhankelijke adviseurs zoals de Nationale ombudsman Reinier van Zutphen en Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De komende dagen gaat hij opnieuw met alle fractievoorzitters in gesprek om te peilen of er in de Kamer voldoende animo is voor het concept en welke partijen het met elkaar willen proberen. Zijn uitgangspunt is dat de scheiding der machten in Den Haag moet worden hersteld: de regering regeert, de Kamer controleert.

Om te voorkomen dat de daaropvolgende onderhandelingen tussen de partijen toch weer vastlopen in zeer gedetailleerde afspraken voor de komende vier jaar, stelt Tjeenk Willink voor om de gesprekken voorlopig te beperken tot ‘4 à 5 grote problemen die met voorrang moeten worden aangevat’.

De partijen die samen willen regeren, zullen het eens moeten worden over die problemen, over de oorzaken, over een gemeenschappelijk einddoel en over de belemmeringen die dat doel in de weg staan. ‘De uitwerking van dit coalitieakkoord op hoofdlijnen is vervolgens aan het nieuwe kabinet.’

Herstelplan

In navolging van VVD-leider Rutte, die het idee al in de campagne opperde, meent ook Tjeenk Willink dat de aanstaande nieuwe coalitiepartijen het sowieso met spoed eens moeten zien te worden over een financieel en sociaal-economisch herstelplan om uit de coronacrisis te komen. ‘Daarmee kan niet worden gewacht op een nieuw kabinet.’

Hij kondigt aan dat het huidige demissionaire kabinet binnenkort een voorzet zal doen, die dan nog wel door de nieuwe coalitiepartijen moet worden bekrachtigd. Drie van de vier meest waarschijnlijke nieuwe coalitiepartijen (VVD, D66 en CDA) regeerden ook in de afgelopen jaren al.

Als andere mogelijke onderwerpen voor een hoofdlijnenakkoord suggereert Tjeenk Willink de stikstofcrisis, het klimaatbeleid, immigratie en versterking van de democratische rechtsorde. Als ‘ijkpunten’ noemt hij ‘de inclusieve samenleving’ en het ‘brede welvaartsbegrip’

Naar een regeerakkoord op hoofdlijnen wordt door velen in Den Haag al decennialang naar verlangd, maar in de praktijk werden de akkoorden sinds eind jaren zeventig juist steeds dikker. In formatieonderhandelingen zijn partijen bang dat ze het onderspit delven en dat ze problemen krijgen met hun achterban. Tegenover elke concessie moet  iets van hun eigen partij  staan.

Inmiddels staan die dichtgetimmerde akkoorden symbool voor veel wat er misgaat in Den Haag, resulterend in bestuurlijke tragedies als de toeslagenaffaire: een Kamermeerderheid heeft per definitie nauwelijks ruimte om af te wijken van de ooit gemaakte afspraken, ook niet als wetten en regels in de praktijk verkeerd uitpakken. Zelfs bewindslieden hebben meestal weinig manoeuvreerruimte om te reageren op nieuwe ontwikkelingen, omdat hun handtekening onder het regeerakkoord staat. Het stelsel van macht en tegenmacht is daardoor wankel geworden. De praktijd zal het uitwijzen of het wel degelijk werkt.